Wednesday, March 30, 2011

KAAS KAAS Elsschot in een Zimmer Frei - Peter Holvoet-Hanssen over ‘De reis naar Inframundo’

‘De reis naar Inframundo’ is een zelfgemaakte keuze uit de gedichten van de Antwerpse stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen. Geen verzamelde gedichten, noch zomaar een bloemlezing, maar een ‘bloemlezingbundel’ zoals hij het zelf omschrijft. Door sporen te volgen doorheen zijn poëtische exploraties in de periode van 1990 tot 2008 zien we hoe een poëtische ontdekkingsreiziger een web van verzen maakt, gehavend in de wind. De voedingsbodem van de exploratie is ‘Strombolicchio. Uit de smidse van Vulcanus’ (uitg. Bert Bakker, 1999), een bloemlezing uit de periode van 1979 tot 1998 waarin hij eigen genres uitvond als ‘baldakijnen’, ‘vliegende tapijten’ en ‘drijvende doodskisten’. Uit de bloemlezingbundel kozen we een tiental gedichten. Vervolgens lieten we PPH die gedichten becommentariëren.

Voor Paul Snoek

Voorbij Vuureiland knarst de tand des tijds./Wijsneuzen verbleken.

Peter Holvoet-Hanssen: 'Dit gedicht is een eerbetoon aan 'reizigers in het hoofd' zoals Paul Snoek, die gedichten schreef als 'De zeemeerman': geen gevoelslava maar eenzaamheid tussen de regels. Ook PHH maakte een eigen wereld onder de waterspiegel van het hoofd. 'Een proces van jezelf afbreken en weer opbouwen, stelde hij bij aanvang. 'Voor Paul Snoek' is een oproep, niet in het minst tot de dichter zelf, om een wááier van werelden te scheppen, een uiterst wendbare en fijngevoelige schotelantenne te bouwen – om flarden van een ultieme melodie op te vangen waar geluk en lijden in zijn vervat – en tot voorbij de territoriale wateren in de poëzie te varen. Tot waar 'wijsneuzen verbleken'. IJdelheid verdwijnt uit het vaandel.'

La Magdalena

In een grot bij Santander werd een fossiel gevonden/Pipo is zijn naam want schalks zijn die Santanderijnen

PHH: 'Na het officiële debuut 'Dwangbuis van Houdini' (1998, Debuutprijs 1999) verscheen in 2001 – bij uitgeverij Prometheus – 'Santander. Ontboezemingen in het vossenvel'. Op de rand van een psychose balancerende personages als de machtwellustige 'tovenaar' en zijn rivaal 'Sneeuwmaker' gaan ondergronds. Een leerling-troubadour is op weg naar Santander, maar zal er nooit geraken – dat deert hem niet. Het avontuur van de reis zelf primeert. Het gedicht ‘La Magdalena’ is een kantelmoment, na rust en symmetrie brengen gevaarlijke narren de vossenbundel uit evenwicht. HH en zijn muze Noëlla Elpers (aanhef in cursief door zijn priveredactrice, jeugdschrijfster), samen ‘Het Kapersnest‘, hebben iets met Johanna de Waanzinnige. De moeder van Keizer Karel duikt op in de adolescentenromans van Noëlla Elpers (in het veel bekroonde en gelezen ‘Dolores!’ en het fonkelende ‘vervolg’ ‘Vuurkraal’) en ook in dit HH-gedicht – een reis doorheen de tijd ‘in het beweeglijk’ element’. La Magdalena is een rots nabij Santander, PHH wilde dan ook een rots van een gedicht maken, blakend in de branding, een smeltkroes.'

Door de poort

in de wasserij van Spinalonga, eiland van ellende met/oude vestingmuren, wallen zo massief, gevoelloos als mijn vel

PHH: 'Het Kapersnest bezocht het melaatseneiland ‘Spinalonga’ bij Kreta, waar onze vrienden de Grieken hun leprozen tot 1957 opgesloten hielden. Eens door de poort moest je afscheid nemen van familie, geliefden en vrienden. Er waren maar 44 graven waar je maar vier jaar begraven kon worden door plaatsgebrek. Troubadour PHH schreef dan ook 44 gedichten (‘Spinalonga’ (2005) werd in 2008 bekroond met de driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap (2008). HH zag dat er ook kroegen waren geweest, een poppentheater, iemand hield zich bezig met een krantje: een zoektocht naar (levens)kwaliteit ondanks alles, in bittere omstandigheden. Opstandig van nature schrijft PHH een liefdesgedicht voor zijn ‘kaperskapiteine’, met opzet romantisch en vol adjectieven, al was en is dat niet bon ton. Het woord ‘roos’ komt vaak terug in zijn verzen (‘Spina’ betekent trouwens doorn): als een ‘rozenmaker’ probeert HH vertakking en verstrakking naar de monding te krijgen, hij poogt ‘doornen tot een roos te maken’. De poging telt. En ook als het faalt, laat PHH dat zien: hij durft zich ‘onwaardig’ te gedragen, daar wordt iemand al eens hoornig van. Zijn ‘tritonistische’ opzet (zoals hij het zelf noemt, een ongrijpbare vossensprong) maakt een eigen niche, buiten de traditionelere poëzie en dichters die in de biotoop van Van Bastelaere met of zonder diens goedkeuring opereren.'

Dit is de stad

Europa, zwarte gaten rukken op-aan de rand van de stad/kijkt een jongen naar rechts, wordt links gegrepen door een trein

PHH: 'Vader Holvoet had een Kortrijkse familie, moeder Hanssen kwam uit Limburg. De jongste spruit was een verbindingsofficier tussen vader en moeder, twee tegenpolen. In de troubadoursbundel ‘Spinalonga’ wordt een met opzet gezwollen, romantisch stadsgedicht gevolgd door ‘Dit is de stad’, keihard. Maria én Allah worden verbonden als Linker- en Rechteroever. In ‘De reis naar Inframundo’ groepeert PHH ook zijn stadsgedichten vóór hij Stadsdichter-met-Vrijbrief van Antwerpen werd. Hij pookt met zijn vinger in de wonde van de metropool: waar zwarte gaten oprukken.'

Kuifje in Oostende

De paarden! De paarden/Het hoefgetrappel klop klop klop/door de straten in mijn hoofd/en Ensor op de wolkenbok.

PHH: 'Uit de ‘wrakhoutgedichten’ van de laatste bundel ‘Navagio’ – na de storm op het einde van ‘Spinalonga’ die over de wereld raast. ‘Een kaal hoofdje ziet het zand schitteren’: PHH waarschuwt voortdurend voor de ziekten van de tijd, die hij als gespleten en verstikkend ervaart. Maar levenslust primeert ondanks alles. Ook dit gedicht blijft zonder voordracht overeind. Fan zijnde van het album ‘De schat van Scharlaken Rackham’ schreeuwt de dichter als een meeuw naar de afgrond die lonkt.'

Grafschrijver

dood doet leven en zot zijn pijn/doorgezakte stoel der wijsheid/ingeslikte hemelsleutel

PHH: 'PHH is steeds op zoek naar andere camerastandpunten. Of hij verplaatst zich in situaties waar hij ooit zelf kan in terechtkomen. Veel gedichten van ‘Navagio’ werden op kerkhoven geschreven. Bereidt hij zich hier voor op de mogelijke dood van een geliefde? De microcosmos wordt opnieuw met macro verbonden: het intieme lijden gekoppeld aan wereldleed. Het universum van PHH is immers geen gepolijste wereld. Hier ligt de wereld aan scherven, en (oorlogs)gruwelen komen het organisme van het gedicht binnengewaaid. Intro en outro zijn uitersten door het gedicht verbonden tot één zinderend geheel.'

Zoutkrabber Expedities

de huid van het gedicht allergisch voor bepoteling/'t zout parelde op de strofen ze zweeg ik heet beynashmoshes

PHH: 'Op www.antwerpen.be/boekenstad(klik ‘Stadsdichter’) zie je dat de ‘StadsPeter’ andere dichteres(sen) toelaat om zijn poëzie-organismen te infiltreren, vorm te geven. Het gedicht ‘Zoutkrabber Expedities’ (ook uit ‘Navagio’) is daar de voorbode van: het omarmt een Jiddisch lied geschreven door ene Jan Robberecht, ‘Ridder van het Kapersnest’, een briljant klezmeraccordeonist die door een ongeluk nooit meer accordeon zal kunnen spelen. Het gedicht gaat over poëzie zelf, over het falen van de reis en dan plots toch die flonkering in de golven. Maar dan slaat het noodlot toe: zoals in Amsterdam de laatste Hitlergetrouwen het vuur openen op een feestende massa. De Jiddische verzen druipen als bloed naar beneden en de reis gaat voorgoed de stilte van de dieperik in. ‘Zoutkrabber Expedities’ is ook de werktitel van een novelle die in 2012 gaat verschijnen. Een fragment – in samenwerking met Christoph Bruneel van l’Âne qui butine – is te beluisteren in het City Books Oostende-luik van deBuren.'

Peter Holvoet-Hanssen, 'De reis naar Inframundo', Prometheus Amsterdam 2011, ISBN 978 90 116 1709 2.

Wols, 'Unframe'

Aanstekelijke dubstep uit Rusland

Wie ooit een muziekprogramma zag op de Russische staatstelevisie, zal het volgende kunnen beamen: Russen hebben een slecht ontwikkelde muzieksmaak. Dat is nog een eufemisme voor wat we daar te zien krijgen. De door de staat gesubsidieerde artiesten en muzikanten munten uit door smakeloosheid. Westerse genres worden gekopieerd in een decor van glamour en glitter waar zelfs Franse variétéshows een punt aan kunnen zuigen. Telkens dezelfde sterren dagen om de week op in telkens dezelfde bonte parade. Creativiteit komt hier niet of nauwelijks aan de orde. In dit door de overheid gecontroleerde milieu is het voor 'alternatieve artiesten' onmogelijk om aan bod te komen.

Toch is er de laatste jaren één en ander aan de hand. Het internetcollectief FUSElab bijvoorbeeld verzamelde een kleine groep artiesten om zich heen uit dit onmetelijke land. Het zijn allemaal muzikanten die het aandurven om tegen de stroom in te experimenteren. Het Oekraïnse éénmansproject Maxim Kiritchenko alias Niekto produceert dark ambient. Polar Lights uit Kaliningrad maakt zeer aantrekkelijke, winterse soundscapes. Krasnoyarks Arktor specialiseerde zich in triphop en postrock. Het Russische dubstepduo Evgeny Shchukin en Alexander Tochilkin, die FUSElab runnen, spant de kroon als Wols. Samen met de kliek rond hun site lonken zij met hun debuut ‘Unframe’ meer naar het Westen dan naar hun eigen land.

‘Unframe’ kwam uit op het Hamburgse kwaliteitslabel Pingipung. Beide jongens zijn afkomstig uit het Zuidrussische Krasnodar nabij de Zwarte Zee, een prachtige streek die bekend staat om zijn uitgestrekte zonnebloemvelden maar ook om zijn ‘bloeiende’ dubstepscène. De naam Wols is een anagram van ‘slow’ maar betekent in het Russisch ook zoiets als 'een persoon die met zijn hoofd in de wolken loopt'. Wij zijn in elk geval sterk onder de indruk van hun eerste langspeler. Het duo gebruikt oude vintage Sovjet synthesizers en drummachines voor een aanstekelijk en een origineel en zeer zwaar aangezet dubstepgeluid.

De zwakte van veel Russische muziekprojecten is dat ze veelal amechtige pogingen zijn om Westerse muziekstijlen te imiteren. Wols bewijst dat ze een eigen smoelwerk bezitten. Van de hiphopbeats van ‘Geek Rudohop’, de rework van ‘Damage’ van het Siberische technowonder Illuminated Faces, het onmiskenbaar Russische 'Subland hike' tot de internationale hymne ‘International’: ‘Unframe’ is een album dat erg goed in elkaar zit en wel eens grensverleggend zou kunnen zijn voor de toekomstige, Russische elektronische muziek.

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/294936-wols-unframe-

Sven Kacirek - 'The Kenya sessions'

Herinneringen aan Kenya

Jazzdrummer Sven Kacirek trok vorig jaar naar Kenya om er een album op te nemen voor het Duitse Pingipung. Tijdens zijn lange reis door het Afrikaanse land verzamelde hij veldopnames van lokale bekende en minder bekende muzikanten. De originele sessies werden later bewerkt in zijn Hamburgse studio. ‘The Kenya sessions’ verweeft de inbreng van Kacirek op een subtiele wijze met de originele muziekstukken.

De 80-jarige Kenyaan Okumo Korengo bespeelt de nyatiti, een achtsnarig instrument van de Luo. Op ‘Arsenal aluny village’ hoor je hoe hij zingt en de maat aangeeft. De nyatiti wordt aangevuld met piano- en xylofoonklanken van Kacirek. Het nummer ‘Old man small studio’ met de populaire zanger-drummer Owino Koyo was een vondst. Sven raakte zo gefascineerd door zijn speciale stem dat hij onmiddellijk vroeg om een nummer met hem op te nemen. De opnames vonden plaats in de kleine hutstudio van Koyo.

Kacirek kwam net aan in het dorp Rangala terwijl er een zang- en dansfeest bezig was. De oorspronkelijke ceremonie werd uiteindelijk een welkomstreceptie voor de Europese gasten. Na een diepe stilte hieven de inwoners een gebed aan om de Duitse muzikant succes toe te wensen met zijn opnames. In Rangala woont ook de 70-jarige Anastacia Oluoch. Als 'Ogoya Nengo' raakte ze ver buiten de grenzen van haar dorp bekend omwille van haar traditionele dodozang. Op de cd zingt ze het ontroerende nummer 'Dear Anastasia'.

In het grappige ‘Kayamba tuc tuc’ hoor je de tuc tuc, een driewielige fietstaxi in combinatie met de percussieklanken van de kayamba. Op ‘Turkey dance’ speelt een band in Ohanglastijl op nyatiti, viool, percussie en andere lokale instrumenten. De inbreng van Kacirek is gering: hij voegde er wat percussie aan toe van stenen. Een echt kippenvelmoment is het lied ‘Mariä’ dat hij opnam in Kwale op ongeveer 10 kilometer van de kust. Vijf vrouwen begonnen spontaan te zingen toen een feest al afgelopen was. Kacirek had zijn microfoon net bij de hand. Achteraf hoorde hij van het stamhoofd dat het om een begrafenislied ging.

‘The Kenya sessions’ is geen origineel concept. Tal van Westerse muzikanten reisden naar Afrika om er muzikale inspiratie op te doen. Maar Kacirek behandelt het gevonden materiaal met heel veel respect. De muzikale toetsen die hij zelf aanbracht in zijn Hamburgse studio zijn zeer subtiel. ‘The Kenya sessions’ is een album dat nu eens vrolijk klinkt (‘Arsenal aluny village’), dan weer melancholisch (Mariä, Paperflowers). Best een aanrader voor de fans van niet-alledaagse muziek.

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/296372-sven-kacirek-the-kenya-sessions-

Tuesday, March 15, 2011

Dood als sierlijke krul - Over 'Tussen dood en herleven' van Bart Stouten

IJdele kunst is het die de dood probeert te vatten. Toch zou iemand eens moeten tellen hoeveel maal het woord ‘dood’ voorkomt in de nieuwe dichtbundel van Klara-presentator Bart Stouten. Heel veel keren dus. ‘Tussen dood en herleven’ bevat zelfs een gedicht dat compleet gewijd is aan de dood. Daaruit plukten we de zinsnede ‘Dood / sierlijk hiragana / in de leegte’: zonder twijfel een van de mooiste verzen die we dit jaar al lazen. Ter verklaring: hiragana is het Japans fonetisch alfabet. Het teken voor dood (shi) in het Japans is een sierlijke krul naar boven. Heel de dichtbundel wasemt die gracieuze weemoed uit.

Bart Stouten is de beleerde stem die bijna elke avond van de week op Klara ‘De tuin van Eden’ presenteert: een gevarieerd programma dat een vleug poëzie combineert met klassiek, wereldmuziek en jazz. Op zondagmorgen presenteert hij ‘Stouten op zondag’ met een keur aan klassieke muziek die de eeuwen overspant. Daarnaast publiceert hij proza en poëzie. De dichtbundels ‘Sapporo blues’, ‘De wijsheid van de wind’, ‘Happy Christmas, Happy New York’ en ‘Een boek van tijd’ werden telkens erg lovend onthaald. ‘Tussen dood en herleven’ is smaakvol uitgegeven door de Leuvense Uitgeverij P. De bundel oogt stemmig en sober met een toelichting door de schrijver en een geheimzinnige opdracht in het Duits: ‘Yonah Foncé gewidmet’.

Die Yonah Foncé-Zimmermann of kortweg Jan Foncé was de eerste curator van het Antwerpse MUHKA en een close friend van Stouten. Foncé stierf een mysterieuze dood. Was het alcoholisme? Aids? Kanker? Het raadsel blijft hangen na het lezen van de bundel. Het epische gedicht ‘Afscheid van een keizer bij volle maan’ is aan hem gewijd. Als hommage aan deze bijna vergeten figuur verweeft de dichter herinneringen aan hun vriendschap (de gezamenlijke liefde voor Beuys, Warhol, tennis, Firenze enz.) met de impressies die een bezoek aan het Sint-Vincentiusziekenhuis waar hij ligt te sterven, met zich meebrengen. ‘Afscheid van een keizer …’ is het meest pakkende deel van de hele bundel. Beuys was overal en nergens -/ triomf van verval / met gedenksteen - / op een tram zu einer /Besseren Gesellschaft, /met dromen /die elkaar verlaten.

‘Tussen dood en herleven’ is opgedeeld in twee cycli: het ‘Uurboek’ en een ‘Sonate van de dood’. ‘Uurboek’ is een suite van vierentwintig gedichten met telkens twaalf verzen, die als een poëtisch dagboek de uren van een weekend verbeelden. De suite begint (op vrijdagavond?) om 19 uur met het gedicht ‘Bad’ en eindigt (op zondagavond?) om 18 uur met Bach en met het gedicht ‘Zoals’. Mijmeringen en bespiegelingen zijn het die de vorm van gedichten aannemen. Serene en beschouwende poëtische impressies waar af en toe een glimp van de buitenwereld in doordringt. Zomaar een gedicht waarin ik me afvraag / waarom ik al die tijd nog bij je wil blijven / terwijl ik jou en mij, en hoe ik je behaag / in swingende schoonheid weer beklaag.

De tweede cyclus ‘Sonate van de dood’ bestaat uit vier lange gedichten. Het eerste deel werd gewijd aan Yonah Foncé-Zimmermann. ‘Geen volle manen meer’ is een wandeling door de nauwelijks herkenbare laan waar Stouten vroeger woonde. Een bezoek aan de Co-kathedraal van La Valletta in Malta en het schilderij ‘Onthoofding van Johannes de Doper’ vormden de aanleiding tot het gedicht ‘De tijd onthoofd’. Het laatste deel ‘Closing-down proces’ werd uitgeschreven als een filmscenario in vier delen. De verzen van Stouten zijn ritmisch en strak en zitten vol beeldrijke elementen. Hij is een verdienstelijk dichter die zijn inspiratie vooral haalt uit klassieke muziek, kunst en vreemde culturen. ‘Tussen dood en herleven’ is een bundel die uitstekend past in de geluidsdichte studio van Klara waar alleen een stem, een streep klassiek, maar vooral veel witregels en stilte gedijen. als dichter moet je… // …zwijgen luidt het ergens gevat in deze smaakvolle bundel.

http://www.cuttingedge.be/books/reviews/294942-tussen-dood-en-herleven

Thursday, March 10, 2011

Evil Madness - 'Ancient legendary club space'

B-movie matinee in IJsland - 'Super great love' van Evil Madness

Een eerste beluistering van ‘Super great love’ van de IJslandse supergroep Evil Madness ontlokte ons spontane zegekreetjes. De IJslanders zijn zwaar getroffen door de economische crisis, maar hun artistieke en muzikale exploten zijn allesbehalve opgedroogd. Evil Madness is een IJslandse bende van muzikanten die actief zijn in talloze andere projecten. Jóhann Jóhansson is een neoklassieke componist. Sygtryggur Berg Sigmarsson en Helgi Thórsson vormen het avant-collectief Stillupsteypa. Vreemde eend in de bijt is de Noorse experimentele muzikant BJ Nilsen.

Wie welke rol speelt in de groep is onduidelijk en niet eens zo belangrijk. Het plezier spat er van af. De leden verenigden zich uit een gedeelde liefde voor horror b-films uit de jaren zestig en zeventig. Beïnvloed door de psychedelische beeldenrijkdom van die vroege b-films, wilden ze een maffe soundtrack crëeren. Evil Madness bracht tot nu toe drie albums uit: ‘Demoni paradiso’ en ‘Demon jukebox’ op het IJslandse 12tonar, ‘Cafe Cicago’ als lp in een gelimiteerde oplage op het Belgische experimentele label Ültra Eczema. Klap op de vuurpijl is het gloednieuwe album ‘Super great love’ in een psychedelische hoes als lp en cd op het Oostenrijkse Editions Mego.

De ‘zotte’ klanken van Evil Madness doen denken aan het IJslandse retrocombo Apparat Organ Quartet. Stokoude, analoge synths, computers en orgels werden van de schroothoop gered voor een massief en symfonisch geluid. Evil Madness gaat hierin nog een paar stappen verder. De sensuele sound put bijna volledig uit de disco van de jaren zeventig. Het twaalf minuten durende ‘Maxim’s goldfinger’ bijvoorbeeld lonkt hevig naar een vroege Human League. ‘Being boiled’ is nooit veraf. Elders hoorden we echo’s van ‘War of the worlds’ en zelfs ‘Computer world’ van Kraftewerk. De invloeden zijn zo goed verpakt dat ze er mee weg komen.

IJsland mag dan al economisch op zijn gat liggen en herleid zijn tot een vissersstaat, Evil Madness bewijst dat ze muzikaal nog tot veel in staat zijn. Eveneens interessant om te beluisteren is ‘Cafe Cicago’ dat uitkwam op het obscure Belgische label Ültra Eczema en het grimmige broertje vormt van ‘Super great love’. Het album klinkt een stuk meer lofi. De nummers worden vrij onverhoeds afgebroken, maar ook hier trekt het vijftal alle registers van hun synths en comps open. Het futuristische retrogeluid van Evil Madness belooft dé sound te worden van het voorjaar van 2011.

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/292048-evil-madness-super-great-love-

Opgroeien in Tbilisi - 'Forgetfulness' van Natalie Beridze/TBA

Welke radiosamensteller met lef durft van deze Natalie Beridze TBA de meest onwaarschijnlijke ster te maken? Haar nieuwe cd ‘Forgetfulness’ heeft gewoon alles: een intelligent en fris geluid, een hypermoderne productie, een superinteressante, geanimeerde videoclip met een boodschap. Als tegengewicht voor de 'gemaakte' zangeresjes van deze wereld kan dit zowaar tellen. Bovendien deed ze bijna alles zelf. Beridze komt niet uit New York, Londen of zelfs Berlijn, maar uit Tbilisi of all places, de hoofdstad van Georgië. ‘Forgetfulness’ bevat impliciet een politieke boodschap. Het straatarme Georgië bevrijdt zich van het juk van het vroegere Oostblok en lonkt met techno naar het Westen.

Beridze werd vorige zomer ontdekt en opgepikt door het Berlijnse Monika Enterprise label. Na het succes van haar debuut-ep met een opgemerkte cover van NIN’s ‘Hurt’ bracht ze haar eerste langspeler uit. Aan ‘Forgetfulness’ is heel hard gewerkt. De productie is top. Stefan Betke verzorgde de mastering. En dat hoor je! De muziek zweeft tussen kregelige ambient en lichtvoetige techno. De lijzige, wat vlakke stem van Beridze lijkt op die van Ingrid Chavez of Antye Greie van AGF. Op de pianoballade ‘Blue shadow’ krijgt ze het gezelschap van een zeer opmerkelijke gast: het nummer is een samenwerking met de Japanse supermuzikant Ryuichi Sakamoto.

De teksten van Beridze zijn mysterieus en worden bijna gefluisterd. ‘Insanity and good reason/disgrace and honor/all that brings on thoughtfulness/is spilling over’ zingt ze op het mooie ‘Best burden’. Het is moeilijk om hoogtepunten aan te duiden op het album. Alle tracks zijn de moeite waard. Luister naar de lome beats van ‘Whatever falls is sumptuous’ om jezelf daarvan te overtuigen. Smaakmaker is het met zware beats gelardeerde ‘What about things like bullets’. Maar ook ‘The face we choose to miss’ lonkt naar de Berlijnse technoclubs. Het nummer ‘In the white’ bloeit mooi open als een exotische bloem.

Goede elektronische muziek komt niet alleen meer uit West-Europa, Australië of Amerika, maar uit de meest onverwachte en ver afgelegen streken en uithoeken. ‘Forgetfulness’ van Natalie Beridze uit Tbilisi is een bewijs dat er geen grenzen meer zijn en dat alles kan. Natalie Beridze ontpopt zich op het hartverwamende ‘Forgetfulness’ als een vrouwelijke David Sylvian après la lettre. Dit is een album om te koesteren. Prettige lente alvast! Nu nog de radiosamenstellers.

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/284658-natalie-beridze-tba-forgetfulness-

Saturday, February 19, 2011

Gingko Biloba - Jean-Baptiste Depairelaan Laken


Un arbre, un seul, un gingko... Sur notre
planète désormais sans verdure ni lumière
naturelles, c'est tout ce qui nous reste des
temps mythiques et paradisiaques, où nos
coeurs, nos yeux, nos ventres se nourissaient
des fruits et des beautés de la Terre. (...)

(Werner Lambersy, 'Le gingko')


BRIEF AAN DE COMMISSIE STEDENBOUW VAN DE STAD BRUSSEL

Laken, 20.02.2011.

Bezwaarschrift tegen het omhakken van ALLE 88 Gingko Bilobabomen in de Jean-Baptiste Depairelaan, 1020 Brussel.

Geachte,

Met dit schrijven willen we bezwaar aantekenen tegen het omhakken van alle 88 Gingko Bilobabomen in onze straat. Ze maken onlosmakelijk deel uit van het unieke karakter en de charme van dit Brusselse stadsdeel. In de zomer genieten we van hun felgroene bladerdracht. In de herfst tooien ze onze straat met de prachtigste felgele kleuren. De mystieke en mysterieuze Gingko Biloba behoort tot de oudste boomsoorten op deze aardbol, staat bekend als een zeer geneeskrachtige boom en er zijn slechts een tiental straten in België die afgezoomd werden met Gingkobomen. De Jean-Baptiste Depairelaan is dus een enige straat en één van de redenen waarom we hier zijn komen wonen. We zouden het dan ook zeer jammer vinden, mochten deze bomen voorgoed verdwijnen. Het zou de uniciteit van onze straat schaden. Natuurlijk begrijpen we dat de vrouwelijke bomen met hun vruchtjes in de herfst en de winter voor wat overlast zorgen. Ze vallen op de grond en verrotten waarbij ze een verderfelijke geur verspreiden en een vuile brij vormen op het voetpad. Het volstaat echter om de enkele vrouwelijke bomen te verwijderen en ze te vervangen door mannelijke Gingko’s of door een andere boomsoort. We begrijpen niet waarom u ineens alle bomen wil laten verdwijnen. Er bestaan andere methoden. Hopelijk houdt u rekening met dit bezwaarschrift. We staan ter uwer beschikking voor verdere vragen of informatie. In afwachting verblijven we,

Met de meeste hoogachting,

Peter W.
Jean-Baptiste Depairelaan
1020 BRUSSEL

PS: zie ook http://www.monumentaltrees.com/nl/world-ginkgo/ voor meer informatie over de wereldwijde verspreiding van Gingko’s.

http://www.brusselnieuws.be/artikel/culinair-ontdekt-ginkgo

http://www.brusselnieuws.be/artikel/ode-aan-de-mysterieuze-stinkpruim

Wire in the age of fragmentation - 'Red barked tree' van Wire

‘Red barked tree’ van de herrezen artpunkband Wire werd in bepaalde media vrij lauw onthaald. Het album zou de scherpte niet meer bezitten van het vroegere werk. Wat moeten een drietal vijftigplussers nog in het huidige muziekklimaat? Voor wie spelen ze eigenlijk nog? Hoe rijm je Wire met ‘the age of fragmentation’, met het jaar 2011? Toch is ‘Red barked tree’ een echte groeiplaat geworden. De plaat is typisch Wire met net dat ietsje meer. Colin Newman, Graham Lewis en Robert Grey zijn trouwens niet de enige artrockers die de laatste tijd weer van zich laten horen. Ook Sonic Youth, The Ex en The Dead C hebben nieuw werk uit dat de moeite waard is om te beluisteren.

Elk nieuw album van Wire zal natuurlijk vergeleken worden met de drie meesterwerken die ze eind jaren zeventig van de vorige eeuw op de wereld loslieten. ‘Pink flag’, ‘Chairs missing’ en ‘154’ kenden hun gelijke niet en inspireerden talloze gitaarbands van de laatste drie decennia. Maar eigenlijk is die vergelijking onterecht. Wire is een band die er liever mee ophield dan zich te blijven herhalen. Na die drie eerste albums volgde een jarenlange stilte. Na bijna een decennium vonden ze zich opnieuw uit met het al even invloedrijke ‘A bell is a cup’, ‘Manscape’ en ‘The drill’. Een kwalitatief mindere derde reünie aan het begin van de noughties leverde ‘Send’ en ‘Object 147’ op.

‘Red barked tree’ luidt de vierde reïncarnatie in. Stichtend lid Bruce Gilbert verliet de band in 2004. Het driemanschap dat overblijft, tekent voor een van de krachtigste statements van de laatste maanden. Het twaalfde album van Wire trapt af met een heuse paranoïde opdonder van een song. Ze maken het de luisteraar in elk geval niet makkelijk. ‘Fuck off out of my face / You're taking too much space’ zingt een furieuze Newman tegen een achtergrond van gitaren in ‘Please take’. ‘Moreover’ is een trashsong zoals we van Wire gewoon zijn. Het radiovriendelijke ‘Smash’ kan dan weer met zijn fuzzgitaren zo de ether in.

De grootste verrassing behield het trio echter voor het einde van het album. ‘Red barked tree’ is zowaar een mooie, atypische ballade opgesmukt met akoestische gitaren, een bouzouki (!) en een orgel. De song is een aanklacht tegen een gek geworden wereld. ‘To find the healing red barked trees’, neuzelt Newman een eind weg en op een emotionele toon die we van hem niet gewoon zijn. Wire bewijst met ‘Red barked tree’ dat ze nog steeds een essentiële én vooral vernieuwende band zijn.

Wire, 'Red barked tree', nu uit op Pink Flag, www.pinkflag.com

http://www.cuttingedge.nl/music/reviews/291836-wire-red-barked-tree-

Wednesday, February 09, 2011

De kop van de dichter in hoge vlucht – Over ‘Hemelsblauw’ van Jan Lauwereyns

Als antithese van alle dorpsdichters, Humodichters en pensenkermisdichters heb je in Vlaanderen ook nog wat enkelingen die de Hoge Literatuur betrachten. Poëzie op zo’n niveau vereist kennis en ervaring. Inzicht en uitzicht. Neem de Vlaamse dichter Jan Lauwereyns. Je vraagt je af hoe hij het doet. Als biologisch wetenschapper wisselt hij Vlaanderen af met Nieuw-Zeeland en Japan. Hij is een eminent natuurliefhebber en Japankenner. Hij schrijft spraakmakende literaire essays en dichtbundels. Onlangs schreef hij ter gelegenheid van gedichtendag het gedichtendagessay ‘De smaak van het geluid van het hart’. ‘Hemelsblauw’ is alweer zijn zevende dichtbundel. Jan Lauwereyns is waarschijnlijk de enige, echte dichter die Vlaanderen op dit ogenblik rijk is.

De lijvige dichtbundel ‘Anophelia ! De mug leeft’ van Lauwereyns was een bijzondere bedoening. Lauwereyns rukte de boeien van het Nederlands los en bevrijdde de taal uit zijn eeuwenlange beperkingen. Hij voegde er nieuwe, vormvreemde elementen aan toe. Verschillende cycli leenden grammaticale en syntactische elementen uit het Japans. Dat leidde voor één keer niet tot moeilijkdoenerij. Op een vloeiende en geslaagde manier integreerde hij die vreemde elementen in zijn poëzie. Het gaf een mysterieus en uitgesproken lyrisch karakter aan zijn poëzie. Het afsnijden en bewaren // Systematisch en contextueel // Zoals de slang / Herinneringslichaam worden // De ultieme apostrof.

Naar onze mening is Lauwereyns als vernieuwer van de Nederlandse taal ondergewaardeerd. In zijn nieuwe bundel ‘Hemelsblauw’ zijn die bouwstenen uit een andere taal en cultuur nog beter geïntegreerd. De bundel cirkelt losjes rond het Japanse karakter ‘imi’ of ‘betekenis’ dat tegelijk de tekens ‘geluid’, ‘hart’ en ‘smaak’ in zich draagt, zoals hij in zijn gedichtenessay ‘De smaak van het geluid van het hart’ uitlegde. Aan de andere kant relativeert Lauwereyns en beseft hij dat hij met pure taalbouwsels bezig is. De eerste cyclus ‘Parabel van de regenboog’ sluit af met de volgende verzen: Duistere sporen, heldere verschijningen / Met en in elkaar, verzen, witregels, regenboog // Tekst, een tekst, de tekst, weven wij // In, en van, en voor, alles of niets.

Lauwereyns geeft blijk van humor. Dat maakt dat we hem blijven lezen, ondanks het hermetische karakter van sommige gedichten. ‘Hemelsblauw’ zit in een blauwe kaft met een zwarte bonsaïboom. Zo gaat Lauwereyns te werk: hij hakt, hij snoeit, hij snijdt de realiteit in een vorm als een nepnatuur die dezelfde werkelijkheid imiteert en weerspiegelt. In zijn gedichten gaat hij te werk als een woorden- en zinnensnoeier. Hij steekt zijn bedoelingen niet onder de graszoden. In ‘Addertje zonder kop’ wordt de theorie van de natuur toegepast op de theorie van het gedicht. De verglijding van de natuur in de aard van de poëzie is een kernelement van Lauwereyns poëzie. Het addertje zonder kop is tegelijk ook het dichtertje zonder kop dat in een hoge vlucht over de tuin vliegt in de bek van een kraai. Metatalig heeft hij het over Woorden die je niet begrijpt / Is dat dan de theorie van het gedicht / Zekere dag in de tuin, het gedicht zonder kop.

‘Hemelsblauw’ bevat in totaal vijf afdelingen. Zelfs na herhaaldelijke lezing blijft dit een boeiende en meerlagige bundel, waar je nooit helemaal in binnenraakt. Zelfs de meest prozaïsche cyclus ‘Rondom een boom’ - over de oude meneer Nakazato en zijn geliefde zelkovaboom - drijft op een oosters exotisme en een diepgang die voor ons westerlingen vreemd klinkt, maar waar Lauwereyns door zijn ruime kennis en ervaring wel toegang toe heeft. Is dat eigenlijk wel zo? Misschien! Maar is dat nu net niet de definitie van echte poëzie? Dat je ze nooit echt volledig begrijpt. Ook niet als je ze zelf schrijft. Misschien moet je zoals Lauwereyns in een ver en exotisch land gaan wonen om poëzie te kunnen bedrijven in Vlaanderen. In de cyclus ‘Zoals vuur vuur uitademt’ omschrijft hij zijn procédé in de prachtige slotregels van ‘Hemelsblauw’ als volgt: De rijkdom van vreemde lettertekens / Nederlands, ondergronds / De dichterlijke schepping van kersenbloesem / Slechts een keuze van / Het punt waaraan voorbij / Kersenbloesem / Dichterlijke schepping. Wonderlijk!

Jan Lauwereyns, 'Hemelsblauw', De Bezige Bij Amsterdam, 2011, ISBN 978 90 234 5732 9.

Tuesday, February 08, 2011

Hagelwit gedicht - Over 'Dode kamer' van Erik Spinoy, een interview

Dichter Erik Spinoy is een voorzichtig man. Hij laat zich niet verleiden tot vluchtige uitspraken over politiek of de toekomst van de Vlaamse poëzie. Zijn vorige bundel ‘Ik en andere gedichten’ was een tour de force. Zijn nieuwe 'Dode kamer' lost de hooggespannen verwachtingen niet helemaal in. Toch bevat de bundel genoeg interessant materiaal om alle concurrentie van tafel te vegen. De bundel bevat poëtische reisimpressies, bespiegelingen bij het intrigerende beeldend werk van de 'Belgische' kunstenares Ann Veronica Janssens en flarden jeugdherinneringen. Pendelend tussen Heule en Luik hadden we een gesprek met Spinoy.

De bundel ‘Dode kamer’ was voorzien voor september 2010, maar het werd uiteindelijk gedichtendag januari 2011. Waarom duurde het zo lang?

Erik Spinoy: De bundel was gewoon nog niet klaar. Ik ben geen full-time schrijver, maar combineer het schrijven en het bestuderen van literatuur, wat vaak – in de twee richtingen – een heel vruchtbare combinatie is, maar natuurlijk lopen de beide elkaar ook soms in de weg, omdat ze allebei vaak meer tijd vragen dan ik heb. Ik laat ook geen werk verschijnen dat in mijn ogen niet af is, dus als ik extra tijd nodig heb dan néém ik die ook. En tenslotte weet je ook nooit hoe lang gedichten nodig zullen hebben. Ik heb vooral aan de eerste reeks héél lang gewerkt – wat vaak zo is bij een nieuwe bundel. Het duurt een poos voor je, met trial and error, hebt uitgevist welke toon en welk vocabulaire je in een bundel wilt hanteren, voor motieven zich gaan ontplooien, voor je de gedachten op het spoor komt die de ruggengraat van het boek gaan vormen, enzovoorts. Dat verloopt allemaal heel organisch, en dat wil ook zeggen: de ene keer moeilijker en langzamer dan de andere.

Intussen is het uitgeverslandschap in Vlaanderen grondig gewijzigd. Meulenhoff/Manteau werd De Bezige Bij. Standaard Uitgeverij werd WPG. Meulenhoff werd Lannoo. De lezer - en de recensent! - kunnen niet meer mee. Hoe kijk je daar als auteur tegenaan?

Spinoy: We maken heel ingrijpende veranderingen mee. Eerder al was de Hoge Literatuur zijn bevoorrechte plaats kwijtgeraakt en was de uitgeverij veel meer dan tevoren een boekenindustrie geworden. Dat geeft dan, zeker in een boekenmarkt die onder druk staat, die dwingende tendens tot consolidatie en winstmaximalisatie. Daarnaast zijn er natuurlijk de ontwikkelingen als gevolg van de digitalisering en de uitvinding van het internet, zodat de gedachte dat papieren boeken over afzienbare tijd grotendeels zullen verdwijnen allang geen science fiction meer is. Het heeft wel vervelende neveneffecten: ik zat voor mijn laatste vier bundels bij drie verschillende imprints, zonder echt van uitgeverij te zijn veranderd. En de luxe van een echte poëzieredacteur bij mijn uitgeverij heb ik de laatste tien jaar niet meer gekend. Dat kunnen ze zich dat in de huidige constellatie niet meer permitteren. Ik geloof trouwens dat de ‘echte’ literatuur in de toekomst sowieso weer meer en meer door geëngageerde, gepassioneerde vrijwilligers gedragen zal moeten worden. Geld verdienen met het schrijven (of bespreken) van boeken zal er in de toekomst alleen nog voor een paar enkelingen bij zijn, denk ik.

Heb je in 2010 dichtbundels van Vlaamse auteurs gelezen? Is er nog ruimte voor poëzie in Vlaanderen?

Spinoy: Ik ben een hele trage lezer, ik lees vaak maar met jaren vertraging. Ik herlas het voorbije jaar grondig het kleine oeuvre van de te jong gestorven Michel Bartosik, en ik heb college gegeven over Faverey en Van Ostaijen, wat me telkens tot nieuwe lecturen dwingt, en ook telkens tot nieuwe ontdekkingen. Voor de rest is mijn lectuur bijzonder heterogeen: een recente geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 'In defence of lost causes' van Zizek, de recente teksteditie-annex-studie van Van Wilderodes 'De moerbeitoppen ruischten' ...

Plots schijnt dit continent een dodelijk net:
zovele knopen waarin ronder vlees
verrimpelend gevangen zit

en volle bleke maan na vale maan
zich aan de nacht onpasselijk
overgeeft.

(‘Dode kamer’, pag. 22)


Na je bundel ‘L’ - voor ‘love’ - werd je poëzie een stuk grimmiger. ‘Ik, en andere gedichten’ ging over verrotting en dood. In de titel ‘Dode kamer’ zit effectief het woord ‘dood’. Hoe verklaar je die evolutie van 'L' naar 'D'?

Spinoy: Ik denk dat ik in het voorbije decennium drie ‘grimmige’ bundels heb geschreven: Boze wolven (2002), L (2004) en Ik en andere gedichten (2007). 'L' is misschien wel de grimmigste en meest pessimistische van de drie. ‘Dood’ in 'Dode kamer' verwijst niet per se naar biologisch dood zijn – wel naar ‘dood zijn voor de wereld’, afgesneden zijn, als een bijna weerloos voelend lichaam in een soort cocon. Dat is niet noodzakelijk een negatieve ervaring, het kan ook buitengewoon bevrijdend zijn. 'Dode kamer' is dan ook veel minder somber van toon dan 'L', al kunnen de titels een andere ontwikkeling doen vermoeden.

Het eerste deel van ‘Dode kamer’ lijkt een soort compacte Roberto Bolaño. De gedichten spelen zich af in een exotisch oord, maar het kan eender waar zijn.

Spinoy: Dat heeft te maken met wat ik zo-even zei. Het zou weinig consequent zijn geweest als ik duidelijk had gemaakt: we zijn hier in Colombia, en het gaat over precies die mensen in die welbepaalde stad met die voorgeschiedenis en politieke en sociale problemen, enzovoorts. Wat me in deze reeks - en in de hele bundel - interesseert, is dit keer niet de vraag hoe identiteiten ontstaan in verwevenheid met de historische, sociale, politieke, ideologische … context die hen omgeeft – in verwevenheid dus ook met alle talige echo’s die in mensen weergalmen. Hier ging het me om wat we nog zijn als we afgesneden zijn van al die echo’s. Een ‘traumatisch lichaam’, denk ik. Iets wat in de eerste plaats voelt, dan nog kan ervaren dat het ‘er is’, zonder dat het kan definiëren wat het is. Het idee daarvoor kwam voort uit de vaststelling dat mijn (overigens redelijk korte) verblijf in Zuid-Amerika me nogal door elkaar bleek te schudden, veel meer dan ik had verwacht. Het was een dubbele ervaring: een ervaring van desoriëntering en dislocatie, maar ook (en juist daardoor wellicht) een sensueel evenement van de eerste orde.

Neem dit vlees

En drijf het
Naar waar het ophoudt vlees te zijn.

(‘Dode kamer’, pag. 34)


Wat trekt je aan in het oeuvre van de Belgische kunstenares Ann Veronica Janssens?

Spinoy: Rond de jaarwisseling 2009-2010 was er een grote overzichtstentoonstelling van het werk van Ann Veronica Janssens in Wiels. Een van de installaties was een ‘chambre anéchoïque’ – een ‘chambre sourde’ of echoloze kamer. Het was een kleine ruimte gemaakt van vezelplaten en isolerende materialen waarin je jezelf volledig kon afsluiten van de omgeving, en je dus teruggeworpen werd op jezelf. Dat soort ervaring – het creëren van een moment van retraite uit jezelf – probeert Ann Veronica Janssens volgens mij heel vaak op te roepen met haar werk. Ze doet dat op heel uiteenlopende manieren, maar naar mijn idee met steeds dezelfde drijfveer.

Het derde deel bestaat flarden beelden en herinneringen uit je kindertijd. Maar de herinneringen zijn precies niet goed genoeg gestold om er pakkende gedichten van te maken. Het zijn taalkundig zeer spitsvondige bouwsels, maar ze glijden zo van je af.

Spinoy: Ik denk dat je ‘je’ hier door ‘mij’ moet vervangen. Ik heb de gedichten natuurlijk ook uitgeprobeerd op een aantal ‘eerste lezers’ en die reageerden juist heel goed op deze reeks. Maar natuurlijk: hoezeer ik ook probeer om teksten te maken die zich, om het met Van Ostaijen te zeggen, plooien naar de ontroering van de lezer, ik krijg toch altijd weer heel uiteenlopende reacties. Opvattingen, verwachtingen, voorkeuren van lezers verschillen nu eenmaal ... Dat maakt het ook erg spannend om te zien hoe mijn teksten in de praktijk gelezen worden. Deze reeks baseert zich inderdaad op ‘flarden beelden en herinneringen’, maar wat is daar – zeker in de context van deze bundel – dan mis mee? Het zou juist niet passend zijn geweest om er méér van te maken dan een reeks associatief met elkaar verbonden beelden. In mijn ervaring zorgt het contextloze karakter van deze beelden er wel voor dat ze een soort van visionaire kwaliteit krijgen. Ze krijgen een betekenis die een volstrekt andere is dan de betekenis van woorden. Daarnaast zijn de gedichten uit deze (en trouwens ook die uit de eerste) reeks een soort odes aan het vergankelijke en het vluchtige.

Het regent veel in de bundel en bovendien hagelwit. De zon gaat hagelwit op. De zon gaat hagelwit onder. Vanwaar dat ‘hagelwit’?

Spinoy: Dat weet ik niet. Het is vanzelf naar binnen geslopen en het ‘insisteerde’. Dat is een overtuiging die ik van de modernisten heb overgenomen: soms offreert zich iets waarvan je ervaart dat het, daar en dan, in de context van het gedicht of de reeks of de bundel, noodzakelijk is – wat Kandinsky de innere Notwendigkeit noemde. Daar moet je dan maar beter aan toegeven.

Wat is een 'dode kamer'?

Spinoy: Een deel van het antwoord heb ik hierboven al gegeven: een kamer zonder echo. Het beeld heb ik ontleend aan de Franse filosoof Lyotard, die niet alleen maar (en zelfs niet in de eerste plaats) de uitvinder is van la condition postmoderne. Hij heeft aan het eind van zijn leven een boekje geschreven dat La Chambre sourde heet. Het is een zeer persoonlijke lectuur van leven en werk van de schrijver André Malraux, met onder meer een verwijzing naar een tekst van Malraux die doodziek in La Salpétrière ligt en daardoor als het ware afgesneden is van zijn ‘identiteit’, gestript wordt tot er alleen nog iets rudimentairs overblijft – een wezen dat er nog is, maar niet méér. Die traumatische zelfervaring, waardoor je in aanraking komt met een ‘reële’ dimensie die aan al het vertrouwde en het zinvolle voorafgaat, kun je zien als een verblijf in een dode kamer. Ik verwijs in de bundel ook naar Descartes: zijn twijfel aan alles, die begon toen hij zich, op een winterdag, urenlang alleen had opgesloten in een warme kamer. Voor een keer heb ik dus een bundel gemaakt die onbekommerd asociaal en apolitiek is – misschien in die mate dat hij ook weer politiek wordt. Die asociale component van ons bestaan is immers wat vergeten wordt in elke politieke orde. Ook die gedachte een belangrijk motief in het werk van Lyotard, die het een plicht vindt om te getuigen van wat hij onder meer l’événement noemt – datgene wat er is zonder dat het al geduid, be-tekend is.

Elke diapositief toont in de kobaltblauwe berglucht
Een staafvormige paarse wolk in kruinen duistere
Maretak in aangezichten somber hun ontvlezing

Voor de tengere treurwilg staart een jonge dode
In een lucht van zuiver kwik.

(‘Dode kamer’, pag. 51)


‘Dode kamer’ is mooier vormgegeven dan je andere bundels en zit ook conceptueel wel beter in elkaar maar toch mist de bundel de retestrakheid en de scherpte van ‘Ik, en andere gedichten’, taal die je echt naar de keel vloog en bundel waarin je de taal tot het uiterste oprekte. De lezer loopt wat verloren in de vele magnifieke beelden en in het doorgedreven woord- en klankenspel.

Spinoy: Ja, moet ik hetzelfde willen doen in elke bundel? Voor mij is het niet zozeer een stap terug als een stap in een andere richting. Die strakheid is niet iets wat in elk gedicht en elke bundel moet terugkeren. Na ruim een kwarteeuw dichterschap weet ik best hoe ik gedichten moet maken die ‘naar de keel vliegen’, maar ik voelde, in dit geval en als move volgend op 'Ik en andere gedichten', meer voor een andere toonaard – voor iets meer atmosferisch. De vorige bundel was analytisch en vaak hard tot zelfs sardonisch, en de taalhantering is navenant. Hier laat ik doelbewust een ander facet zien. Maar het is ieders recht om zich daar minder door aangesproken te voelen.

Je doceert Nederlandse Letterkunde in Luik. Je ziet België elke dag van twee kanten. Krijg je af en toe vragen van je Waalse studenten over de huidige politieke impasse in België? Hoe moet het verder met Vlaanderen, Wallonië en Brussel?

Spinoy: Ze beginnen er niet zelf over, maar ik snijd de kwestie geregeld zelf aan in mijn colleges literatuurgeschiedenis. De moderne Vlaamse literatuur is immers begonnen als een romantisch nationalisme, en is ook later nog vaak nauw verbonden met de Vlaamse Beweging. Ik probeer dat in verband te brengen met de huidige toestand, en dat blijkt hun wel erg te interesseren. Dat is natuurlijk nog iets anders dan een antwoord geven op de vraag hoe het nu verder moet. Dat weet ik ook niet.

Erik Spinoy, 'Dode kamer', De Bezige Bij Antwerpen, 2011, ISBN 978 90 8542 2501.

http://www.cuttingedge.be/pages/3972-over-dode-kamer-van-erik-spinoy-een-interview

Tuesday, February 01, 2011

De vergeten wereldoorlog - over 'De Krimoorlog of de vernedering van Rusland' van Orlando Figes

De Krim is een schiereiland tussen de Zwarte Zee en de Zee van Azov, en kent een rijke maar bloedige geschiedenis. Achtereenvolgens werd het eiland veroverd en bezet door de Skythen, de Grieken, de Byzantijnen, de Goten en de Ottomanen. In 1783 werd de Krim een deel van het Russische Tsarenrijk. Twee decennia geleden behoorde het strategisch gelegen stuk land nog toe aan de Sovjet-Unie. Na het uiteenvallen van de Russische communistische reus werd het een deel van de Oekraïense republiek. De Russen behielden een belangrijke machtsbasis in de havenstad Sebastopol, dat een apart statuut behield omdat de Russische marine daar gelegerd is.

In het midden van de negentiende eeuw was het Krimschiereiland het strijdtoneel van een vergeten oorlog die minstens achthonderd duizend levens eiste. Britse, Franse en Turkse troepen trokken ten oorlog tegen het Russische leger, dat onder invloed van de imperialistische tsaar Nicolaas I ingezet werd om een gebied te veroveren dat reikte van de Balkan tot de Perzische Golf. Het boek ‘De Krimoorlog of de vernedering van Rusland’ van de Britse historicus Orlando Figes geeft een relaas van die oorlog om de Krim die plaatsvond tussen 1853 en 1856. Figes gaat dieper in op de oorzaken van de oorlog, beschrijft tot in de details wat er op het slagveld gebeurde en beschrijft ook nauwkeurig de nasleep van de oorlog en de gevolgen van de nederlaag voor Rusland en de rest van Europa.

De Krimoorlog was een keerpunt in de Europese geschiedenis. De eeuwenoude alliantie van Rusland met Oostenrijk werd doorbroken. De oorlog maakte de weg vrij voor de opkomst van nieuwe natiestaten zoals Italië, Duitsland en Roemenië. De orthodoxe Russen hielden aan de oorlog een diepe afkeer over tegenover het Westen. Het voelde zich verraden door de andere christelijke naties omdat ze de kant gekozen hadden van de heidense Turken. Ze zagen hun plannen op de Balkan gedwarsboomd. De crises die volgden op de Russische vernedering zouden uiteindelijk leiden tot de Eerste Wereldoorlog.

De herinnering aan de Krimoorlog blijft in Rusland zowel een bron van nationale trots als afkeer tegen het Westen. Nog in 2006 verklaarde eerste minister Poetin dat de vernederende Krimoorlog niet moet gezien worden als een nederlaag maar als een morele en religieuze overwinning, waar het volk zich voor opofferde. In dezelfde toespraak hamerde hij erop dat het volk een voorbeeld moest nemen aan tsaar Alexander I die ten strijde durfde te trekken tegen het Westen. In een briljant stukje populisme en geschiedvervalsing kreeg ook zijn vader Nicolaas I, die de Russen als eerste voorging in hun strijd, eerherstel door Poetin. Sindsdien hangt een levensgroot portret van Nicolaas I in zijn werkkamer.

‘De Krimoorlog’ is een kanjer van een boek. Schitterend geschreven en rijkelijk gedocumenteerd is dit een must voor iedereen die van geschiedenis houdt. Wat blijkt? Ondanks twee wereldoorlogen en het mislukte communistische experiment veranderde er in anderhalve eeuw opvallend weinig. Tsjetsjenië, Afghanistan, Georgië, Kaukasië ...: het zijn jammer genoeg nog steeds hete brokken op het bord van Medvedev en Poetin. Het was zo in 1850. Het is zo in 2011. In het licht van de recentste terreuraanslagen in Rusland kunnen we alvast één opvallende tendens halen uit de lezing van ‘De Krimoorlog’: het volledig falen van de actuele Russische binnen- en buitenlandpolitiek, die zich nog steeds beroept op een imperialistische situatie die al ruim 150 jaar achterhaald is.

Orlando Figes, ‘De Krimoorlog of de vernedering van Rusland’, vertaald door Henk Moerdijk en Lieske Simon, Nieuw Amsterdam, Amsterdam 2010, ISBN 978 90 468 0894 8.

Saturday, January 22, 2011

Erik Spinoy & Jan Lauwereyns


Aanstaande gedichtendag 27.01.2011 stellen twee Vlaamse literaire kleppers een nieuwe dichtbundel voor:

Jan Lauwereyns, 'Hemelsblauw' bij De Bezige Bij
Erik Spinoy, 'Dode kamer' bij WPG


Het moet ongeveer sinds 2007 geleden zijn dat er nog een interessante dichtbundel bij een grote uitgeverij verscheen in het Vlaamse taalgebied (dat was toen Peter Verhelst). Nu ineens twee onder de nieuwe constellatie WPG/De Bezige Bij Antwerpen...

donderdag 27.01.2011 om 20u00 in Passa Porta in de Dansaertstraat in Brussel

http://eerder.meandermagazine.net/recensies/recensie.php?txt=3370&id=

http://www.urbanmag.be/artikel/1227/het-ik-en-vele-andere-dingen

Friday, January 21, 2011

Dali's Car



It isn't a dream, you only heard yourself
The means of your life, create and melt
In front of you, beneath closed lids
The path to freedom, Nirvana, here sits

Here sits... here sits... here sits

Nirvana calls from behind the wall
The wall that you built, with you will fall
If not for trust with infected hands
The secret shore will come, come to hand

Here sits... here sits... here sits

Plant your tree of hidden dreams
Beneath your fears that burst the seams
The consumate growth will break your bones
Become a tree, become a tree, secure, alone

Here sits... here sits... here sits

Pluck out the roots of buried truth
Ride the bean that passes through
The consumate growth will break your bones
Become a tree, secure, alone
Become a tree, secure, alone
Become a tree, secure, alone

(Dali's Car, 'Create and Melt' from 'The Waking Hour')

Mick Karn, 1958-2011

Wednesday, January 05, 2011

Arvo Pärt - 'Symphony no. 4 'Los Angeles''

Wat weet de gemiddelde Europeaan over Estland? Het landje maakte vroeger deel uit van de Sovjet-Unie, verzette zich hardnekkig tegen de bezetter en riep in 1991 de onafhankelijkheid uit. Het is het laatste Baltische land dat toetrad tot de Eurozone. De Esten zijn afstammelingen van het Vikingvolk en spreken een brabbeltaaltje. Wedden dat men niet eens de hoofdstad kent? Oh, Tallinn... Oké! En toch bracht deze kille Europese uithoek één van de grootste componisten van de twintigste eeuw voort. De bekendste inwoner van Estland heet Arvo Pärt.

Pärt was al tijdens de Sovjetperiode een dwarsligger. Zijn serialisme joeg de Russen de gordijnen in. Toen atheïsme het officiële credo was van het Kremlin, componeerde hij semireligieuze werken. Zonder een politiek standpunt in te nemen, joeg hij de officiële instanties tegen zich in het harnas. Maar wat konden ze doen? Pärt maakte contemplatieve muziek, die de grijze realiteit van het communisme overstijgt zonder zich er fysiek tegen te verzetten. Pärt was één van de eerste componisten van het Oostblok die een enorm succes kende in het Westen. ‘Fratres’, ‘Für Alina’, ‘Tabula rasa’, ‘Stabat mater’ en ‘Miserere’ zijn in ons geheugen gegrift.

De 75-jarige Pärt verloor zijn streken niet. Zijn vierde symfonie is een protestgebaar tegen Poetin. Hij droeg het werk op aan de Russische oligarch Mikhail B. Khodorkovsky, die door Poetin in 2005 gevangen gezet werd in een Siberische gevangenis nadat hij schuldig bevonden werd aan belastingontduiking en fraude. Waarom een componist als Pärt zijn symfonie opdraagt aan zo’n personage is ons niet duidelijk. Iedereen weet dat de situatie in Rusland maffia tegen maffia is. Wie is erger? Noch Poetin noch de dubieuze Khodorkovsky, ooit één van de rijkste mannen van Rusland, kunnen op onze sympathie rekenen.

38 jaar geleden was het dat Pärt nog een symfonie creëerde. De eerste beweging van de engelensymfonie begint als een typische Pärt-compositie met tintinnabuli en klokkengelui. Na enkele minuten relatieve stilte zwelt de compositie aan tot een echte symfonische puree, inclusief paukenslagen. Pas in de laatste beweging herkennen we de voor Pärt zo kenmerkende korte glissandobewegingen. De geluidskwaliteit is uitstekend, de korte symfonie werd zeer mooi uitgegeven door ECM, maar als geheel kan het werk ons niet in bekoring brengen. Pärts mystieke muziek leent zich niet voor de grootse gebaren van een symfonisch orkest. Hoe graag we hem ook zien, zijn vierde symfonie haalt niet het niveau van zijn vroegere oeuvre.

Arvo Pärt, Symphony no. 4 'Los Angeles' verscheen op ECM, www.ecmrecords.com

Tuesday, December 14, 2010

Philippe Petit scores 'Henry : The Iron Man'

a very serious contender for album of the year:

PHILIPPE PETIT - Scores Henry : The Iron Man
LP Aagoo Records AGO030


for more, see here:

www.aagoo.com
www.myspace.com/philippepetit

Sunday, December 12, 2010

Year Overview 2010 : literature

Liesbeth van de Grift, ‘Voorwaarts en vergeten – De overgang van fascisme naar communisme in Oost-Europa, 1944-1948’, Ambo , Amsterdam 2010, ISBN 978 90 263 2280 8.

http://www.apache.be/2010/10/de-gezwinde-overgang-van-fascisme-naar-communisme/

Alain Finkielkraut, 'Een intelligent hart', Uitgeverij Contact, ISBN 978 90 254 3465 6.

http://www.cuttingedge.be/books/reviews/246548-intelligent-hart

'Voer voor negationisten', over 'Een van de laatsten – Het unieke ooggetuigeverslag van een overlevende van Treblinka' van Chil Rajchman, Meulenhoff, 2010, ISBN: 978 90 290 8507 6.

http://www.apache.be/2010/08/voer-voor-negationisten/

Heimrad Bäcker, ‘Nachschrift 1 + 2’, Literaturverlag Droschl, Edition Neue Texte, Graz-Wien 1993/1997.

http://www.rektoverso.be/nummers/920-nr-42-juli-augustus-2010/1467-de-wrede-paradox-van-de-holocaust-nachschrift-1-2-van-heimrad-baecker

Paul Celan & Ingeborg Bachmann, 'Een dramatische liefde - Briefwisseling Ingeborg Bachmann-Paul Celan', vertaald door Paul Beers, Meulenhoff/Persona, 2010, ISBN: 9 789029 084789.

http://www.cuttingedge.be/books/reviews/235052-dramatische-liefde-briefwisseling-ingeborg-bachmann-paul-celan

Jotie T'Hooft, 'Verzameld werk', Meulenhoff/Manteau, 2010, ISBN 978 90 8542 181 8.

http://www.cuttingedge.be/books/reviews/234710-verzameld-werk

An Paenhuysen, 'De nieuwe wereld - De wonderjaren van de Belgische avant-garde', Meulenhoff/Manteau, 2010, ISBN: 978 90 8542 2211.

http://www.cuttingedge.be/books/reviews/236363-nieuwe-wereld-de-wonderjaren-van-de-belgische-avant-garde-1918-1939-

Willy Roggeman, 'Practicum of het steriele schrijven', Willy Roggeman, Het Balanseer, Aalst 2009, ISBN: 978 90 79202 04 1.

http://www.cuttingedge.be/books/reviews/239104-practicum-of-het-steriele-schrijven

Sven Vitse, ‘Tekstbestanden’, Het Balanseer, 2010, ISBN 978 90 79202 05 8.

http://www.cuttingedge.be/pages/3751-over-tekstbestanden-interview-met-sven-vitse

Year Overview 2010 : music

Sohrab - ‘A hidden place’, [Touch # Tone 42] -http://www.touchmusic.org.uk/sohrab/

http://www.apache.be/2010/11/sohrab-een-iraanse-muzikant-op-de-vlucht/
http://www.cuttingedge.be/pages/3819-sohrab-interview-iraans-experiment-in-berlijn

Zeitkratzer - Alvin Lucier [old school] - Zeitkratzer Records, zkr011, www.zeitkratzer.de
Zeitkratzer - Whitehouse [electronics] - Zeitkratzer Records, zkr007, www.zeitkratzer.de

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/259803-zeitkratzer-alvin-lucier-old-school-

Swans - 'My father will guide me up a rope to the sky' - Young God Records, http://younggodrecords.com/

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/253599-swans-my-father-will-guide-me-up-a-rope-to-the-sky-

Richard Pinhas - 'Metal/Crystal' - Cuneiform Records, www.cuneiformrecords.com

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/248841-richard-pinhas-metal-crystal-

David Sylvian - 'Sleepwalkers' - Samadhi Sound, www.samadhisound.com

http://www.cuttingedge.nl/music/reviews/250114-david-sylvian-sleepwalkers-

Cindytalk - 'The poetry of decay' - Editions Mego, www.editionsmego.com

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/244228-cindytalk-up-here-in-the-clouds-

Solar Bears - 'She was coloured in' - Planet Mu Records, www.planet.mu

http://www.cuttingedge.nl/music/reviews/245626-solar-bears-she-was-coloured-in-

Jana Winderen - 'Energy field' - [Touch # TO:73], www.touchmusic.org.uk

http://www.cuttingedge.be/pages/3629-muziek-en-ecologie-interview-met-jana-winderen

Sistol - 'On the bright side' - Halo Cyan, www.halocyan.com

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/242119-sistol-on-the-bright-side-

Taylor Deupree - 'Shoals' - 12K, www.12k.com

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/237226-taylor-deupree-shoals-

Oneohtrix Point Never - 'Returnal' - Editions Mego, www.editionsmego.com

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/235677-oneohtrix-point-never-returnal-

Emeralds - 'Does it look like i'm here' - Editions Mego, www.editionsmego.com

http://www.cuttingedge.be/column/3517-de-kroonjuwelen-van-amerika-over-does-it-look-like-i-m-here-van-emeralds

Brendan Perry - 'Ark' - Cooking Vinyl Records

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/235689-brendan-perry-ark-

Dalglish'Ideom' – Record Label Records, www.recordlabelrecords.org

http://www.rektoverso.be/nummers/918-nr-40-maart-april-2010?layout=blog

Saturday, December 04, 2010

Alain Bashung - ‘Osez Bashung'

“Tu l’auras toujours ta belle gueule/tu l’auras ta superbe/à défaut d’éloquence”. Als we enkele albums zouden moeten selecteren uit onze collectie, dan zouden ‘Fantaisie militaire’ en ‘L’imprudence’ van Alain Bashung er zeker bij zijn. Na een wispelturig parcours bracht hij twee albums uit, die de normen van het Franse chanson ruimschoots overschreden. Intenser en poëtischer dan Brel, scherper dan Gainsbourg en donkerder dan Noir Désir: ‘Fantaisie militaire’ en 'L’imprudence’ behoren muzikaal tot het beste dat ooit uit het Franse taalgebied kwam. Zes jaar duurde het voor Bashung een opvolger bedacht. In 2008 bracht hij zijn artistieke testament ‘Blue pétrole’ uit. Commercieel gezien een kassucces, maar lang niet zo bevlogen als zijn voorgangers. Na zijn vroegtijdige dood in maart 2009, verscheen de één na de andere compilatie. ‘Osez Bashung' is er slechts één van…

Makkelijk is een overzicht van de carrière van Bashung niet. Wars van goedkoop succes verkende hij dertig jaar lang alle hoeken van het Franse chanson: van de mockdisco van ‘What’s in a bird’ tot de rammelende bluesversie van Brels ‘Avec le temps’. Maar we herinneren hem vooral als de in zwart leer gehulde rocker, die gedurende meer dan twee uur de Parijse Olympia in de ban hield, zoals te zien is op ‘Confessions publiques’ uit 2002. De rocker die iets te ruig en te tegendraads was om de massa te bekoren, maar die als sentimentele publiekstoegift ‘Nights in wite satin’ en ‘Les amants d’un jour’ van Edith Piaf croonde.

‘Osez Bashung’ slaagt er niet in om die man te duiden. De compilatie bestaat uit twee delen. Op de eerste cd staan bekende nummers van diverse tijdsperiodes kriskras dooreen. De samenstellers vergaten dat de zanger die in ’81 ‘Gaby oh Gaby’ de hitlijsten inzong, niet dezelfde is dan die in 2002 het complexe ‘Faites monter’ opnam. We missen een duidelijke chronologie en linernotes die een toelichting geven over het hoe en waarom van de nummers. Weinig verrassingen hier, wel een willekeurige selectie nummers uit ‘Fantaisie militaire’, ‘L’imprudence’ en een ripoff van ‘Bleu pétrole’ (vijf!).

De tweede cd bevat interpretaties van standards en maakt duidelijk dat Bashung worstelde met zijn plek in het muzieklandschap. Zijn versie van ‘Le sud’ van Nino Ferrer is te vlak. Wel doorvoeld zijn ‘Le tango funèbre’ van Brel, ‘Bruxelles’ van Dick Annegarn, een briljante adaptatie van ‘Les mots bleus’ van Christophe en de Gainsbourg-imitatie ‘L’homme à tête de chou’. Als graaibox kan ‘Osez Bashung’ dienen, maar er bestaan betere overzichten van ’s mans loopbaan. Een simpele zoektocht via Google volstaat.

recensie op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/263115-alain-bashung-osez-bashung-

Alain Bashung, 'Osez Bashung', Barclay, 2010.

Noot: Een betere comp is 'Les 50 plus belles chansons' van Bashung, verschenen in maart 2009. Drie cds voor slechts 20€ met alle essentïële nummers, waaronder 'Happe', 'Elvire', 'Toujours sur la ligne blanche', 'Alcaline', 'Rebel' en vele anderen.