Tuesday, June 22, 2010

Oneohtrix Point Never - 'Returnal'

ALIEN MET HOOIKOORTS

Van de overkant van de grote plas komt een nieuwe muzikale stroming op ons af. Een clevere journalist vond de naam ‘hypnagogic music’ uit voor het genre. Vrij vertaald betekent dat zoiets als ‘droom-’ of ‘hypnoseopwekkend’. De veelal spacey en droney muziek grijpt terug naar de Europese kosmische muziek en de krautrock van de jaren zeventig en tachtig. In tijden van crisis kopen Amerikaanse jongeren oude en goedkope analoge synths. Ze luisteren naar oude platen van Klaus Schulze, Popol Vuh of Tangerine Dream... Hun muziek klinkt navenant. De hypnagogics vormen geen aaneengesloten groep maar opereren los van elkaar in verschillende delen van de States op soms meer dan duizend kilometer van elkaar. De belangrijkste exponenten van het genre op dit ogenblik zijn Emeralds uit Cleveland en schrijver/musicus Daniel Lopatin aka Oneohtrix Point Never uit Massachussets.

‘Returnal’ is het vierde album van Daniel Lopatin. Eind 2009 verscheen de indrukwekkende dubbele cd set ‘Rifts’, waarop hij zijn drie vorige albums ‘Betrayed in the Octagon’, ‘Zones Without People’ en ‘Russian Mind’ compileerde. Het album werd in Engeland opgepikt werd door het vooraanstaande muziekblad The Wire en Oneohtrix werd uitgeroepen tot een hype. De Britten waren meteen wild van de sound van Oneohtrix Point Never. Aan het vierde album ‘Returnal’ werd dan ook heel veel zorg besteed. Pita Rehberg van het Weense Editions Mego was er als de kippen bij om de cd te releasen op zijn label. De Amerikaanse veelgevraagde undergroundproducer James Plotkin masterde de plaat. Stephen O’Malley van het gitzwarte collectief Sunn))))o verzorgde de hoes. Het betekent wel wat als je zo’n namen achter je krijgt. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen voor ‘Returnal’.

Lopatin lost die verwachtingen behoorlijk in. Hij haalt zijn inspiratie uit science-fiction en utopische toekomstvisies. Het album begint erg atypisch met het chaotische ‘Nil Admirari’, een zinderende en kletterende noisetrack inclusief gemuteerde klaagzang. Het nummer doet wat denken aan wat O.S.T., Phthalocyanine, Low Res of Eight Frozen Modules eind jaren negentig uitrichtten met oude apparatuur. Op ‘Describing Bodies’ en ‘Stress Waves’ neemt hij gas terug voor een kamerbreed uitgemeten synthesizersound en diepe atmospherics. Echt interessant wordt het album op de titeltrack ‘Returnal’ met een vocal als een alien met hooikoorts. ‘Returnal’ is een vreemde bijna buitenaardse ballade die de hype rechtvaardigt en zich in je geheugen nestelt. Op de melancholische sounscapes ‘Pelham Island Road’ en ‘Where Does Time Go’ en het ambient werkstuk ‘Ouroboros’ breekt de zon even door het duister om dan meteen weer kopje onder te duiken in het dreigende en percussieve ‘Preyouandi’ dat eindigt met een bijna hymnisch zingende hogepriester Lopatin. Of is het een sample? ‘Returnal’ is een hoogst origineel album dat gemaakt werd met oeroude instrumenten. We kunnen niet wachten om meer van deze band te horen!

Oneohtrix Point Never, 'Returnal', albumreview op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/235677-oneohtrix-point-never-returnal-

Jon Hassell, 'Last night the moon came dropping its clothes in the street'

Ellington’s arrangement of “Caravan” makes the song. Starting in a minor key and performed with a Middle Eastern beat, the music creates an exotic atmosphere, all the while conjuring up such elements as camels, tents and the desert. - Jeremy Wilson over de jazz-standard ‘Caravan’ van Duke Ellington/Juan Tizol, www.jazzstandards.com

Eind jaren tachtig van de vorige eeuw was fusionjazztrompettist Jon Hassell in muzikaal opzicht zo hot dat hij in het zog van Eno’s Opal label een deal in de wacht sleepte met major Warner Brothers. Twee overgeproduceerde albums vol steedse rap- en hiphopinvloeden later ('City: Works of Fiction' uit 1990 en 'Dressing For Pleasure' uit 1994) sprong de deal af. Hassell zat een tijdlang zonder platencontract. Na een periode van herbronning kwam in 1999 het sobere 'Fascinoma' uit op het piepkleine Water Lily Acoustics, in een productie van niemand minder dan Ry Cooder met ondersteuning van akoestische zwaargewichten als Jacky Terrasson, Jamie Muhoberac, Rick Cox, e.a.

Voor 'Last night the moon came dropping its clothes in the street' werkte jazztrompettist Jon Hassell voor de eerste maal rechtstreeks samen met het vooraanstaande ECM-jazzlabel van Manfred Eicher. De opnames gebeurden in de Studios La Buissonne in de Franse Vaucluse. Na een aantal problematische pogingen tot samenwerking, waaruit bleek dat de ‘magie’ er niet echt was, ging elk zijn eigen weg. Toen de releasedate van het album eraan kwam, zat Hassell met de handen in het haar. Uit enkele sessies met Peter Freeman van zijn band Maarifa Street en opnames ten huize van gitarist Rick Cox had hij een album samengesteld met een mix van studio- en liveopnames.

Te eclectisch voor jazzpuristen en niet cerebraal genoeg voor de experimentele jazzmusici. Zo zou je de loopbaan van Hassell kunnen omschrijven. Van ‘Vernal equinox’ uit 1977 tot ‘Last night the moon came…’ verliepen vier grillige decennia met een vijftiental zeer verscheiden albums op diverse labels en evenveel opvallende samenwerkingen, met onder meer Talking Heads, Peter Gabriel en David Sylvian. Manfred Eicher drukte vooral zijn stempel op het eerste nummer ‘Aurora’. De bijna onherkenbaar gemuteerde trompet van Hassell werd ver naar achteren in de mix weggestopt ten voordele van de athmospherics en live sampling van Jan Bang. Het is gelukkig de enige echte ECM-track op de cd.

Pure Fourth World op ‘Abu Gil’: noord en zuid vinden elkaar in deze ode aan de orkestrale composities van vadertje Gil Evans. Flarden ‘Caravan’ en Evans drijven voorbij terwijl de oosters klinkende viool van Kheir Eddine M’Kachiche zich aanschuurt tegen de zwevende trompet van Hassell en de gitaar van Eivind Aarset. ‘Courtrais’ werd in november 2007 opgenomen tijdens een optreden in Kortrijk met een droombezetting, waaronder percussionist Steve Shehan, bassist Peter Freeman en de Noorse jazzvirtuoos Jan Bang.

Het tempo zakt drastisch op de door de bas van Freeman en de trompet van Hassell gedragen atmosferische tracks ‘Northline’, ‘Blue period’ (een herwerking van ‘Amsterdam blue’ van de soundtrack van de Wim Wenders film ‘Million dollar hotel’) en het vederlichte ‘Light on water’. De rest van het album wordt opgevuld met de ultrakorte muzikale miniaturen ‘Clairvoyance’ en ‘Scintilla’. 'Geluid als kalligrafie', vatte Hassell zijn werkmethode samen in een recent interview met het internetmagazine All That Jazz. Een puike prestatie!

dit artikel verscheen onder de titel 'Blazen naar de maan' op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/235445-jon-hassell-last-night-the-moon-came-dropping-its-clothes-in-the-street-

Jotie T'Hooft, 'Verzameld werk'

T’HOOFT, HET HART & DE HANDEN

Als Jotie T’Hooft nog geleefd had, wie of wat was hij dan geweest? Een Freddi Smekens, die hangend aan een toog in Brussel in zijn eigen bierlucht gedichten citeert? Een Marcel Van Maele, die ‘de tijdsgeest met een zelfde meesterschap en zekerheid verwoordt als een Allen Ginsberg in Amerika’? Of een Leonard Nolens, die ‘allitererend en woordversmeltend bij de critici een dor gerochel doet ontstaan over de grens tussen poëzie en proza’? Of nog, was hij een Hugues C. Pernath geworden, op ‘vrij eenzame hoogte door zijn brede, meeslepende verwoording en zijn grootse visie’? Zeker is dat een groot deel van de geschriften, die in zijn ‘Verzameld werk’ opgenomen werden, nooit het daglicht zouden gezien hebben. Welk schrijver kan immers verdragen dat zijn vroegste pennenvruchten aan de spiedende en vernietigende blik van de critici blootgegeven worden? Niettemin …

Leg je de turf zo voor je, dan lijkt hij wat op een zwierig doodskistje: inktzwart, ingelijst met wat paars en een schattig zwart lintje in het boek gevouwen. De overwegend donkere kaft wordt versierd met psychedelische, zilveren letters die 'Jotie T'Hooft, Verzameld werk' en de naam van de uitgeverij spellen. Ook de binnenkant oogt prachtig: mooi zetwerk en een papiersoort die eerder doet denken aan een nieuwe versie van de bijbel dan aan een gedichtenbundel. De gedichten, teksten en brieven zijn zorgvuldig verzameld en geannoteerd door Marie Lesy, met een verantwoording maar geen echt voorwoord. Hoger ingeschatte dichters hebben het ooit met minder moeten doen.

Het ‘Verzameld werk' telt negenhonderd bladzijden. T'Hooft drukt je met de neus op de feiten. De veel te jong gestorven schrijver had van in het begin een zeer duidelijke visie. Dat merk je doorheen dit boek. Wars van overdreven sentiment en goedkope emotie, kon hij van bij het prilste begin van zijn schrijverscarrière al vrij hard uit de hoek komen en je compromisloos bij de lurven vatten met zijn woorden. In het gedicht ‘De zee' schrijft hij ‘de zee een vals gebit/machteloos frazelend/tussen de kale dijken/van een vervuild bestaan'. Dit zijn geen woorden van een overgroeide puber! Het is allemaal vroegrijp, maar T'Hooft is ons insziens nooit minder dan aangrijpend. Voor deze uitgave is gekozen om geen ingrepen te doen en om zijn taal- en spellingsfouten niet te verschonen en de teksten te laten zoals hij ze schreef. Dat verhoogt in grote mate de authenticiteit van de geschriften.

Marie Lesy leverde prachtig werk met deze uitgave. Er werd geen selectie gemaakt op basis van criteria als kwaliteit of afgewerktheid. De editie maakt alle overgeleverde documenten voor een ruim publiek toegankelijk in een verzorgde editie met een minimum aan ingrepen, die in een hoofdstuk ‘Tekstconstitutie' nog eens minutieus opgesomd worden. Voor het eerst krijgt het lezerspubliek een sober werk zonder overdaad aan biografische informatie en beeldmateriaal. Zoals Lesy het stelt in haar verantwoording: dit ‘Verzameld werk' is een terugkeer naar de bron, zonder pittige details of voyeurisme.

De enige toegeving die ze doet, is de inlassing van drie interviews naar aanleiding van de verschijning van ‘Junkieverdriet', onder meer met Daniel Billiet van de Poëziekrant, met Luuk Gruwez en met W.M. Roggeman. Generaties en generaties laafden zich al aan het werk van T'Hooft. De nieuwe uitgave stelt zijn werk zoals het was opnieuw tentoon voor een nieuwe generatie jongeren en ouderen. Het laatste woord over Jotie T'Hooft is bij deze nog niet geschreven.

'Verzameld werk' van Jotie T'Hooft, Meulenhoff/Manteau, 2010, ISBN 978 90 8542 181 8.

recensie verscheen op www.cuttingedge.be

Paul Celan, Ingeborg Bachmann, 'Een dramatische liefde - Briefwisseling Ingeborg Bachmann-Paul Celan'

WATER EN VUUR

Veertig jaar geleden gooide Paul Celan zich van de Parijse Pont Mirabeau. De Joods-Roemeense dichter overleefde een naziwerkkamp, maar antisemitische aanvallen op zijn werk en plagiaatbeschuldigingen dreven hem van depressie naar psychische instorting en ten slotte naar de dood. De Duitse schrijfster Ingeborg Bachmann stierf op 17 oktober 1973 in een ziekenhuis in Rome aan de gevolgen van een woningbrand. De these van een zelfmoord werd nooit uitgesloten. De twee tenoren van de Duitse literatuur begonnen in 1948 een 'exemplarische' liefdesrelatie waaruit tussen 1948 en 1967 een intense briefwisseling ontstond.

Bachmann en Celan ontmoetten elkaar voor het eerst tijdens het voorjaar van ’48 in het naoorlogse Wenen. Eind september van dat jaar verscheen zijn eerste bejubelde dichtbundel ‘Der Sand aus den Urnen’. De jonge veelbelovende studente Bachmann promoveerde met een proefschrift over Heidegger. Moeizame pogingen om een vergelijk te vinden liepen vast op onverzoenlijke tegenstellingen en pijnlijke meningsverschillen. De eerste brieven klinken bijna euforisch en lyrisch. Na verloop van tijd krijgt de briefwisseling een bittere ondertoon.

Eind december '50 ontmoetten ze elkaar in Parijs. Daarna zou het vier jaar duren voor de twee schrijvers opnieuw met elkaar in contact kwamen. Eind '56 verbleef Bachmann zonder medeweten van Celan in Parijs. Het onwaarschijnlijke gebeurde. In oktober '57 troffen ze elkaar ‘onverwachts’ op een symposium over literatuurkritiek. De liefdesrelatie werd kortstondig hervat. Een periode van intense briefwisseling volgde. Celan overstelpte Bachmann met brieven en gedichten. Dit keer was zij het die hem op een afstand hield. Hij was immers getrouwd en hij had een zoon. 'Je weet ook: je was, toen ik je ontmoette, beide voor mij: het zinnelijke en het geestelijke. Dat kan nooit gescheiden worden, Ingeborg.'

Eind '57 en einde '58 reisde Celan nog drie keer naar München om bij Bachmann te zijn. Wenen, Parijs en München werden later de referentie voor meerdere gedichten. Eind juni 1958 verbleef Ingeborg Bachmann een poos in Parijs. Ze ontmoette er zowel Celan als zijn vrouw Gisèle Lestrange. Enkele maanden later begon ze een relatie met de romanschrijver Max Frisch. Celan kreeg het almaar moeilijker. Plagiaatbeschuldigingen, antisemitische aanvallen op zijn werk, een zeer kwetsende recensie van de Duitse criticus Günter Blöcker brachten hem op het randje van de wanhoop. Vastgeraakt in een verzengende spiraal van groeiend onbegrip, manische depressie en uiteindelijk complete waanzin, probeerde hij op 24 november '65 zijn vrouw te vermoorden.

‘Een dramatische liefde’ is geen evident boek. De confronterende lectuur vraagt om een voortdurende concentratie en aandacht. De soms pijnlijk persoonlijke brieven, telegrams en korte notities zijn slechts onderbrekingen van de diplomatische stilte tussen Celan en Bachmann. Uit angst om elkaar nog verder te kwetsen blijft veel daarbij ongezegd. Celan en Bachmann waren zich bewust van hun belangrijke positie in de naoorlogse Duitstalige literatuur en van de invloed die ze op elkaar hadden. Ze zagen het belang in van hun briefwisseling, hoe sporadisch die ook verliep. Ondanks de onoverbrugbare persoonlijke tegenstellingen, blijven ze voor eeuwig verbonden door de brieven die een brug schiepen naar hun beider oeuvre. Dat hun levenslot bijzonder tragisch verliep, geeft aan hun correspondentie na bijna een halve eeuw een mythische draagkracht.

recensie verscheen op www.cuttingedge.be

'Een dramatische liefde - Briefwisseling Ingeborg Bachmann-Paul Celan', vertaald door Paul Beers, Meulenhoff/Persona, 2010, ISBN: 9 789029 084789.

Monday, June 21, 2010

Osh. As it was (story of militia major)

"Mercenaries – bluff. Drug kingpins – bluff. Criminal – bluff. I do not know who invented it and why. To justify the carnage? There is no work for mercenaries here. Drug kingpins and criminal trouble waters? In the calm and cozy Osh they were carefree. They did not need this war at all. They have gone to bottom now. Snipers? Yes, they exist. Believe me. I cannot disclose operative and investigative secrets. But snipers existed and still remain in plenty."

http://eng.24.kg/community/2010/06/21/12173.html

Brendan Perry - 'Ark'


KLAAGZANGEN VAN EEN OUDE MAN

De laatste wereldtournee van Dead Can Dance dateert alweer van 2005. Of het duo Brendan Perry en zijn muse Lisa Gerrard ooit nog samen zal optreden, is zeer de vraag. Gerrard legde zich intussen met veel succes toe op soundtracks voor grootse Hollywoodproducties. Haar stem kon je onder meer horen in Russell Crowe’s ‘Gladiator’. Vorig jaar ging ze op tournee met krautrocker Klaus Schulze. Perry trok zich terug in relatieve isolatie in het dorpje Cavan op het Ierse platteland waar hij zich toelegde op muziek, astronomie en arboricultuur. Zijn eerste soloplaat ‘Eye Of The Hunter’ uit 2003 werd opgenomen in zijn eigen Quivvy Church studio in County Cavan. Zeven jaar later ligt zijn tweede worp hier voor ons. Het in eigen beheer uitgebrachte ‘Ark’ is een typische Brendan Perry album geworden maar dan wel één met met een duister randje.

Dat Dead Can Dance tijdens zijn bijna 20-jarig bestaan last had van een zeker cultuurpessimisme en een uiterst sombere visie op de wereld, is een understatement. Het was de prachtige stem van Lisa Gerard die meermaals de balans deed overslaan en die het muzikaal palet van de groep verrijkte. Zij liet het licht toe in veel van de albums van Dead Can Dance. De songs, die door Brendan Perry gezongen werden, handelden meestal over het onrecht in de wereld en ze gaven blijk van een bijna ondraaglijke smart en melancholie om het voorbijgaan van de tijd en het verval van de wereld. Velen kickten vooral op het stemgeluid en het charisma van Lisa. Ons blijft de gedragen stem van Brendan Perry het meeste bij. ‘Ulysses’, ‘Anywhere out of the world’ en ‘Severance’ behoren tot onze favoriete songs aller tijden.

Een soloalbum van Perry verschilt in eerste instantie niet zo gek veel van een gewoon Dead Can Dance album. De tracks ‘Babylon’ en het veel te lang uitgesponnen ‘Crescent’ zijn zelfs speciaal gecomponeerd voor de reünietournee van 2005. ‘Crescent’ bloeit traag open met die typische bijna Oosterse percussie die je bijvoorbeeld ook vindt op het Dead Can Dance nummer ‘Cantara’. De songs ‘The Bogus Man’, ‘Babylon’ en ‘This Boy’ vormen een centrale trilogie waarin Perry filosofeert over corruptie en oorlogsgeweld. De echte verrassing van het album vormt het uiterst wrange ‘Inferno’ waarin hij zijn pessimistische wereldvisie samenvat: I watch the tv, it’s my world/It takes my mind beyond these walls/The more I see the less I care/For all the people out there. De albumtitel en het centrale thema ‘Ark’ werden gelicht uit het 7 minuten durende ‘The Devil and the Deep Blue Sea’ dat handelt over de bijna onafwendbare ondergang van de aarde.

‘Ark’ is een ondraaglijk donker album geworden. Er wordt ons geen sprankel hoop gegund. Kille, synthetische soundscapes vervangen de live instrumentatie van ‘Eye of the Hunter’. Drumcomputers en bassen overheersen het album. Perry nam het album op ver van de bewoonde wereld met als gezelschap een computer en een tv. Zijn klagerige en monotome stem, de monomane thema’s, de plechtige en bijna symfonische muzikale omlijsting maken het ons niet altijd makkelijk. Ons idee is dat ‘Ark’ muzikaal en tekstueel eigenlijk het nieuwe Dead Can Dance album vormde. Onderweg liep iets grondig fout. De platenmaatschappij wou niet meer. Het klikte niet meer tussen Perry en Gerrard. Of Perry gaf er gewoon de brui aan… Wat maakt het uit? Het prachtige ‘Wintersun’ bloeit open als een mistige Ierse winterdag. En ‘Utopia’ bezit de prachtigste lyrics die we dit jaar hoorden: I feel greater than the sum of all my parts/A domestic beast with a hairy heart. En dan verder: My love is like a bright guiding light/Shining in the dark of the night/The star of my utopia.

Brendan Perry, 'Ark' cd review te lezen op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/235689-brendan-perry-ark-

Wednesday, June 16, 2010

De duivel in Hope Sandoval



Een beetje vergeten tussen het overaanbod, maar nu weer actueel door een prachtige videoclip en een samenwerking met Massive Attack: de mooie Hope Sandoval is terug. Bijna een decennium scheiden 'Through the devil softly' van 'Bavarian fruit bread'. De fans van de voormalige frontvrouw van Mazzy Star zijn hondstrouw. Jarenlang bevolkten ze de fansites met bijna pathetische oproepen om nieuw materiaal uit te brengen. Sandoval bleef al die tijd gehuld in een hooghartig zwijgen. Hier en daar werd ze gespot in coffeeshops in en rond LA, maar ze leek verloren voor de muziek. Het nieuwe album met de Warm Inventions, 'Through the devil softly' verschijnt dertien jaar na het laatste album van Mazzy Star en acht jaar na haar laatste soloalbum.

De nieuwe single 'Trouble' is een dijk van een nummer, dat in een eerlijke wereld een onwaarschijnlijke hit zou kunnen worden. De song klinkt bijna als Mazzy Star uit de late dagen of als een nieuw nummer van My Bloody Valentine met die breed uitgesmeerde wall of sound van Colm Ó Cíosóig (gitarist en drummer van My Bloody Valentine). Aan de plaat werd eind vorig jaar een bescheiden 'wereldtournee' in intieme en zeer kleinschalige locaties gebreid. De optredens in de VS en Europa waren zeer wisselvallig van kwaliteit. Gelukkig maakt het album ons ietwat gelukkiger. De single 'Blanchard', voorloper 'Wild roses', 'For the rest of your life', 'Lady Jessica and Sam', 'Sets the blaze', 'Thinking like that', 'There's a willow', 'Trouble' en 'Fall aside' zijn intieme en soms erg frêle songs. De wonderlijke stem van Sandoval staat nog altijd als een huis. Ze is bovendien op haar 43e nog even bloedmooi.

De comeback van Hope Sandoval is wat ons betreft een maat voor niks voor het grote publiek. Dit album wordt niet opgepikt, tenzij door ingewijden. Ze is te lang weggeweest. Haar songs zijn bijna niet meer van deze tijd. In al die jaren is er nauwelijks iets veranderd. De onderwerpen bleven hetzelfde. De muzikanten van 'Through the devil softly' spelen ook op 'Bavarian fruit bread'. We vinden het ook spijtig dat ze de vernieuwende bijdragen, die ze leverde voor jazzgitarist Bert Jansch, Chemical Brothers, Vetiver, Death In Vegas en The Jesus And Mary Chain niet door kan trekken op haar eigen soloalbums. Er is de belofte van een nieuwe plaat van Mazzy Star die dit jaar nog zou verschijnen. Maar luister vooral eens naar 'Paradise circus' van de nieuwe plaat van Massive Attack om de duivel in Hope Sandoval opnieuw te horen. 'Through the devil softly' is een té bescheiden juweeltje.

cd review verscheen op
http://www.cuttingedge.be/music/reviews/235036-hope-sandoval-the-warm-inventions-through-the-devil-softly-

'Through The Devil Softly' Hope Sandoval & The Warm Inventions', Nettwerk Records, zie http://www.hopesandoval.com/. Het album is verkrijgbaar via http://www.amazon.co.uk/

Tuesday, June 15, 2010

People Like Us & Wobbly - 'Music for the Fire'


MUZIEK VOOR IN HET HAARDVUUR

In den beginne was er de analoge magnetische tape. Toen kwam iemand op het lumineuze idee om de tape te splicen en met de aparte stukjes een volledig nieuw muziekstuk te maken. Die collagetechniek opende onvermoede mogelijkheden. Je kon er immers een bestaand muziekgenre mee parodiëren. De eerste die daarmee begon, was de Amerikaan John Oswald. In 1989 bracht hij een verknipt samplingalbum uit dat ‘Plunderphonics’ heette. Op de hoes plakte hij het hoofd van Michael Jackson op het naakte lichaam van een Kaukasische vrouw. De platenmaatschappij van Jackson steigerde. Het kwam tot een ophefmakende rechtszaak. Oswald had een nieuw genre gecreëerd: de plunderphonics. Hij kreeg gauw navolging. De legendarische groep Negativland bracht in ’91 een album uit dat ‘U2’ heette en evenveel ophef veroorzaakte. Don Joyce en zijn bende werden tegen wil en dank zelf een supergroep en werden door de advocaten van U2 voor de rechter gedaagd en nagenoeg het bankroet ingejaagd.Het verhaal haalde de nationale en internationale pers en werd uitgebreid gedocumenteerd in het boek ‘Fair use. The story of the letter U and the numerical 2’.

Toen kwamen de digitale geluidsdragers. Het bijzonder tijdrovende werk van het splicen en het terug samenlijmen van uit verschillende bronnen afkomstige stukjes muziek, werd een pak eenvoudiger door de opkomst van de computer en de bijbehorende samplingsoftware. Nagenoeg iedereen kon nu vrij over de nieuwe samplingtechnieken beschikken. Een zekere Philo T. Farnsworth (let op: dit is een schuilnaam!) startte halfweg de jaren negentig zelfs een muziekplatform dat zich volledig toelegde op ‘plunderphonics’. Illegal Art was geboren. In 1998 bracht hij ‘Deconstructing Beck’ uit. Verschillende artiesten uit het undergroundcircuit sampleden de songs van de toen razend populaire rockartiest Beck en maakten nieuwe nummers met behulp van de samples. Illegal Art koos Beck omdat hij zelf samples gebruikt van andere artiesten om zijn eigen nummers te componeren. Hij deed dat weliswaar tegen betaling! Illegal Art gebruikte Beck gratis. Die kon gelukkig wel lachen om de cd waarin zijn werk uitgebreid gesampled werd en het kwam dit keer niet tot een proces wegens copyright infringement. Beck profiteerde wel van de reclame en het commerciële succes van de ‘Deconstructing Beck’ cd want de zaak werd weer eens breed uitgesmeerd in de muziekpers.

Het collectief Illegal Art profiteerde in de meer dan tien jaar van zijn ondergronds bestaan van de verregaande veranderingen in de muziekwereld en werd een gerespecteerd bovengronds pay-what-you-want muziekplatform en een model voor downloads van een zeer hoge en consistente kwaliteit. Tal van merkwaardige releases volgden elkaar gedurende de jaren op. Aan de laatste release ‘Music for the Fire’ van People Like Us & Wobbly merk je dat ‘plunderphonics’ een volwaardig en erkend genre geworden is. Niemand kijkt nog op van een sample meer of minder. Het maatschappijkritische is er van af. Dolly Parton, The Carpenters, Lionel Ritchie, Lou Rawls, Barry White en talloze andere muzikanten fietsen vrolijk voorbij in de bonte en ingenieuze muzikale collageconstructies van de Britse Vicky Bennett alias PLU en de Amerikaan Jon Leidecker aka Wobbly. De vroegere plunderphonics hadden nogal eens de neiging om onbeluisterbaar en chaotisch over te komen bij de luisteraar. Maar Leidecker en Bennett werken al sinds 1998 samen via live improvisatie en online uitwisselingen en slagen erin om het genre te perfectioneren en er een coherent en af en toe zelfs zeer entertainend geheel van te maken. De muziekcollages volgen in elkaar hoog tempo op en draaien rond één thema: gebroken relaties, verkeerde communicatie en hartenpijn. Er zit zelfs een lyric sheet bij de cd. ‘Hello’ samplet stukjes Lionel Ritchie. Op ‘Fertile’ hoorden we waarempel onze eigenste Jacques Brel opduiken. Het korte ‘Bad news’ beweegt zich in een vicieuze cirkel omheen de donkere soulstemmen van Barry White en Lou Rawls. Op het hilarische ‘Pain’ gaan jodel- en piepstemmetjes aan de haal met ‘Yellow Brick Road’ van Elton John. ’Music for the Fire’ is een vernuftig samengestelde en hilarische cd. Maak er met je vrienden een spelletje van om de meeste samples te raden. Ondanks de heikele thema’s amusant en cheesy luistervoer!

People Like Us & Wobbly, 'Music for the Fire' cd review op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/234697-people-like-us-wobbly-music-for-the-fire-

Friday, June 11, 2010

Alva Noto & Blixa Bargeld - 'ret marut handshake'

ELEKTRISCHE HANDDRUK VAN EEN ZWARTE KRAAI

Een optreden van de woeste Einstürzende Neubauten in het slaperige Kortrijk in het begin van de jaren tachtig zorgde ooit voor een zware rel. De band maakte zoveel kabaal met hun zelf gefabriceerde instrumentarium dat alle veiligheidszekeringen van de concertzaal de Limelight aan diggelen gingen en dat de boel bijna in de fik vloog. De band moest zonder elektriciteit het optreden afwerken. Was het louter een ongeval of was het doelbewuste sabotage van slapeloze buren? We zullen het waarschijnlijk nooit te weten komen... Zeker is dat sindsdien elektrische bands niet meer welkom waren in Kortrijk. 'Electricity' is waarlijk 'fiction', zo konden de bandleden toen aan den lijve ervaren. Of het nummer autobiografisch is of niet, 'Electricity is fiction' is één van de 5 van elektriciteit zinderende tracks van de ep 'ret marut handshake' van Einstürzende frontzanger Blixa Bargeld samen met Carsten Nicolai aka Alva Noto.

De samenwerking tussen Bargeld en Nicolai begon in 2007 tijdens een optreden in San Francisco. Zo op papier lijkt de gewaagde alliantie van de vocale acrobatieën van Bargeld en de elektronische experimenten van de Berlijnse avant-garde technoproducer voor elektrische vonken te zullen zorgen. De schuurpapieren stem én gitaar van Bargeld maakten jarenlang deel uit van Nick Cave & Bad Seeds. Met zijn industrieel combo Einstürzende Neubauten teistert hij al ruim 30 jaar alle internationale podia. Nicolai daarentegen kan zelfs de flauwste technodeun omvormen tot iets dat levensgevaarlijk klinkt. Hij werkte samen met zowat iedereen in de experimentele muziekmarge, van Michael Nyman tot Ryuichi Sakamoto.

Het acht minuten durende nummer ‘ret marut handshake' is een echte hellraiser geworden. Ret Marut is het pseudoniem van de schrijver B. Traven (1890-1969), één van de meest mysterieuze, Duitse schrijvers. Literatoren zijn het er nog steeds niet over eens of B. Traven wel degelijk Ret Marut was. Hij schreef succesvolle romans als Het dodenschip, De schat van de Sierra Madre en De derde gast. Het personnage ret marut past perfect bij Bargeld. 'Ich schreibe nicht, ich schreie' keelt hij. Haarsplijtende beats en metalige voiceovers maken van het nummer één van de meest gedurfde en geschiftste technotracks van 2010.

De rest van de ep lijkt hierbij vergeleken lichte en doodgewone kost. Het reeds aangehaalde 'Electricity is fiction' is een van statische elektriciteit knisperende track die zo op elk recent Neubauten-album had kunnen prijken. Ergens halfweg wordt het nummer uit elkaar gereten door de oerschreeuw van Graaf Bargeld. 'I wish i was a mole in the ground' is een versie van een folkdeuntje dat ooit gezongen werd door Bob Dylan. 'Bernsteinzimmer' is een vrij korte lyrische beschouwing over eenzaamheid. ‘One’ is een verrassende en door Bargeld erg gloedvol gezongen cover van een song van Harry Nilsson. De ep 'ret marut handshake' is een voorproefje van wat er ons te wachten. In september 2010verschijnt een full-cd van beide heerschappen op Nicolai’s Raster-Noton label...


Alva Noto & Blixa Bargeld, 'ret marut handshake' ep review op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/234588-alva-noto-blixa-bargeld-ret-marut-handshake-

Greie Gut Fraktion - 'Baustelle'



TWEE FREULES OP EEN BOUWWERF

Het eenmalige project Greie Gut Fraktion bestaat uit de Duitse freules Antye Greie en Gudrun Gut. De zeer productieve Antye Greie stond aan het eind van de jaren negentig aan de wieg van de Duitstalige triphop met het fijnzinnige duo Laub, dat nooit echt spectaculair doorbrak maar toch een behoorlijke schare fans wist op te bouwen met een paar door de kritiek zeer gesmaakte albums. Na Laub, dat in 2007 nog eens kortstondig opnieuw tot leven kwam, vestigde ze zich in Hailuoto Finland aan de zijde van technopionier Vladislav Delay en legde zich toe op het meer experimentele en poëtische doe-het-zelf project AGF en samenwerkingen met Delay, Craig Armstrong en nu ook Gudrun Gut. Gut runt vanuit Berlijn het toonaangevende Monika Enterprise technolabel en brengt zelf af en toe een album uit. De laatste ‘I put a record on’ bracht haar op een wereldwijde tournee naar Nieuw-Zeeland, Australië, Rusland en zelfs China.

De twee technoladies startten in de winter van 2008 met een gezamenlijk project dat ‘Baustelle’ gedoopt werd. Aanleiding was een opdracht van het BBC-laatavondprogramma ‘Late Junction’ om een versie in elkaar te flansen van het aanstekelijke neue Deutsche Welle hitje uit het begin van de jaren tachtig ‘Wir bauen eine neue Stadt’ van het vergeten groepje Palais Schaumburg van Holger Hiller en de nog immer zeer actieve Thomas Fehlmann. Als smaakmaker en als aparte cd is er dus eerst en vooral de remix-ep ‘Wir bauen eine Stadt’ van het onfortuinlijke Palais Schaumburg. Als je het ons vraagt: in de versie van de twee dames wordt dit een geheide internationale hit … De hoekige, funky en complexe avant-garde ritmes van het onvergetelijke origineel werden omgebouwd tot een stuwende en beenharde technotrack die zo de Berlijnse clubs in kan. De mini-cd bevat verder een loeiende en donkere deconstructie van die andere Duitse beeldenstormer Karsten Nicolai aka Alva Noto en twee rustiger Freiland Klaviermixen van Wolfgang Voigt aka Gas aka Mike Ink.

De aanvankelijke samenwerking was artistiek gezien zo’n succes dat Gut en Greie meteen besloten om de overwegend mannelijke wereld van de bouwvakkers in te duiken en een volledig album op te nemen opgetrokken rond geluiden van bouwwerven in en rond hun respectievelijke steden. Vanuit hun woonplaatsen Berlijn en Hailuoto zonden ze elkaar online technotracks en geluidsflarden en -fragmenten waarmee ze aan de slag gingen. Drilboren, hamers, cementmixers, e.d. werden verwerkt in elf technotracks.

De volledige cd ‘Baustelle’ gaf ons een eerder onaffe indruk. We konden ons niet van het gevoel bevrijden dat de versatiele technodames het project (wegens te drukke bezigheden?) al in een vroeg stadium opgaven en nooit tot het uiterste doorvoerden. De mogelijkheden van het thema, opbouwen en afbreken, constructie en deconstructie, worden nooit volledig uitgebuit en ze verliezen zich meermaals in nodeloos experimenteel gefriemel zoals op ‘China memories’ en ‘White oak’. De cd begint nochtans heel spannend met het snijdende ‘Cutting Trees’ opgebouwd rond echte cirkelzaaggeluiden en een pompend ritme én met de albumversie van ‘Wir bauen eine neue Stad’. Waar de beukende technomuziek gewoon voor zich zelf spreekt, zoals op de spannende tracks ‘Drilling An Ocean’ en ‘Make it work’, werkt het procédé naar behoren… Als de ego’s van de meisjes de overhand nemen, dan haalt het album niet meer hetzelfde niveau als voorheen en loopt één en ander zelfs grondig fout. Erbarmelijk Engels, foute lyrics en mager zangtalent nekken meermaals het album. Een goeie raad: download de remixes van ‘Wir bauen eine neue Stadt’ samen met ‘Cutting Trees’, ‘Drilling an ocean’ en ‘Make it work’. Da’s ruim voldoende!


Greie Gut Fraktion, 'Wir bauen eine neue Stadt remix' ep en 'Baustelle' cd review op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/234578-greie-gut-fraktion-baustelle

Friday, June 04, 2010

Mark Mcguire (EMERALDS) - Tidings / Amethyst Waves

Trying to put the last 15 years of music into context, you’d be hard pressed to get anyone to agree on a single thing. If anything, this period has been a collective convergence of all things cool-sounding: naïve experimentalism, academic composition, art-rock synthesis, electronic nihilism/flagellation, and, well, everything else. Mark McGuire could muddy anyones interpretation of the contemporary canon with his buddies in the triadic mega-unit, Emeralds, his collaborative outings in Sun Watcher and Skyramps (with Daniel “Oneohtrix Point Never” Lopatin), and his prolific, yet well-executed, solo work.

zie verder: http://www.weirdforest.com/store/bandPages/mark-mcguire.html#mcguire

interview met Steve Hauschildt van Emeralds op http://www.cuttingedge.be/column/3517-de-kroonjuwelen-van-amerika-over-does-it-look-like-i-m-here-van-emeralds

Thursday, June 03, 2010

Europa als fata morgana

"Ik wil tussen 19 en 27 juli Londen bezoeken samen met mijn echtgenote. Zij bezit een Russisch paspoort. We zijn gehuwd sinds februari 2009. We doen dus een aanvraag bij het Brits consulaat in Brussel om een visum te verkrijgen om ’samen’ naar Londen te reizen. Het bezoek zou een week duren en we logeren bij de ma van mijn vrouw."

zie verder: http://www.medium4you.be/Europa-als-fata-morgana.html

Tuesday, June 01, 2010

Witness and participant: a conversation with David Sylvian.

"We're capable of shorthand. We've seen so much played out through the history of our respective cultures. There are givens that need no longer be adhered to for the heart of the work to be communicated. We 'read' the works we absorb as connoisseurs without being entirely aware of the fact that this is what we are or what it is we're doing. Sometimes a single word or image will suffice where there was once need for pages of explication or a series of set up shots etc. Poetry is particularly adept at working with the succinctly concise/precise. It could be argued that's part of its function. At a period in time, where the short attention span needs to get to the heart of the issue with a degree of rapidity, this condensation or act of compression seems all the more appropriate."

http://www.davidsylvian.com/texts/interviews/witness_and_participant_a_conversation_with_david_sylvian.html

Wednesday, May 19, 2010

Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies 2009 voor Roger Van Ransbeek en Willy Roggeman

Roger Van Ransbeek met zijn werk "Is daar iemand? " en Willy Roggeman met zijn bundel "Cadenas" hebben de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies 2009 gekregen. Beide auteurs ontvangen dankzij de bekroning 4.957 euro.

De deputaties van de provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen hebben voor de prijzen het voorstel van de interprovinciale jury gevolgd. De laureaat van de prijs 2009 voor een toneelstuk, tv- of radiospel, Roger Van Ransbeek, zal door de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant worden gehuldigd. De laureaat van de prijs 2009 voor een verzenbundel, Willy Roggeman, wordt door de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen in de bloemetjes gezet.

Van Ransbeek schreef "Is daar iemand? " in 2008 voor het Raamtheater. In datzelfde jaar verscheen "Cadenas" van Roggeman. De jury's voor beide prijzen werden telkens voorgezeten door Ludo Helsen, gedeputeerde van de provincie Antwerpen, en telden vertegenwoordigers van alle Vlaamse provincies. (belga/ddh)

Uit: De Morgen, 19.05.2010.

Zie ook: http://peterwullen.blogspot.com/2010/04/uit-practicum-of-het-steriele-schrijven.html

http://peterwullen.blogspot.com/2010/03/interview-met-peter-w.html

Friday, May 14, 2010

Interview with Alik Orozov: "Kyrgyzstan despairingly lost in transition period"

Colonel Alik Orozov is the officer of security services of Kyrgyzstan. In April 2007 he sent in resignation from deputy secretary of the Security Council protesting against policy conducted by authorities of the country. He headed the public and political movement “Democratic Joint Union”. Today he answers questions of NA “24.kg”.

Alik Karybaevich, how do you estimate the public and political situation in Kyrgyzstan?

"We have to consider events of April 2010 as consequences of serious social blast. The nepotism regime ruled the powder keg of the human anger carelessly. Only spark were needed. As the result the interim government attempts to suppress flashes of anger creating trouble zones anywhere. And it is impossible to foresee where next zone of discontent can emerge. I can only assume that the new authorities are making blunders trying do that is shouldn’t be done."

What do you mean saying that the interim government shouldn’t do that…

"…It attempts to interfere and stop the beginning process of revolutionary transformations which is inconvertible now. If the interim government wants or not but the revolution cannot be stopped as the revolution was made by people for the freedom and happiness sake… I think that the interim government prematurely puts the April event within constitutional frameworks. But no one Constitution supposes revolution that must fulfill its mission up to the end and purify the society saving it from recurrences."

Is it not important to stabilize situation as soon as possible and stop chaos and disorders now?

"The normalization as we observe it now can fall back into place because the interim government triggers a flashback. They spread portfolios by party and clans features. There are no any signs of competence and professionalism. Do they think people don’t notice that? Well, press is shouting about that. The family of Bakiev was given the possibility to escape but their allies are still in the power structures; and what about the interim government? They complain that they cannot do anything. Meanwhile members of Ak-Zhol party rear head and frighten new authorities by trials."

So, how can the situation develop in the country?

"Kyrgyzstan is despairingly lost in transition period in this cruel social disease. The transition period is troublous times when laws and Constitution stop working. Appeals to normalization are appeals to social habitude i.e. keeping the transition period. It is too early to pacify as we don’t achieve main goals; previous officials changing color return to the power. Figuratively speaking the patient is in reanimation ready to die. What about should he think? About Constitution, mode of governing, who will be the Speaker, President or Prime-Minister? About regulatory bodies legitimization? Which ones? Regulatory bodies are big group of recolored officials. Do you know what I say you? Officials never save the country they will ruin it only."

Well, what can you suggest the interim government then?

"Nothing. They care about creation of parliament republic. Undoubtedly this model is more progressive. But it is prematurely to implement it here. You shouldn’t forget we are living in the criminal state. Some time ago Askar Akaev dealt with the original gangster Ryspek as well as Kurmanbek Bakiev did. Today the interim government bears that gangsters put own persons in the chairs of akim. Will the renew Constitution take roots in the criminal state? Well, I will give the advice: don’t deceive people saying everything is fine and we have enough diesel oil and foods…"

Do you belief that police is demoralized and not able to establish order?

"I think all security agencies must be reformed immediately in accordance with the revolutionary time… thus, one of the headers of security agencies complained that he cannot get rid of Bakiev’s allies in the SNSS. They execute his orders at daytime but at nights they inform previous owners. So, such security agencies bring damage than benefit for the society."

Do you see any way out this chaotic, illegal, alarming and ambiguous situation?

"I see it in the clear and comprehensible for everybody program that outlines ways of overcoming the crisis. The recipe for success is in the powerful spirit of our people."

Will you argue that everybody was shocked by watching what Kyrgyz revolutionaries did with minister of inner affairs Moldomusa Kongantiev…

"Mankind in the threshold of 21st century is wary of any revolutions, social upheavals and damages. Surely, everybody was shocked seeing tortured minister of inner affairs. But the regime embittered people."


http://eng.24.kg/politic/2010/05/12/11471.html

Wednesday, May 05, 2010

De sinistere soundtracks van Chris Douglas. – Over ‘Waetka’ van O.S.T. en ‘Ideom’ van Dalglish.

Op zoek naar een vergeten museum raakte ik enkele weken geleden verdwaald in de achterbuurten van het Brusselse Zuidstation. ‘Waetka’ van de Amerikaanse elektropionier Chris Douglas aka O.S.T. aka Dalglish op mijn mp3 bood me een sinistere soundtrack voor de live visuals van stank, stampede en gistend rot in dat vervallen deel van de stad. In tegenstelling tot label- en generatiegenoten Vladislav Delay en Daedelus – die onlangs optrad in de Kortrijkse Kreun – brak O.S.T. tot nu toe niet door bij een ruimer publiek. ‘Waetka’ houdt het midden tussen een rammelende percussietrack van de vroege Floyd, de eerste laptopexperimenten van Fennesz en ‘Persepolis’ van Iannis Xenakis.

Chris Douglas dook in 1992 op met de futuristische en nu extreem onvindbare ‘Basilar’ EP. Hij behoort tot die generatie Amerikaanse muzikanten, die de rechttoe rechtaan Detroit Techno beu waren. Donkere texturen en versplinterde ritmes vervingen te simpele 4/4 beats. Het relatief dansbare ‘Basilar’ was een voorloper voor het genre dat de naam 'I.D.M.' (‘Intelligent Dance Music’) zou dragen. Later werd het weirder en weirder en steeds minder geschikt voor de dansvloer. In de bijna 2 decennia, waarin hij muziek maakt, bracht Douglas een resem geniale, onmisbare, maar hopeloos disparate albums uit. In ‘95 bracht hij op het undergroundlabel Phthalo uit Los Angeles in nauwelijks een jaar tijd zomaar eventjes 5 limited edition cdr’s uit, waaronder ‘Fimt’, dat voordien door Reflective Records te donker bevonden werd. Het Amerikaanse elektronicalabel Emanate bracht tijdens dat uiterst productieve jaar het baanbrekende 'Deflect' uit, een opeenstapeling van noisy en soms lukraak op elkaar gestapelde beats doorweven met prachtige, zwevende melodieën. Met oude junkapparatuur, synths en comps componeerde Douglas soundtracks voor ingebeelde B-films. Goedkope effecten en overdonderende ritmes stoeiden met spookachtige melodieën.

Het leek allemaal even een rotvaart te zullen gaan. Maar de tegendraadsheid van zijn experimentele oeuvre maakten een uitbraak uit het undergroundcircuit bijna onmogelijk. Zijn verlate debuut 'Fimt' werd in 2002 eindelijk officieel uitgebracht door het veelbelovende Isolate Records van de betreurde elektroproducer Wai Cheng. Douglas werd echter achtervolgd werd door het noodlot. Door Wai’s veel te vroege dood in 2006 – hij werd dood aangetroffen door een vriend in een Berlijnse hotelkamer – kwam er een einde aan de plannen om een nieuw album op Isolate uit te brengen. De opvolger ‘Does Not Play Well With Others’ uit 1997, werd pas vele jaren later uitgebracht op Polyrhythmic en laat de andere kant van O.S.T. horen. De knetterende beats van het snoeiharde debuut maakten plaats voor een bedachtzamere en melodieuzere aanpak, waardoor de muzikale composities meer ademruimte krijgen. Douglas liet na ‘Does Not Play Well With Others’ weinig van zich horen. Hij liet zijn oude spullen achterwege en componeert sindsdien met laptop. Hij maakte een bijna dramatische overstap van San Francisco naar Berlijn. ‘Seimlste’ op zijn eigen Qlipothic label stemde ons nochtans lyrisch aan het begin van 2002. De titels van het album zijn tweeletterwoorden als onbestaande, nog uit te vinden scheikundige verbindingen. Karige, geometrische vormen duiden op een passie voor moderne architectuur. Luid wisselt af met knetterende en knisperende ambient. Het rondtollende ‘Mi’ knaagt aan het karkas van de techno. Op andere nummers lijkt het of je een strandwandeling maakt bij orkaankracht 10. Mistige vormen duiken her en der op terwijl het water langs je oren opspat. Schuimvlokken vliegen in je gezicht. Zeilen klapperen in de harde stormwind. Het geheel doet wat denken aan het monumentale ‘Persepolis’ van de hedendaagse componist Iannis Xenakis. Op ‘Ca’ wordt langzaam een subtiele climax opgebouwd met geluiden, die van overal op je af lijken te komen. Op ‘Re’ kondigen gestoorde radiosignalen de komst aan van een grommende halfmens of golem. De sputterende machines van ‘Nt’ duiden erop dat er iets grondig fout is met deze wereld.

Na een jarenlange stilte dook hij in 2007 weer op, dit keer in het gezelschap van het Berlijnse VJ-gezelschap Transforma. Tussen de strak in het pak zittende Duitsers leek de wat haveloze Amerikaan een anomalie. Maar de mix van noise met beelden werkte uitstekend. De experimentele muziekfilm ‘Synken’ kwam uit op het Duitse cultlabel Shitkatapult in samenwerking met het Brusselse (!) audiovisuele platform Visual Kitchen. Abstracte beelden, grafische animatie, digitale beeldeffecten en complexe filmsequenties creëerden een bijna buitenaardse, donker romantische beeldenwereld. De dvd droeg als ondertitel ‘the forest is full of electronic noise’. De noise werd geleverd door O.S.T. Hij componeerde een aritmische, krakende, elektronische 5.1 surround soundtrack. De nieuw gevonden audiovisuele dimensie van O.S.T. deed verlangen naar meer. Het zou opnieuw een paar jaar duren voor hij opdook met een nieuwe release. Het geluid voor zijn recentste album ‘Waetka’ is een voortzetting van wat hij op ‘Synken’ deed. ‘Waetka’ verscheen op het Zweedse iDEAL Recordings van Joachim Nordwall, die werk uitbracht van onder meer BJ Nilsen, Dead Machines en Nate Young. Het zwarter dan zwart van iDEAL past als gegoten bij ‘Waetka’. Het is het meest complete en complexe album van O.S.T., die in een recent interview beweerde dat hij het pseudoniem voorgoed wil begraven. De dreigende natuurgeluiden van ‘Synken’ maakten plaats voor koele stadsnoise. Douglas leerde één en ander van de audiovisuele escapades van Transforma. Het zeer gestructureerde album kent een echte, bijna epische opbouw en kan zo als soundtrack dienen. De onderkoelde, experimentele elektronica van ‘Owitharn’, ‘Cruaecis’ en andere nummers met onuitspreekbare titels culmineren in de kletterende, ritmische soundscapes van het lange middenstuk ‘Munretha’ om dan opnieuw te verstillen in de bijna breekbare anticlimax van ‘Dall’, ‘Sa Deiforeadh’ en de laatste, uitgesponnen track ‘Docmehas’. ‘Waetka’ is een complex en tijdloos album dat aan kracht wint bij elke beluistering.

‘Waetka’ is bovendien op en top Berlijn. Niet het trendy en hippe toeristische Berlijn, dat tegenwoordig naar aanleiding van de verjaardag van de val van de muur op elk televisiekanaal uitgebreid getoond wordt. Het is het Berlijn van de gore achterafstraatjes en de desolate éénkamerflats. Het album kreeg de naam van een Poolse one-night stand, die de Amerikaan oppikte in één of andere Berlijnse bar en naar zijn kamer meetroonde voor een drinkgelag. De cd werd opgedragen aan de onbekende Wolfgang Riedel, die tijdens de zomer van 2006 een zeer eenzame dood stierf in de Duitse hoofdstad. Riedel was een stokoude man die net boven Douglas woonde. Op een dag werd Douglas gewekt door een vreselijke doodsreutel. Hij waarschuwde de politie, die pas enkele dagen later opdaagde. Riedel was intussen al een gruwelijke dood gestorven. Voor wie onder de indruk is van ‘Waetka’, moet zeker ook eens luisteren naar het even indrukwekkende ‘Ideom’ van Douglas’ alter ego Dalglish, dat halfweg vorig jaar uitkwam op Record Label Records. Je weet wel, het album, dat eerst had moeten verschijnen op Isolate Records in 2002, maar door de plotse dood van Wai Cheng pas zes jaar later een stek vond op RLR. ‘Ideom’ is een helletocht naar de sterren en houdt het midden tussen een soundtrack voor de Amerikaanse cultklassieker ‘Pitch Black’ van David Twohy en ‘Stalker’ van de Russische cineast Andreï Tarkovski. Op het eerste nummer ‘Exhinenoln’ kondigt een ijskoude stem een anderhalve minuut durende geluidsstorm aan van krakend en scheurend metaal alsof een ruimteschip net crashte op een exoplaneet. Douglas houdt je vervolgens gedurende een half uur in de ban met onbarmhartige, onaardse en kille elektro, waaruit hier en daar een versmoorde beat of een vage melodie opduikt in een code die we niet begrijpen. Pas vanaf de laatste drie tracks ‘Narpado’, ‘Damlicht’ en ‘Amhain’ wordt het geluidsniveau drastisch teruggeschroefd tot het niveau van ‘Waetka’. Het is dansen tussen sterrenstof op de microbeats en de dark ambient van ‘Waetka’ en ‘Ideom’. Chris Douglas – of hij nu onder zijn pseudoniem O.S.T. of Dalglish opereert - maakt muziek als een langzaam openbloeiende, giftige orchidee.

Selectieve discografie:

O.S.T. - does not play well with others - polyrhythmic - 2002
O.S.T. - seimlste - qlipothic – 2002
O.S.T. - fimt - isolate records - iso 07 - 2003
Transforma & O.S.T. – synken – shitkatapult strike81dvd – 2007 (www.shitkatapult.com)
O.S.T. - waetka – iDeal – iDeal042 – 2008 (www.idealrecordings.com)
Dalglish – Ideom – Record Label Records – 2008 (www.recordlabelrecords.org)

http://www.rektoverso.be/nummers/918-nr-40-maart-april-2010?layout=blog

Saturday, April 10, 2010

Uit: 'Practicum of het steriele schrijven' van Willy Roggeman

'Ik heb de hele zomer geen pen kunnen 'beheersen', heb geen aantekeningen voor het practicum willen maken en stel nu vast dat het handschrift nog een stuk slechter geworden is. Ik moet de hand opnieuw disciplineren, trager schrijven en vermoeidheid in de vingers en de pols vermijden. Het gekke is dat de hand haast niet meer verschuift omdat zij te hard op de pen duwt, ik kan onmogelijk vloeiend schrijven, alles gaat tekeer tegen het zachtaardig hanteren van de pen, alle spieren en zenuwen zijn op het maken van krassen ingesteld, diepe krassen, inkervingen. Het eigenlijke schrijven is aan het atrofiëren. Wat in de plaats komt, bevreemdt mij, omdat ik de inherente wetmatigheid ervan nog niet herken en de evolutie als iets pejoratiefs ervaar, een verlies aan vormkracht en discipline. Bovendien zijn de ogen sterk verzwakt, verziendheid neemt toe, met mijn vier jaar oude leesbril is er een afstand van drie handbreedten tussen papier en ogen. Ik leun haast achterover om het eigen handschrift te kunnen lezen. Het is dus duidelijk: als ik aan het practicum niet voortschrijf, is dat alleen te wijten aan de onvrede en de woede die mij tijdens het schrijven overvallen omdat ik mijn handschrift beneden alles vind. De dag dat ik links kan schrijven, zal de oplossing gevonden zijn, want de linkerhand is nog onbesmet en lijdt veel minder onder de nervositeit van het organisme.'

'Practicum of het steriele schrijven', Willy Roggeman, Het Balanseer, Aalst 2009, ISBN: 978 90 79202 04 1, www.hetbalanseer.be

bespreking volgt

Wednesday, April 07, 2010

Bisjkek

afkomst kirgizstan
voormalige sovjetrepubliek

it would be reasonable though
if u.s. military based in kyrgyzstan
were brought to account for
their illegal actions in accordance
with kyrgyzstan’s laws

centraal-azië hoofdstad bisjkek
grens met oezbekistan kazachstan china
en tadjikistan ethnische mix van moslims
en minderheid van orthodoxe russen

the constitution is the result of an agreement
between the various political powers
in the country the new constitution
is the result of the level-headedness
and wisdom of the kyrgyz people

waar askar akajev en dan
koermanbek bakijev en feliks kulov
met forse hand regeren

of course if contradictions between the legislature
and the executive continue what will i have left
to do i cannot watch such an orgy
if there is an attempt to seize the white house
the seat of government then it will be all
the tougher for them very though

waar oppositieleider azimbek beknazarov
monddood werd gemaakt

the political detention of a kyrgyz opposition parliamentarian mr azimbek beknazarov has taken a turn for the worse with reports of him being brutally beaten while in prison hundreds of kyrgyz people are continuing their weeks long hunger strike over his treatment at least one has already died in this protest they claim beknazarov was arrested because he questioned the government's deals to hand over large tracts of kyrgyz land to china and kazakhstan this is a crucial test for the future of democracy rule of law and human rights in kyrgyzstan we are forwarding you an appeal from the world organisation against torture for your action


there are no losers here
torture ill-treatment political detention

gemoedstoestand kirgizstan
deportatie imminent

Wednesday, March 31, 2010

Muziek en ecologie – Deel 1: interview met Chris Watson


Kan je tegenwoordig nog naar de Noord- of Zuidpool trekken om daar met de meest geavanceerde apparatuur geluidsopnames te maken van afkalvende gletsjers, klotsende fjorden, ijzige noordenwinden en fauna en flora van boven de poolcirkel zonder rekening te houden met de 'politics of ecology'? De Polen verloren hun onschuld. Door de opwarming van de aarde volstaat het niet om veldopnames te maken van koude poolzeëen en van kruipend ijs. Een klaar idee hebben van de omgeving waarin je werkt, is een noodzaak. Hoe breng je geluidsopnames van door menselijke interventie ecologisch onstabiel geworden omgevingen over bij de luisteraar? We vroegen het aan geluidspioniers Chris Watson (zie 'A Journey South' op www.chriswatson.net), BJ Nilsen (www.bjnilsen.com) en de Noorse Jana Winderen die net ‘Energy Field’ uitbracht op het Britse label Touch.

Chris, je reisde onlangs voor de BBC naar de Zuidpool met David Attenborough. De reis werd gedocumenteerd op ‘A Journey South’.

Chris Watson: “De BBC gaf ons de opdracht voor een groot project, “The Frozen Planet”, gepresenteerd door Sir David Attenborough, dat ergens op het einde van 2011 zal uitgezonden worden op BBC1. Ik was één van de geluidsmensen, die meewerkte aan de reeks, die reizen naar beide Polen met zich meebracht. Om de reis, die in Christchurch Nieuw-Zeeland begon, te ondernemen; onderging ik zware medische testen. We waren daar uitgenodigd door de USAP (US Antartica Programme), en we vlogen naar Ross Island (78° zuid) op een zogenaamde ‘ijsvlucht’. We landden op de bevroren zee in een C-17, een enorm cargovliegtuig zonder vensters. De vlucht duurde 5 uren… Mag ik verwijzen naar het audiodagboek dat ik maakte voor Touch Radio na mijn trip naar de Zuidpool. Via deze link kun je het dagboek beluisteren: http://www.touchradio.org.uk/touch_radio_49.html.”

Op 1 april vertrek je opnieuw voor een maand naar de Noordpool?

Chris Watson: “Da’s voor dezelfde reeks als de trip naar de Zuidpool – ‘The Frozen Planet’ van de BBC. Ik keer terug eind april. Ik hoop opnieuw een audiodagboek te kunnen maken voor Touch Radio in mei.”

Je maakt sinds het eind van de jaren tachtig auditieve geluidsopnames. Sinds het midden van de jaren negentig en vooral sinds Al Gore’s ‘The Inconvenient Truth’ weten we dat de aarde in sneltempo opwarmt. Heeft dat fenomeen je werk beïnvloedt tijdens de laatste 5 à 10 jaar?

Chris Watson: “Natuurlijk heeft dat een effect op het onderwerp waarmee ik aan de slag ga, maar mijn basismotivatie bleef desondanks onveranderd… ‘Klimaatverandering’ vind ik trouwens een correcter woord.”

Wanneer je naar een gebied als de Zuidpool reist, een omgeving die onstabiel geworden is door menselijke interventie, voel je dan de nood om die evolutie te documenteren?

Chris Watson: “Ik ga niet akkoord met bovenstaande stelling. Mijn antwoord luidt dus neen! Zoals ik al zei, de gevolgen van deze processen zullen zichtbaar en voelbaar zijn door de effecten die ze hebben op de dieren in het wild en op hun habitat en dat zal dus in zekere zin ook een effect hebben op de opnames die ik maak, maar dat is niet de voornaamste reden waarom ik geluidsopnames maak.”

Je bent een geluidsman en een ‘maker van auditieve documenten’. Ik luisterde onlangs opnieuw naar ‘Vatnajoküll’ op het album ‘Weather Report’ maar ik kon niet anders dan denken aan afkalvende gletsjers en smeltende ijssvelden. Hebben geluidsdocumenten hun onschuld niet verloren sinds we weet hebben van de klimaatverandering? Hoe breng je zoiets over op de luisteraar?

Chris Watson: “Ik maak geen audiodocumenten! Laat dat duidelijk zijn… Ik maak auditieve kunstwerken, maar zeker geen documenten. Ik probeer de psychogeografie te beschrijven die het gedrag van wilde dieren beïnvloedt, en ook de landschappen zelf. Mag ik je verwijzen naar mijn eerste album voor Touch, ‘Stepping into the Dark’ (Touch # TO:27, 1996), dat opnames bevat die kunnen beschreven worden als ‘akoestische landschappen’.”

Denk je dat het mogelijk is en heb je er zelf ooit aan gedacht om een album uit te brengen met uitsluitend geluiden die de klimaatwijziging illustreren om de aandacht van het publiek te vestigen op dit zorgwekkend fenomeen?

Chris Watson: “Neen! Al is het onmogelijk om de feiten uit de weg te gaan, toch is dat niet mijn voornaamste betrachting… Ik ben betrokken als individu, maar het behoort helaas niet tot mijn werk…

Chris Watson, 'A Journey South' op www.chriswatson.net

Monday, March 29, 2010

Heaney en Holland - Over 'Regio en Ring' van Seamus Heaney, vertaald door Hanz Mirck

In 2006 verscheen ‘District and Circle’, de langverwachte nieuwe dichtbundel van de Ierse Nobelprijswinnaar Seamus Heaney. Halfweg 2009 kreeg de Hollandse dichter Hanz Mirck de opdracht om de bundel in het Nederlands om te zetten. Zelfoverschatting van de uitgeverij? Haastwerk? Een misstap om dit werk toe te vertrouwen aan een dichter zonder levenslange ervaring? Sprong de 71-jarige Heaney dit keer te lichtvaardig om met zijn poëtische erfenis? Van de titel tot het laatste woord: alles verliep fout. We vroegen aan Hanz Mirck wat er aan de hand was.*

Hoe ben je als vrij jonge dichter bij een vertaling van Seamus Heaney terechtgekomen? Is er een affiniteit vastgesteld? Of heb je de job gewoon op je genomen als vertaler?

Hanz Mirck: “Tja, wat is vrij jong? Ik debuteerde in 2002, publiceerde tot nu toe vier bundels, won wat prijzen. Verder vertaalde ik al eerder een bundel van Heaney, maar ook werk van de Amerikaanse dichter Nick Flynn, klassieke liedteksten (in ‘Mijn rust is heen, mijn hart is zwaar’) en toneel, voor De Doelen in Rotterdam. Die eerste bundel van Heaney, die ik vertaalde (Elektrisch licht), vond ik geweldig en dat heeft mijn werk beïnvloed. Daarom wilde ik ook District and Circle graag doen.”

Wat is de betekenis van de titel en wat was de reden om 'District and Circle' te vertalen door 'Regio en Ring'?

Hanz Mirck: “De titel van de bundel verwijst naar twee lijnen van de Londense metro. Een Nederlandse lezer zal deze woorden niet meteen koppelen aan de ondergrondse, maar wel aan de betekenis die de woorden buiten deze context hebben. Nu gaat de bundel over de onderwereld, de doden, en daalt de lezer samen met de dichter af.... in een vertaalprobleem. Want hoe vertaal je die titel? Met 'Ring en Regio', zodat je begrijpt dat het twee metrolijnen zijn, en twee woorden die met ruimtelijke beweging te maken hebben? Of toch die stationsnamen onvertaald laten en op het omslag een fragment van de kaart van de Londense metro laten zien, zodat de lezer kan zien dat het gaat om twee lijnen die ergens samenkomen, een tijdje gelijk op gaan en dan weer elk huns weegs, zoals de levende dichter die de doden even ontmoet en dan weer verder gaat met zijn leven? Of er iets Hollands/Amsterdams van maken: 'Isolatorweg en Gein'? Heaney mailde me dat hij de namen met daarbij de toevoeging 'in de Londense metro' een oplossing vond. Ik vind dat te uitleggerig. Als het toch gaat om de metro an sich, waarom dan niet 'Londense metro', of (nog mooier) 'Ondergrondse'? 'Noordzuidlijn' vond ik ook wel een leuke, maar dat vinden de Amsterdammers dan weer helemaal niet grappig... Ik besloot de zaak om te draaien en vroeg Heaney of hij 'District and Circle' puur vanwege historische redenen had gekozen (omdat hij die twee lijnen van de metro nu eenmaal gebruikte) of waren er ook redenen van taalkundige aard? Inderdaad, antwoordde hij: ‘I chose District and Circle as a title because 1) I used to travel on that line/those lines when I worked on a summer holiday job in London, in the early 1960s - from Earls Court to St James's Park and back; but also 2) because the words 'district' and 'circle' apply to the book in a different way, in that many of the poems return to a district - my childhood world in Ulster - which the poems also 'circle', or circle around, in memory.’ Dat is wat ik ook verwacht had - Heaney laat geen dingen aan het toeval over. Met dit antwoord kon ik de uitgever overtuigen dat 'Regio en ring' een goede overzetting is van ook die betekenis, die toch de metro-verwijzing intact laat. (Ik had eerst 'Ring en regio' maar Piet Gerbrandy wees me op het betere ritme van deze volgorde.)

Had je contact met Seamus zelf? Hoe verliep dat contact? Hebben jullie samengewerkt om de bundel te verlaten of gaf hij jou de volledige vrijheid?

Hanz Mirck: “Ik heb met hem gemaild, maar wegens zijn drukte zo beperkt mogelijk, ik was al blij dat ik de moeilijkste kwesties aan hem kon voorleggen. Over de titel was hij heel duidelijk, verder had hij het idee dat veel dingen inderdaad lastig te vertalen waren maar hielp hij wel.”

Hoe heb je het aangepakt om het sappige en vrijwel onvertaalbaar geachte met Ierse uitdrukkingen doorspekte Engels van Heaney in het Nederlands over te brengen?

Hanz Mirck: “Ik heb zo ongeveer ieder woord opgezocht, in vertaalwoordenboeken en online woordenboeken. Ook dingen voorgelegd aan Heaney zelf en aan vertaler Willem Groenewegen en enkele andere deskundigen. Verder heb ik de gedichten hardop gelezen en geprobeerd de toon en het ritme te vinden en dat over te brengen. De uitdaging zat in onvertaalbare dingen, woordspelingen etc, die Heaney soms zelf onvertaalbaar achtte maar die toch lukten. ‘You whom I cleave to, hew to’ - Jij die ik liefhad: het hakken zit toch in de vertaling nu, als je het hardop leest. Verder heb ik veel van en over hem gelezen en research gedaan naar Ierse kwesties. De aantekeningen heb ik echter beperkt gehouden want dergelijke uitleg krijgt de lezer van het origineel ook niet.”

Heb je uit het werk van Seamus Heaney iets opgestoken voor je eigen werk? Lezen we binnenkort een Heaney-bundel van Mirck?

Hanz Mirck: “Mijn vorig jaar verschenen bundel ‘Archiefvernietiging’ draagt al sporen van Heaney in zich: hoe hij persoonlijke herinneringen gebruikt, mythologiseert, symbolisch maakt, daar heb ik veel van opgestoken. Ik schreef al steeds persoonlijker maar hij leerde me te durven. Ook zijn humor vond ik inspirerend, hoe hij een kacheldeksel opdraagt aan Auden, en als een kind daar allemaal associaties bij verzint, die toch een culturele achtergrond hebben.”

Eerste indruk van het dichtbundeltje is dat het nogal slordig is.Er staan storende fouten in , bvb. op pag. 30 in het gedicht 'Strotouw' staat er 'koortachtigheid' ipv 'koortsachtigheid. Dat is natuurlijk niet jouw fout, maar het haastwerk van de uitgeverij ondermijnt toch wel jouw oprechte inspanningen. Hoe reageer je daarop?

Hanz Mirck: “Ja, dat vind ik erg jammer. Ik vrees dat er te weinig in de redactie is geïnvesteerd. Ik heb een aantal keren voorgelegd aan de uitgever om deze bundel te vertalen, en steeds hoorde ik niets. Ineens wilden ze het toch, en moest het in drie maanden af. Ik had een fulltimebaan dus dat was ook voor mij een haastklus. Dat zou ik nu nooit meer doen, zodat ik zelf meer tijd kan nemen om het zelf allemaal tien keer na te lopen.”

Vind je dat het mogelijk is dat een jonge dichter als jij met relatief weinig renommee en met een vrij onbekende naam een nobelprijswinnaar van in de 70 vertaalt? Hoe keek je aan tegen zo'n opdracht?

Hanz Mirck: “Ik vond het een grote eer, ook om met Heaney te mailen. Mijn vorige vertalingen kregen goede recensies, dat gaf wel de moed om door te gaan. Bovendien ging het hier om het overbrengen van een bepaalde toon, meer dan intellectuele achtergronden of rijmschema’s, en dat is wel iets wat ik meen te kunnen. Ik heb wel gemerkt dat het een groot prestige heeft, en dat mensen dan snel denken: wie ben jij om dat te doen. Hoge bomen vangen veel wind. Aan de andere kant staan er in de bundel ook diverse gedichten die Heaney vertaald heeft, en die vertalingen zijn eh, nogal losjes. Dus of vertaalkwaliteit echt met een status te maken heeft, vraag ik me af.”

Hoe verhoud je je tot andere Heaney-vertalers, zoals Rouke Broersma?

Hanz Mirck: “Broersma ken ik niet zo goed, wat ik gezien heb, vond ik wel degelijk maar niet zo muzikaal. Iedere vertaler maakt andere keuzes. Peter Nijmeijer is natuurlijk mijn grote voorbeeld, die weet zo veel en brengt Heaney’s werk erg goed over. Ik heb begrepen dat hij niet meer in staat is dit werk te doen en dat is een groot verlies.”

Welke plaats bekleedt 'District and Circle' in het volledig oeuvre van Heaney?

Hanz Mirck: “Dat is een moeilijke vraag - in elk geval is het op dit moment zijn laatste bundel, en wie weet blijft het ook bij deze? Hij is al niet meer erg jong maar nog wel productief. Deze bundel gaat erg over de dood en de onderwereld, dus het is ook een voorbode voor wat komen gaat...”

Tot slot: wat vond je het leukste gedicht om te verlaten? Welk vond je het moeilijkste?

Hanz Mirck: “Het eerste gedicht ‘The turnip-Snedder’ vond ik erg leuk omdat het zo prachtig de toon zet, en die kon ik volgen, overbrengen. ‘In a loaning’, het één na laatste, was erg lastig omdat het een heel erg ingedikte tekst is, die leunt op een gedicht van Keats. Soms zijn gedichten leuk omdat ze een uitdaging vormen voor de vertaler, maar soms leuk omdat ze zo mooi zijn. In het beste geval valt dat samen.”

Seamus Heaney, ‘Regio en Ring’, vertaald door Hanz Mirck, J.M. Meulenhoff, 2010, ISBN 9 789029 081009.

* 'Regio en Ring' van Seamus Heaney vertaald door Hanz Mirck werd intussen door Uitgeverij Meulenhoff uit de handel gehaald.

Wednesday, March 24, 2010

'Vergeten' van Emma Crebolder

[.....]

Dat ik nog nieuwe kiezen laat stansen.
Gaat het, mevrouw? Affirmatief grommen.
Ik dwing mezelf weer aan de deinende
draf van telgangers te denken. En
buikdemhaling toe te passen. Puur
geluk dat mijn clitoris niet geraakt is
toen. Mijn mond ligt nu opengesperd en
tandvlees wordt versneden. Ik bewonder
mijn tong, niet stom onder het mes,
maar schuilsnel en lenig.

uit: '[...] Vergeten' van Emma Crebolder, Nieuw Amsterdam 2010, ISBN 978 90 468 0722 4, pag. 15.

bespreking volgt

Tuesday, March 02, 2010

Interview met Peter W.


Fragmenten uit een interview met Peter W. voor een niet nader bepaald medium.

Peter, je laatste papieren publicatie dateert van november 2008. We zijn nu maart 2010. Waar blijven je poëtische uitspattingen?

De poëzie dient het leven. Niet omgekeerd...

Wat wil je daarmee zeggen?

Poëzie is de plaats in jezelf waar anderen niet bij kunnen komen. Het is er soms eenzaam en donker. Ik heb die plek verlaten.

Waar ben je nu?

Alles spande plots samen om me gelukkig te maken. Het was onontkoombaar. Ik leef waar ik wil leven. Ik ben met de vrouw waar ik bij wil zijn. Ik heb een werk dat me niet al te veel stresseert. Gedichten komen er voorlopig niet meer uit.

En de poëzie dan?

De poëzie is ok! Ik heb een omvangrijk corpus van in totaal 300 à 400 gedichten die ik in enkele jaren bijeenschreef. Dat daar op dit moment niet veel mee gebeurt, is niet erg. Een schrijver moet kunnen stoppen. Het is voorlopig genoeg geweest! De rest is voor zij die na me komen. Ik heb in bijna alle literaire media gepubliceerd. Eén van mijn laatste Nederlandstalige gedichten werd overal gepubliceerd waar ik het aanbood. Wat kun je nog meer verwachten? Ik wou dat proces niet verder uitbuiten. Ik had heus geen zin om in een Groot Gezinsverzenboek terecht te komen...

Volg je de literatuur nog?

Ja, vanop een afstand volg ik alles op de voet... Ik lees heel vreemde dingen. De mercantiele uitgeverij Lannoo heeft Boekerij Meulenhoff overgenomen. De Vlaamse pers juicht dat toe. Maar het is een Pyrrusoverwinning. Lannoo heeft al jaren geen poëzie meer uitgegeven wegens onrendabel. Dat wordt dus een literair bloedbad.

En verder?

Wel, nog zo'n raar bericht: ik las dat Willy Tiberghien nog minstens drie jaar aanblijft als directeur van het Gentse Poëziecentrum. Dat is zeer nefast voor de Vlaamse poëzie. Het betekent dat we nog minstens 3 jaar moeten wachten op hoop, verjonging, evolutie en vernieuwing in de poëzie. De stasis is compleet.

En de jonge dichters in Vlaanderen en Nederland?

Ik lees te weinig lijden in hun poëzie. Ik zie een jong literair koppel dat op het punt staat om te trouwen en dolgelukkig met elkaar omgaat en elkaar letterlijk literair bevrucht. Dat lijdt tot een soort middelmatige Humo-poëzie die me vreemd is. Ze zouden beter ophouden met dichten en zich inspannen om gelukkig te zijn met elkaar in plaats van literatuur te willen schrijven. Zo'n schrijven leidt toch tot niks! Geef mij maar de onmogelijke maar essentiële liefde tussen Paul Celan en Ingeborg Bachmann. Dat is bloed, slijm en tranen.

Zijn er ook lichtpunten?

Jazeker! Ik verheug me erop dat de hoogbejaarde Vlaamse dichter Willy Roggeman de laatste twee jaar weer volop publiceert. Hij staat terug in de belangstelling. Bij Het Balanseer kwamen in een paar jaar tijd drie nieuwe boekjes uit van Roggeman. Dat is misschien een positief neveneffect van de dood van de mediatieke Hugo Claus. Na de dood van Claus is Roggeman eindelijk uit zijn schaduw kunnen treden. Men vindt Roggeman hermetisch en cerebraal. Zijn werk noemt men soms een 'stenen engel'. Ik ben het daar niet mee eens. 'Mythologica - Tien lyrische veren op gedeukte hoed' uit 'De gedichten 1953-2002' vind ik een zeer ontroerende, gevoelige en geraffineerde gedichtenreeks. Hij is de allergrootste. Veel groter dan Claus. Dat zal nog blijken.

Wat brengt de nabije toekomst voor je, Peter?

Literatuur is opboksen tegen de onverschilligheid. Dat leerde ik de laatste 5 jaar. Onverschilligheid is een ziekte in Vlaanderen en Nederland. Het is een vicieuze cirkelredenering. Klaag de onverschilligheid aan, men haalt de schouders op. Als het niet zo triest was, zou ik ermee lachen. Niemand weet nog wat belangrijk is of niet. Je leest elke dag wel dezelfde onzin in de media en op het internet. Als ik reis, heb ik dat gevoel veel minder. Ik concentreer me tegenwoordig liever op het leven tout court. Weet je wat dat betekent, het leven? De literatuur krijgt daar een plaats in, maar niet ten koste van alles...

Waar luister je naar?

Kregelige plaatjes! 'Couture Cosmetique' en 'Means from an end' (die met de beruchte Marx Hegel-Scan 4mm Data Cartridge op de cover) van Terre Thaemlitz uit respectievelijk 1997 en 1998. Ze was haar tijd blijkbaar ver vooruit. Na meer dan 10 jaar voegt cd-rot een extra stoorzender toe aan de maatschappijkritische soundscapes en overpeinzingen van dame Thaemlitz.

Wat lees je nu?

Ik lees Peter Sloterdijk over E.M. Cioran in het nawoord van "Cafard", de prachtige audiouitgave van Supposé met foto's, interviews en persoonlijke documenten van de Roemeense doctor desperationis. Er ist nach Kierkegaard der einzige Denker von Rang, der die Einsicht unwiderruflich gemacht hat, dass keiner nach sicheren Methoden verzweiflen kann.

Monday, March 01, 2010

'Vlaamse uitgevers en hun gevecht tegen de bierkaai' op Rekto:Verso

Met de aankoop van Meulenhoff Boekerij door Lannoo wordt de wens van de Vlaamse uitgeverij om zich met fictie bezig te gaan houden werkelijkheid. Maar volgens de Vlaamse onderzoeker Kevin Absillis is succes bepaald niet verzekerd. Al eeuwen is sprake van een cultureel ‘Vlaams’ stigma. Ook de expansiedrift van De Bezige Bij zou roet in het eten kunnen gooien.

Op 22 januari 2010 onderging de boekenmarkt in de Lage Landen een grondige reorganisatie. Na maandenlange onderhandelingen kochten de Vlaamse uitgeverij Lannoo en de Nederlandse uitgeversgroep WPG de boekendivisie van PCM, die vorig jaar in handen viel van het mediaconcern De Persgroep. De buit werd netjes verdeeld. WPG lijfde A.W. Bruna en Standaard Uitgeverij in, Lannoo annexeerde Meulenhoff Boekerij en Unieboek|Het Spectrum.

artikel door Kevin Absillis, even doorklikken naar www.rektoverso.be

Sunday, February 21, 2010

Arabische liefdesnacht in Molenbeek

Het was echt al een literaire lente in Brussel dit weekend. Op twee dagen waren er drie belangrijke literaire evementen, waarvan ik er in eerste instantie niet één wou missen. Op vrijdagavond presenteerde de Vlaamse dichter Paul Bogaert zijn recente dichtbundel ‘de Slalom Soft’ in boekhandel Passa Porta. Op zaterdag werden de verzamelde gedichten van de Franstalige dichter en romancier Henry Bauchau voorgesteld in boekhandel Quartiers Latins aan het Martelarenplein. Op zaterdagavond woonden we een avond met Arabische liefdespoëzie bij in Het Huis Van Culturen en Sociale Samenhang in het hartje van Molenbeek. Drie compleet verscheiden gebeurtenissen, waarvan ik de tweede wegens tijdsgebrek uiteindelijk toch heb moeten laten varen.

De Slalom live overtuigde niet. De ‘show’ die Paul Bogaert opvoerde, klonk humorloos, absoluut niet daadkrachtig, hortend en stotend. Het geheel was bovendien slecht voorbereid en werd uiteindelijk door mij ervaren als ‘boring’. Ahum... Nou ja, de min of meer ‘bekende’ dichter naast me vond het wel de max! Weet hij veel. Ik heb de indruk dat men in Vlaanderen en Nederland niet meer goed beseft wat poëzie is. Na een half uur haakte ik af. Ik ben opgestaan en ik ben vertrokken, de Brusselse nacht in. Ik begrijp wel waarom Bogaert voor deze dichtbundel de prijs kreeg voor de beste dichtbundel van 2009. Uit arrenmoede waarschijnlijk... Gebrek aan echt goede dichtbundels in een in alle opzichten vreselijk jaar. Dan krijg je teringpoëzie. De beste van de slechtsten krijgt uiteindelijk de prijs. Ik vind het taalgebruik van Bogaert kort, vlak en vulgair. Er zit geen enkele mysterie of dubbelzinnigheid in deze poëzie. Het is een soort van makkelijkheidsoplossing. Ik heb geen zin om naar veredelde in de vorm van een gedicht gegoten reclameslogans te luisteren. Er is genoeg reclame op tv! Ik las geprojecteerde regels als:

De sensation. Nee.
De Helix: te moeilijk.
De Snake. Wie noteert?


Ik begrijp ook niet waarom de poëzie van Bogaert zo populair is bij critici. Ik miste ook al in zijn vorige bundel de magie en de scherpte van echte poëzie.

De dag erna togen we naar het Huis van Sociale Samenhang in Molenbeek. Wat een verschil! Door de negatieve berichtgeving is het stigma van de buurt natuurlijk erg groot. Koren op de molen van sensatiezoekers. Hoe intimiderend het ook is om ’s avonds af te zakken naar Molenbeek vanuit het metrostation Ribacourt, het is niet écht gevaarlijk of riskant, zolang je de Marokkaanse hangjongeren niet uitdaagt en voor het hoofd stoot. Je zoekt gewoon je weg door de aan snacks en Marokkaanse koffie- en theehuizen samengetroepte menigte. Het helpt natuurlijk wel wanneer je met een beeldschone allochtone vrouw aan je zijde loopt. Alle aandacht en gefluit ging naar haar. Het optreden zelf was prachtig. Er waren eveneens drie voorlezers en bovendien een boeiende en mooie mix van poëzie, dans en muziek. De schitterende gedichten waren van de Libanese Joumana Haddad, de Jordaanse Taher Riad, de Iraakse Hashem Jafiq en de Libanese Fatiha Morchid. Daar kregen we voor een vol huis een staaltje van wat poëzie echt kan betekenen. De voordrachten waren van danseres Ghalia Benali, acteur Amid Chakir en Abdelmalik Kadi. De muziek werd verzorgd door Moufadhel Adhoum op oud en quanun, Abderrahim Semlali op viool en Azzedine Jalouli op percussie.

Er was eveneens een beamer en de in het Arabisch en Frans voorgelezen zeer moderne gedichten werden geprojecteerd in het Nederlands en het Frans. Deze keer heb ik het evenement wel een uur kunnen uitzitten zonder me een moment te vervelen. Ik moet bekennen dat de dubbele bodems en de specifieke humor in deze hedendaagse Arabische poëzie me wel eens ontgingen. De reacties van het publiek ook. Misschien lag dat aan het feit dat de vertalingen in het Frans en het Nederlands niet echt accuraat waren. Met mijn gebrekkige kennis van het Arabisch kon ik alleen wat fysieke woorden (qalb, ayn, etc.) onderscheiden, maar nooit de volledige betekenis van de gedichten. Ik kon mijn ogen ook niet afhouden van de drie muzikanten en van de prachtige danseres, die buikdanste alsof haar heupen losstonden van de rest van haar lichaam. Er gebeurde zoveel ineens op dat podium! De gedichten waren bovendien dan nog eens van een zeer hoogstaand niveau: tegelijk scherp, humoristisch en doorwrocht. Er werd gelachen en gejoeld in de zaal. Het was m.a.w. een avondje hedendaagse poëzie geijkt in een verrukkelijk rijke, poëtische traditie van meer dan duizend jaar. En dat op een boogscheut van Passa Porta.

Ik plant mijn aah’s en ooh’s in jou
En ik laat mijn sporen
van adem en gesteun na
op jouw achterste,
Daarom kneed ik jouw stilte
totdat hij ontvlamt,
Op dat moment,
Lik ik je stem
Ik proef haar met mijn schreeuw
Terwijl ik een glooiing afglijd
vol van gekreun.

(uit: ‘Ik kneed jouw stilte’ van Hashem Shafiq)


zie ook: http://www.urbanmag.be/artikel/1278/de-arabische-bibliotheek-van-hafid-bouazza

http://eerder.meandermagazine.net/recensies/recensie.php?txt=1878&id=

Henry Bauchau, Poésie complète 1950-2009, coll. "Domaine français", Actes Sud, mars 2009, 307 p. - 25,00 €

Paul Bogaert, De slalom soft, Meulenhoff/Manteau, 2009.