Sunday, July 24, 2011

David Sylvian - 'Random acts of senseless violence'

ACTS OF . . . from GL on Vimeo.



Remember Oslo 22.07.2011. 'Random acts of senseless violence' by David Sylvian.

Saturday, July 23, 2011

R/S (REHBERG / SCHMICKLER) 'USA'

Cathedrals of noise by Herrn Rehberg und Schmickler.

http://www.pan-act.com/pages/releases/pan18.html

Fennesz - 'Seven Stars'

Fennesz's first solo release since "Black Sea" [Touch # TO:76, 2008] is a 4 track 10" vinyl, with a CD version due in September 2011. It will also be available as a digital download. Using acoustic and electric guitars, bass, synths, computers, Fennesz continues to engage and entrance us in equal measure.

http://www.touchmusic.org.uk/

Cindytalk - 'Hold everything dear'

Return to form of newwave pioneer.

http://editionsmego.com/release/eMEGO+122V

Biosphere - 'N-Plants'

Best Biosphere album in almost 20 years.

'The Bee Symphony' by Chris Watson & Marcus Richardson


'The Bee Symphony' by Chris Watson & Marcus Davidson is certainly one of the strangest albums of the year. 'The Bee Symphony' explores the vocal harmonies between humans and honey bees. If bees had human voices they would probably sound like this. It's a strange experiment and one that certainly proves somehow that humans still don't really understand animal soundworlds. A vocal choir tries to sing like bees on this album. At first they sound very lazy and dull. Wieeee.... wieeee.... Like the bees are too bored or drunk to keep up a tonal range. Maybe they really are drunk on nectar. Later on we hear some more exhilarating sounds. A nice alternation between male and female voices and some very ethereal harmonies. In the end the buzzing sound dies down when the bees retreat in their hives to go to sleep. Imitating bees is not new of course. Canadian artist Sarah Peebles did it before. 'The bees' by Animal Collective is one of the weirdest songs ever, but a 'bee symphony' is quite fascinating and new. It's been performed on the BCC and it's one of these albums that we keep on playing in our mp3. Buzz... Buzz... Very extraordinary!

http://www.touchmusic.org/thebeesymphony/

Tuesday, May 31, 2011

"Blödmaschinen: Die Fabrikation der Stupidität" von Markus Metz, Georg Seeßlen

"In einer Konsensgesellschaft unterdrückt man das gefährliche Denken durch zwei sehr bewährte Mittel. Man überträgt ihm gesellschaftlich einen Geruch. Denken ist peinlich, vor allem öffentlich. Eine Art, sich danebenzubenehmen. Und weil aber das Denken trotz allem nie ganz verleugnen kann, aus einem Vergnügen entstanden zu sein (the best things in life are free!), geht es darum, andere Dinge an seine Stelle zu setzen. Wir nennen sie: die Blödmaschinen."

"Blödmaschinen machen selten angst (na ja, ab und zu drehen sie durch, und das kostet Opfer), sie verlangen nur wenig Unterwerfung (dies aber dann regelmäßig und verläßlich), und sie versprechen jede Menge Vergnügen. Ordentliches, berechenbares, ungefährliches Vergnügen. Und gar nicht mal so teuer."

"Nicht der Religion der Dummheit zuzugehören bedeutet von daher bereits ein Wandeln am Rande des Wahns. Das nicht-dumme Subjekt, das sich nicht mitteilen kann, denkt in sich selber hinein. Das Nicht-Dumme, das sich nicht finden kann, sammelt sich um die Kulte der Neurosen. Die Neurose ist ein Ausweg aus der Dummheitsfalle. Die Helden der Nicht-Dummheit sind vor allem: öffentliche Neurotiker (in einer schizophrenen Welt). Da müssen wir durch."

www.suhrkamp.de

Saturday, May 28, 2011

David Sylvian zingt Emily Dickinson

I should not dare to leave my friend,
Because -- because if he should die
While I was gone -- and I -- too late --
Should reach the Heart that wanted me --

If I should disappoint the eyes
That hunted -- hunted so -- to see --
And could not bear to shut until
They "noticed" me -- they noticed me --

If I should stab the patient faith
So sure I'd come -- so sure I'd come --
It listening -- listening -- went to sleep --
Telling my tardy name --

My Heart would wish it broke before --
Since breaking then -- since breaking then --
Were useless as next morning's sun --
Where midnight frosts -- had lain!


Censuur is overal. In de muziek, in de literatuur, in de cultuur in het algemeen. Niet zozeer de censuur van buitenuit of de cultuur die ons opgelegd wordt door de commerciële logica van massamedia en uitgeverijen. Die censuur kunnen we - als we sluw genoeg werken - nog makkelijk omzeilen. De censuur die van binnenuit komt, is veel erger. Daar krijgen we het gevoel dat het met de "denkende mens" afgelopen is. De Blödmaschinen draaien op volle toeren. De opgelegde logica van het neokapitalistische consumentisme leidt tot vervlakking, gagaisme en een verheerlijking van een soort common denominator als cultuur, waar je zelfs als argeloze meerwaardezoeker moeilijk aan ontsnapt.

Geen artiest was zich meer bewust van die zelfcensuur dan David Sylvian. Aan het begin van de noughties brak de voormalige popheld met de beperkingen die zijn alliantie met het muzieklabel Virgin met zich meebracht. Sindsdien maakte hij een aantal hermetische maar stijlvolle en tijdloze albums, die erg gesmaakt worden door een zekere 'incrowd', maar waar verder geen kat in geïnteresseerd lijkt. Ze hebben ongelijk. 'Manafon' uit 2009 was een triomf van de inhoud over de vorm, al mocht de vormgeving van Chris Bigg met tekeningen van Ruud Van Empel en Atsushi Fukui er ook wel wezen. De warme, gevoelvolle stem van Sylvian werd op dit album tegelijk naar voor geschoven in het geluidsbeeld en opmerkelijk teruggeschroefd. Vrijwel zonder pathos zong/droeg hij zijn snedige, poëtische teksten voor. De muzikale omlijsting werd minimaal gehouden. Uit die tegenstelling groeide een meesterwerk. 'Manafon' leek een fotonegatief van zijn vroegere werk. Alle elementen waren er wel nog, maar in een andere volgorde. Het verbond tussen de Weense experimentele scène onder leiding van Christian Fennesz en Sylvians sombere lyrics lokte gemengde reacties uit. De fans van weleer begrepen het album niet en vonden dat Sylvian maar gauw naar zijn poproots moest terugkeren. Anderen vonden 'Manafon' zijn beste album tot nu toe. Sylvian zelf bereikte eindelijk wat hij al decennialang betrachtte. De druk van het commerciële succes had hij aan den lijve ondervonden. Maar artistiek gezien was 'Manafon' een moeilijk te evenaren hoogtepunt in zijn muzikale loopbaan.

Het is nog even wachten om te zien welke richting Sylvian in de nabije toekomst uit wil. De compilatieplaat 'Sleepwalkers' van eerder dit jaar hernam enkele samenwerkingen van het laatste decennium, maar bevatte verder weinig nieuws. De nieuwe, luxueuze cd-box 'Died in the wool' is ook niet de opvolger van 'Manafon'. Het album draagt als ondertitel 'Manafon Variations'. Een aantal thema’s en nummers van 'Manafon' worden hernomen. Sylvian nam daarvoor de Japanse hedendaagse componist Dai Fujikura onder de arm (zie 'Five lines' op 'Sleepwalkers'). Waarom die herhalingsoefening? Fujikura voorzag de tracks van een hedendaags klassieke score. Jawel, hij liet een strijkkwartet los op de sobere arrangementen van 'Manafon'… We zijn na enkele beluisteringen nog steeds niet zeker of dat wel werkt. Soms lijken de twee concepten gewoon naast elkaar te bewegen. De score van Fujikura volgt de zanglijn van Sylvian niet, maar glijdt er veelal langs alsof de twee apart ontstaan zijn. Dat wordt pijnlijk duidelijk op de nieuwe versie van 'Small metal gods'. De originele versie straalde door zijn naaktheid de pijn van het denken uit. Hier smeren de strijkers van Fujikura het nummer vol stroop. We verkiezen nog steeds het ongenaakbare origineel.

De samenwerking met Fujikura werkt een stuk beter op het titelnummer 'Died in the wool'. Tekstueel graaft Sylvian hier dieper dan hij voordien ooit deed. Hij put zijn inspiratie uit de misdaadnovelle 'Died in the wool' van Ngaio Marsh over een moord op een Nieuw-Zeelandse schapenboerderij. De violen worden dit keer gelukkig voldoende ingekaderd door de strakke, muzikale begeleiding van Keith Rowe, John Butcher, Erik Honoré en Jan Bang. Erg fraai is de gezongen versie die Sylvian maakte van twee gedichten van de Amerikaanse dichteres Emily Dickinson. Daar blijkt nog maar eens zijn ongeëvenaard genie. Doe het hem eens na. Van twee negentiende-eeuwse gedichten maakt hij met instrumentale hulp van saxofonist Evan Parker, Christian Fennesz en Jan Bang hedendaagse, experimentele muziekstukken. Het Dickinson-gedicht ‘I should not dare’ is Sylvian op het lijf geschreven. Het gedicht heeft een zangerigheid in zich die zich uitstekend laat vertalen door de bariton van Sylvian. ‘A certain slant of light’ is opgedragen aan de onlangs overleden Mick Karn, strijdmakker van het eerste uur bij de band Japan. Het nummer wordt doormidden gesneden door een zeer mooie, instrumentale coda van Jan Bang en Erik Honoré.

Sylvian zou Sylvian niet zijn als hij ons niet vergastte op een buitengewone uitsmijter. De box bevat een tweede extra cd met een 18 minuten durende score, die hoort bij een geluidsinstallatie voor de Kunstbiënnale van de Canarische Eilanden, die hij opzette samen met Dai Fujikura. 'When we return you won’t recognize us' is een kregelige soundtrack waarin geluiden schijnbaar structuurloos opduiken en weer verdwijnen. Voor deze compositie werkte hij samen met experimentele coryfeëen als John Butcher, Arve Henriksen, Günther Müller, Toshimaru Nakamura en Eddie Prévost. Dit is ongetwijfeld zijn meest gewaagde compositie tot nu toe. Onze voorkeur gaat echter uit naar het zeer weemoedige 'Last days of december', een pijnlijke analyse van een echtscheiding. Hier passen de spectrale strijkers van Fujikura dan weer wonderwel bij. De autobiografische elementen zijn overduidelijk: 'What shall we tell them when they’ll ask/And they’ll ask'. Het is zeker een interessant experiment om de sobere aanpak van 'Manafon' te overgieten met een vleug klassiek. Maar van een meesterwerk blijf je beter af. 'Died in the wool' is op zijn best wanneer de strijkers gewoon functioneel op de achtergrond gedijen. Als herhalingsoefening van iemand die zichzelf nooit herhaalt is het album geen onverdeeld succes. Anderzijds is het bijna een mirakel dat dergelijke complexe albums überhaupt nog kunnen verschijnen en beluisterd worden. Uiterlijke of innerlijke censuur of niet, Sylvian maakt bij elke release door zijn koppige onverzettelijkheid en experimentele doortastendheid altijd erg veel goed.

'Died in the wool' van David Sylvian is nu uit op Samadhi Sound, www.samadhisound.com

http://www.medium4you.be/Pionierszoon-wordt-pionier-over.html

http://www.cuttingedge.nl/music/reviews/250114-david-sylvian-sleepwalkers-

http://www.cuttingedge.be/telex/4095-david-sylvian-gaat-klassiek

Friday, May 20, 2011

Sohrab - 'Shouting at dictators'

De Iraanse muzikant Sohrab, die enkele maanden geleden het wonderlijke ‘A hidden place’ uitbracht op het Britse Touch en hier http://www.cuttingedge.be/pages/3819-sohrab-interview-iraans-experiment-in-berlijn daarover uitgebreid aan het woord kwam, zit zwaar in de nesten. Sohrab, die actief deelnam aan de protesten in zijn land, slaagde er vorig jaar in om Iran te ontvluchten en om naar Duitsland te ontsnappen. Hij diende een aanvraag in om politiek asiel te verkrijgen en werd opgesloten in het interneringskamp in Brandenburg. Zijn aanvraag mislukte. Hij probeert nu de fondsen bij elkaar te brengen om een advocaat te betalen om in beroep te gaan tegen het vonnis van de Duitse immigratiediensten.

Als dat beroep mislukt, dan wordt hij hoogstwaarschijnlijk gedeporteerd naar Iran en meteen gearresteerd op de luchthaven van Teheran. Europa is zijn deportatiepolitiek aan het opschroeven, deels door de toenemende invloed van politiek rechts en deels door de toevloed van vluchtelingen door de zogenaamde ‘Arabische lente’. Zijn muzieklabel Touch probeert hem te helpen door een exclusieve track uit te brengen. De opbrengsten worden volledig gebruikt voor het beroep dat Sohrab wenst aan te spannen tegen zijn uitwijzing. ‘Fayrad bar dictator’ of ‘Shouting at dictators’ werd opgenomen tijdens het straatprotest in Teheran in de herfst van 2009.

Het nummer ‘Shouting at dictators’ bevat opnames van Iraanse burgers tijdens diezelfde straatprotesten. Niet alleen op openbare plaatsen maar elke avond om 22u00 verzamelden ze op de daken om leuzen te scanderen tegen de Iraanse regering. Af en toe werden de ‘Allah u akbar’ kreten onderbroken voor iets minder vriendelijke uitroepen als ‘Mag bar diktator’ oftewel ‘Dood aan de dictator’. Sohrab nam de stemmen op en maakte er een biezonder stemmige maar ook erg droevige en spookachtige soundtrack bij. De track kan gedownload en beluisterd worden via de volgende link:

http://touchshop.org/product_info.php?products_id=466

Wednesday, May 18, 2011

'Stairway to Heidegger' van Sjoerd de Jong



...

alsof ik niet zag
dat de vrouw
van de recensent
al aan het kruis
was gaan hangen

soms wou ik ook
dat ik met Doorman
zomaar reisde
waar de lucht zo ijl is
dat Groningers
hun hoofd verliezen

spullen uit rugzakken
verdwijnen
over woeste rotsen
Himalaya
een demon op onze hielen

of anders

een sigaartje
bij het pompstation

overkomt
de zoetste denkers

uit de dichtbundel 'Uit het lood' van Sjoerd de Jong, Prometheus 2011, ISBN 9789044617641

Sunday, May 08, 2011

Mark McGuire, 'A young persons guide to'

Solouitstappen van Emeralds

Het Amerikaanse trio Emeralds staat voor schaamteloos ouderwets luisterplezier. De band put haar inspiratie uit een reeks veertig jaar oude platen en staat voor een terugkeer naar analoge opnamemethodes van het eind van de vorige eeuw. You love it or you hate it. Ook bij ons sloeg de twijfel in het begin meermaals toe. Kun je deze sprong naar het verleden wel vooruitgang noemen? In het zog van Emeralds volgde een resem groepen en projecten van over de ganse wereld, die hetzelfde betrachtten. Er zit dus sleet op het digitale tijdperk. De hang naar een organische, levende sound is groter dan ooit.

Emeralds spande vorig jaar de kroon van deze retrogressieve trend met het bejubelde 'Does it look like I’m here?'. In 2010 groeide het groepje rond John Elliott, Steve Hauschildt en Mark McGuire uit tot dé te volgen undergroundband. De leden zijn stuk voor stuk hyperactieve, muzikale bollebozen. Na de laatste Emeralds volgden talloze solouitstappen van de verschillende bandleden. Gitarist Mark McGuire bracht de uitstekende soloplaat 'Living with yourself' uit, een album vol gitaren en kinderstemmen gedrenkt in nostalgie naar een verloren kindertijd op het Amerikaanse platteland.

Nog beter doet hij het op 'A young persons guide to'. De verzamelaar bevat werk van de 24-jarige gitarist dat de laatste vier jaar in beperkte oplage verscheen. Een indrukwekkend palmares! Het succes van Emeralds maakte dat die verspreide uitingen eindelijk op één cdtje geperst werden. McGuire bespeelt de gitaar in alle mogelijke registers en toonaarden. De eerste cd gaat bijna grungeachtig van start met tracks als 'Dream team' en 'The Marfa lights'. We genoten verder vooral van 'Ghosts around a tree', dat drijft op radiostemmen en bizarre gitaarloops. Op de tweede cd vonden we de rustige gitaarpareltjes 'Skies', 'The invisible world' en 'Inside where it’s warm'.

Alsof dit allemaal nog niet genoeg is, heeft ook de synthwizard van Emeralds John Elliott een soloproject. Met Sam Goldberg vormt hij het duo Mist dat net het album 'House' uitbracht. Bij Mist denk je aan zwaar aangezette analoge synths à la Klaus Schulze, Tangerine Dream, Vangelis en zelfs Jean-Michel Jarre. Schrik je even van de namen? Geen nood. 'House' is een spannend gehouden cd met als hoogtepunt het tien minuten durende 'I can still hear your voice'. Mark McGuire en John Elliott van Emeralds zorgen voor een nostalgietrip van ruim drie uur. Voor één keer zijn de delen apart groter dan de som van de delen.

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/305846-mark-mcguire-a-young-persons-guide-to-

http://www.cuttingedge.be/column/3517-de-kroonjuwelen-van-amerika-over-does-it-look-like-i-m-here-van-emeralds

Dalglish, 'Benacah drann deachd'

Sputterende laptops

De tegendraadse Chris Douglas timmert met zijn verschillende aliassen al ruim vijftien jaar aan de weg. Hij behoort tot die generatie Amerikaanse muzikanten die de te simpele beats van de techno vervingen door complexere structuren. Het genre kreeg de naam IDM (Intelligent Dance Music) en had halfweg de jaren negentig een beperkte aanhang in Europa en Amerika. Douglas bracht als O.S.T. en Dalglish een rist schier geniale maar hopeloos onvindbare albums uit. Zijn laatste opus 'Benacah drann deachd' is makkelijk op te sporen en te downloaden via de site van het label Highpoint Lowlife, dat er na deze release trouwens mee kapt.

De in Berlijn residerende Douglas aka O.S.T. aka Dalglish onderhoudt een sterke band met België. Met het Berlijnse VJ-gezelschap Transforma bracht hij in 2007 de experimentele muziekfilm 'Synken' uit op het Duitse cultlabel Shitkatapult in samenwerking met het Brusselse (!) audiovisuele platform Visual Kitchen. Abstracte beelden, grafische animatie, digitale beeldeffecten en complexe filmsequenties creëerden een bijna onwereldse, donker romantische beeldenwereld, waarin rare wezens en aliens rondzwierven. Douglas componeerde een aritmische, krakende, elektronische 5.1 surround soundtrack.

In 2009 dook hij terug op als O.S.T. met het overigens uitstekende en onvolprezen 'Waetka', dat uitkwam op het Zweedse iDEAL Recordings van Joachim Nordwall. Het is het meest complete album van Douglas tot nu toe. De abstracte natuurgeluiden van 'Synken' maakten plaats voor koele stadsnoise. Onderkoelde, experimentele elektronica van nummers met onuitspreekbare titels culmineerden in kletterende, ritmische soundscapes om dan opnieuw te verstillen in een bijna breekbare anticlimax. Enkele maanden later verscheen het album 'Ideom' van Dalglish op Record Label Records.

'Benacah drann deachd' is een vervolg op 'Waetka' en 'Ideom', al wordt het bij elke nieuwe release van Douglas wel wat weirder. De titels zijn dit keer vervangen door data. Dat zijn niet de dagen waarop de nummers opgenomen werden, getuige de track '1.7.2011' die zelfs even verwijst naar de nabije toekomst. Douglas componeert met de laptop. De muziek is abstracte noise met gesyncopeerde ritmes en af en toe een glimp van een melodie. De sluipende ambient van de begintrack '6.8.2002' maakt snel plaats voor noise en verkapte beats. Douglas maakt nog steeds ondoorgrondelijke en compromisloze albums. Als luisteraar moet je de moeite doen om onder te duiken in zijn bizarre geluidswereld. Niet voor ieders oor en ongetwijfeld het vreemdste album van het voorjaar.

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/305807-dalglish-benacah-drann-deachd-

http://www.rektoverso.be/nummers/918-nr-40-maart-april-2010/1369-de-overlevingsdrang-van-een-elektropionier

Saturday, April 30, 2011

Ira Cohen 1935-2011

Ira Harvey Cohen, of New York, NY, died peacefully on April 25th, 2011 at the age of 76. He will always be loved and always be missed. His legacy lives on. Ira Cohen was born in New York, NY on February 3rd, 1935. He is the son of the late Lester Cohen... and the late Faye Cohen. Mr. Cohen was an innovative and original poet, photographer, filmmaker, publisher, and editor. A self-described "Electronic Multimedia Shaman", he was an active humanist from the 1960s to the present. Mr. Cohen was educated at Horace Mann, Cornell and Columbia. He spent the early 1960s in Tangier, Morocco, where he lived and worked with William S. Burroughs, Brion Gysin, and Paul Bowles. While there, he prepared his first major work; editing and publishing the anthology Gnaoua (1964). This volume contained work by William S. Burroughs, Brion Gysin, Jack Smith, and others. In the late 1960s, he developed and perfected a photography process in his "Mylar Chamber", producing distorted, iconic photographic portraits of Jimi Hendrix, Jack Smith, Robert LaVigne, Angus MacLise, Pharaoh Sanders, and William S. Burroughs, among others. In 1968 he made his first film, The Invasion of Thunderbolt Pagoda, a baroque, underground experimental film. The following year he produced the experimental film Paradise Now in Amerika, documenting the Living Theatre’s 1968 tour. In the 1970s he lived in Kathmandu, Nepal, and operated the publishing house Bardo Matrix, publishing books and broadsheets on handmade rice paper by authors including Gregory Corso, Charles Henri Ford, Paul Bowles and Angus MacLise, as well as several books of his own such as Gilded Splinters and The Cosmic Crypt, illustrated by Petra Vogt. After returning to New York City in the early 1980s, he continued to write and publish poetry as well as stage exhibitions of his photography. In 1986, he directed the film Kings With Straw Mats, a documentary about the Kumbh Mela festival, India’s annual pilgrimage and gathering of sadhus and holy men, which premiered in 1996. His primary work since the early 1990s was as a poet and editor; he edited numerous books (Jack Smith’s Historical Treasures, Gustav Meyrink’s Petroleum Petroleum, and poetry anthologies Shamanic Warriors and Celestial Graffiti) and periodicals (Ins & Outs, Third Rail, Nexus, and 15 Minutes). Mr. Cohen was a participating artist in the Whitney Biennial 2006, Day for Night, which included his photographs of Jack Smith. In the last years of his life, in increasingly declining health, Mr. Cohen gave local poetry readings and received a steady stream of visitors to his home on 106th Street, where the widest possible array of friends and admirers would listen for hours as he would tell stories, read poems and cast insights. He leaves his loving children Raphael Cohen of New York, NY; Lakshmi Cohen of Denver, Colorado; David Schleifer of Massachusetts; and Donna Rafeeka of Egypt. He also leaves his loving daughter-in-laws Kristina Cohen and Janet Schleifer as well as his two grandchildren, Charlie and Jack Schleifer. He leaves his loving sister Janice Honig and devoted brother-in-law Charles Honig, of New York, NY. Burial services will be private; a memorial celebration of his art and life will follow at a future date to be announced in 2011.

Saturday, April 23, 2011

BJ Nilsen & Stillupsteypa, 'Big Shadow Montana'

Brug tussen IJsland en Zweden

‘Big Shadow Montana’ van BJ Nilsen & Stillupsteypa is een totaalervaring. Van de psychedelische hoes tot de analoge sound: het album eist je aandacht op en valt het best te genieten met een koptelefoon en de hoes in het vizier. Niet te vergeten, dit zijn de kerels die verantwoordelijk waren voor de sprankelende totaalsound van Evil Madness. Het nieuw project ‘Big Shadow Montana’ is het stillere broertje van ‘Super great love’: een echte, ronde vinylplaat met een gat erin en een downloadcode.

De Zweed Nilsen ontpopte zich in de laatste jaren als één van de actiefste, experimentele muzikanten. Aan de zijde van Fennesz of samen met geluidsartiest Chris Watson, hij was altijd wel ergens te vinden. Op de albums 'Wind' en 'Storm' verzamelde hij geluidsopnames van extreme weersomstandigheden en stedelijke fenomenen legde hij vast op 'Land' en 'The short night'. Als medecurator van 'Spire - organ works past and future' rekte hij orgelklanken eindeloos uit.

Stillupsteypa is het project van de IJslanders Sigtryggur Berg Sigmarsson and Helgi Thorsson. Na bijna twintig jaar activiteit en achttien albums vormen de heren de speerpunt van de lokale, experimentele scène, met ontelbare projecten en nevenprojecten.

‘Big Shadow Montana’ is een curieus ding dat verslavend werkt. Waar Nilsen, Sigmarsson en Thorsson zich bij Evil Madness nog ontpopten als de feestende achterneefjes van Donna Summer en Human League, is de sfeer hier omgeslagen. De plaat bevat twee trage nummers van meer dan twintig minuten, vol minutieuze details en trage loops. Onbestemd belgerinkel, fluisterstemmen en 78-toerenplaten die op 33 toeren gedraaid worden: alles glijdt voorbij als een intrigerende film in slow motion. Na de twaalfde minuut denken we dat er nog hoop is in deze wereld: de zon breekt door de donkergrijze, IJslandse wolken. Twee minuten later wordt onze hoop de grond ingeboord. Een machine wordt luidruchtig uitgeschakeld. De zon kruipt achter de gletsjers. Vreemde klanken borrelen uit analoge apparatuur aan de rand van een kolkend lavameer.

‘Big Shadow Montana’ roept herinneringen op aan de sfeertjes die Leyland Kirby creëerde met zijn project The Caretaker of aan een ingehouden Pink Floyd in Pompeï (maar dan wel in IJsland!). Ons lievelingsfragment begint ongeveer na tien minuten in het tweede nummer: een heel mooi stukje ambient dat wat doet denken aan Apparat Organ Quartet en waarin myriaden dingen tegelijk lijken te gebeuren. De muziek lijkt plots te zweven boven een kale vlakte. Onnavolgbaar!

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/304276-bj-nilsen-stillupsteypa-big-shadow-montana-

CM Von Hausswolff, '800 000 seconds in Harar'

Arthur Rimbaud maakt een plaat

Het literaire leven van de Franse dichter Arthur Rimbaud was kort. Zijn leven in Afrika bestrijkt een veel langere periode dan zijn eigenlijke dichterschap. In het Ethiopische Harar vindt de dertigjarige Rimbaud in 1884 zijn roeping als wapenhandelaar. Hij dompelt zich onder in de lokale cultuur en leert zichzelf Arabisch en Amhaars. Begin 1891 wordt hij ernstig ziek. Zijn rechterbeen is opgezwollen. In april keert hij terug naar Frankrijk, waar zijn been wordt geamputeerd. Op 10 november 1891 sterft de pas 37-jarige Arthur Rimbaud. Het museum in Harar, Maison Arthur Rimbaud, dat volledig aan hem gewijd is en waar hij verbleef, is nu nog steeds een toeristische attractie.

De Zweedse muzikant Carl Michael Von Hausswolff reisde naar Ethiopië om de voetsporen van Rimbaud te volgen. De directe aanleiding was het toneelstuk ‘I is another’ van de Zweedse regisseur Michael Azar, dat gebaseerd is op de beroemde brief die Rimbaud in zijn jeugd schreef. Azar vroeg aan Von Hausswolff om naar Harar af te reizen om daar de sfeer op te snuiven. CM verbleef er tien dagen en maakte geluidsopnames die hij verwerkte voor het toneelstuk en die tenslotte ook terechtkwamen op het album ‘800 000 seconds in Harar’ dat zopas uitkwam op Touch.

Het album bestaat uit twee langgerekte drones. Op het eerste nummer, dat nog eens onderverdeeld werd in drie stukken, gebruikt hij het geluid van het traditionele, Ethiopische strijkinstrument, de krar. Omdat hij het instrument niet echt bespeelt, bewerkte hij het met een strijkstok. Die drone werd dan gemixt met Afrikaanse omgevingsgeluiden. In het eerste deel hoor je alleen insecten, wind en spelende kinderen. Het tweede deel werd ’s nachts opgenomen in een hotelkamer. Het geluid van lekkende kranen suggereert de eenzaamheid die Rimbaud ontegensprekelijk ervoer op deze desolate woestijnplek.

De aparte cd kent weinig variatie. De echte verrassing wordt opgespaard voor het laatste nummer. 'Le dormeur du val' - of 'The sleeper in the valley' - is een van de beroemdste jeugdgedichten van Rimbaud. Het gedicht beschrijft een slapende persoon in de mooie natuur. Pas op het einde van het gedicht zoomt hij in op het lichaam en komen we tot onze ontzetting te weten dat het een dode soldaat betreft met twee rode wonden in zijn borst. Von Hausswolff had het lumineuze idee om het gedicht op zijn negentiende eeuws in morsecode te vertalen. Het lage ritme dat het nummer draagt, is dus een morsesignaal. Het resultaat is een verbijsterende en opmerkelijke track die het album ruim boven het gemiddelde luisterplezier uittilt.

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/304293-cm-von-hausswolff-800-000-seconds-in-harar-

Saturday, April 09, 2011

De metamorfosen van Verhelst - over 'Zoo van het denken' van Peter Verhelst

Het denken is een dier dat je moet beheersen. In 'Zoo van het denken' beschrijft Peter Verhelst plastisch hoe hij het denken bij de lurven vat: "We grijpen het denken bij de heupen/en laten ons opnieuw in de dieren lopen/zoals de rode gevorkte tong/van de varaan in een hert." Ooit gaf hij de poëzie op. In 1997 verklaarde hij zich dood als ‘dichter’. Dat was iets te vroeg. In 2003 verscheen ‘Alaska’. "Verhelst poëtiseert de vernietiging", schreef criticus Jos Joosten. De aversie van Verhelst voor de dichtkunst werd ingeruild voor een gestileerd imago.

In 2008 verscheen ‘Nieuwe sterrenbeelden’. De grijze omslag van ‘Alaska’ maakte plaats voor een reproductie van het schilderij ‘Paolo en Francesca’ van de Hollandse romantische schilder Ary Scheffer. De prent toont Dante en Vergilius, die het liefdespaar Paolo en Francesca ontmoeten tijdens hun gezamenlijke afdaling naar de hel. Het paar wordt betrapt op overspel, vermoord en naar de hel gestuurd. Voor eeuwig met elkaar verstrengeld worden ze in een continue wervelstorm meegesleurd zonder ooit tijd te krijgen om op adem te komen.

Wat een contrast met de flap van zijn nieuwe dichtbundel ‘Zoo van het denken’! Zwarte en witte tinten vervangen de kleuren hier. De foto op de omslag werd genomen door Johan Jacobs. We zien danser Wim Vandekeybus in een zeer dynamische pose zittend op de voorpoot van een (stervend?) paard dat de kop helemaal van hem afwendt. Vandekeybus ment het paard door de nek en de knie vast te houden, een vreemd beeld dat ondanks de verschillen toch veel gelijkenissen vertoont met het beeld van Paolo en Francesca. Verhelst heeft het voor de grote poses. De foto verwijst naar het gedicht ‘De paarden’ dat op zijn beurt verwijst naar het dansstuk ‘In spite of wishing and wanting’ van Vandekeybus, waarin dansers zich inbeelden dat ze paarden zijn. De dichter wordt danser. De danser wordt dichter. Dat wordt het duidelijkst in deze choreografie van beelden.

De gedichten in de bundel gaan allemaal over dieren. In de kafkaiaanse observaties van de eerste cyclus ‘Ladies and gentlemen, the zoo is burning’ kruipt hij achtereenvolgens in de gevlekte huid van een zwarte panter, een wapitihert, een java-aap, een sneeuwuil en zelfs het fabeldier de eenhoorn. In ‘Heraldiek’ verbindt hij op ingenieuze wijze details van schilderijen van Rogier van der Weyden met poëtische bespiegelingen over lang uitgestorven diersoorten zoals de caracara, sabeltandtijger, boninduif... In het erotisch geladen gedicht ‘Cheetahs’, dat onderverdeeld werd in een avond-, nacht- en daggedeelte, voert hij het spel verder op: katachtigen sluipen omzichtig om elkaar heen in wat op een paringspel lijkt: "twee cheetahs met uitgestrekte nek / alsof ze hun hoofd in diamanten hemel willen duwen / neusvleugels in de lucht, alsof alleen wij kunnen ruiken."

‘Nieuwe sterrenbeelden’ was een hyperromantische dichtbundel. De onmogelijke liefde werd er hypergestileerd weergegeven in weergaloze verzen. In ‘Zoo van het denken’ blijft geen spoor over van die romantiek. De gedichten zijn kil, messcherp en analytisch. Deze cyclus kan evengoed het logboek zijn van een reis naar de magnetische Zuidpool als een privétocht door het brein van Verhelst. Hersenhelften worden omhooggehouden als ijsklompen. "Huil niet/of je oogbollen bevriezen." bezweert hij zijn bemanningsleden. Gezichten die in een wak geduwd worden, krijgen een glazen hoofd. Iemand duwt zijn hoofd in de sneeuw en slaat sneeuwmaskers uit zijn achterhoofd. De cyclus eindigt met dit hopeloos verwrongen beeld: "We zitten tegenover elkaar geknield, voorhoofd tegen voorhoofd,/hand op elkaars hart, mond op mond en geslacht/onophoudelijk wrijvend in geslacht, alsof we denken/zo vuur te maken."

'Zoo van het denken' is zonder twijfel een ingenieuze en geniale dichtbundel. Soms moet je als lezer heel hard slikken. Vooral als je je vruchteloos een weg zoekt doorheen die overdaad aan kolkende beelden- en woordenvloeden. Kokhalzend snak je op de duur naar wat ademruimte en naar een gat in je verbeelding om alles wat Verhelst ons voorschotelt te kunnen bevatten. Het had soms wat soberder gemogen. Verhelst is op zijn best wanneer hij zijn denken beheerst. Uit ‘Adders van Palestina’ citeren we deze onovertroffen verzen: "Je komt op me zitten/met je rug naar me/toe,/je buigt achterover,/in je ruggengraat/buigt een adder mee:/." 'Nieuwe sterrenbeelden’ was een meesterwerk, deze bundel moet het wegens enkele zwakke passages doen met wat minder. Toch loont het de moeite om het boek eens ter hand te nemen, want 'Zoo van het denken' is de triomf van het denken van Peter Verhelst.

recensie op http://www.cuttingedge.be/books/reviews/302350-zoo-van-het-denken

Peter Verhelst, 'Zoo van het denken', Prometheus, 2011, ISBN 978 90 446 1757 3.

Wednesday, April 06, 2011

David Sylvian gaat klassiek

Dat hij niet in het lijstje van voorjaarsreleases voorkomt van Pitchfork, is tekenend voor een muzikant als David Sylvian. Als vaandeldrager van de internationale avantgarde bekleedt hij een ietwat aparte plaats in de muziekwereld. Toch werd de naakte sound van ‘Blemish’ onlangs opgepikt door het designmerk Armani, dat de ongepolijste klanken gebruikte voor een kuis reclamespotje met tennisster Rafael Nadal in de hoofdrol, zie hier voor het opmerkelijke resultaat:http://www.youtube.com/watch?v=RbfFeXPkvsQ&playnext=1&list=PL2FF4BA6C6A10DE6E. Maar kijk: het zat er al ook een tijdje aan te komen en eindelijk is het zover. Het nieuwe dubbelabum van David Sylvian werd opgenomen met een heus strijkorkest. De dubbelaar heet ‘Died in the wool’ naar een roman van de Japanse schrijver Ngaio Marsh en is een nauwe samenwerking met de Japanse hedendaagse componist Dai Fujikura. Fujikura verzorgde de klassieke, muzikale omlijsting van het meest verrassende nummer ‘Five lines’ op de verzamelaar ‘Sleepwalkers’ van eind vorig jaar. ‘Died in the wool’ bevat herwerkingen van enkele nummers van ‘Manafon’, nieuw materiaal van Sylvian, composities van Fujikura en de 50 minuten durende compositie ‘When we return you won’t recognise us’. De dubbelaar verschijnt op 23 mei. Hier is alvast de voorlopige, volledige tracklist:

Disc 1:

Small Metal Gods
Died In The Wool
I Should Not Dare
Random Acts Of Senseless Violence
A Certain Slant Of Light
Anomaly At Taw Head
Snow White In Appalachia
Emily Dickinson
The Greatest Living Englishman (Coda)
Anomaly At Taw Head (A Haunting)
Manafon
The Last Days Of December

Disc 2:

When We Return You Won't Recognise Us

http://www.davidsylvian.com/diedinthewool/