Wednesday, March 31, 2010

Muziek en ecologie – Deel 1: interview met Chris Watson


Kan je tegenwoordig nog naar de Noord- of Zuidpool trekken om daar met de meest geavanceerde apparatuur geluidsopnames te maken van afkalvende gletsjers, klotsende fjorden, ijzige noordenwinden en fauna en flora van boven de poolcirkel zonder rekening te houden met de 'politics of ecology'? De Polen verloren hun onschuld. Door de opwarming van de aarde volstaat het niet om veldopnames te maken van koude poolzeëen en van kruipend ijs. Een klaar idee hebben van de omgeving waarin je werkt, is een noodzaak. Hoe breng je geluidsopnames van door menselijke interventie ecologisch onstabiel geworden omgevingen over bij de luisteraar? We vroegen het aan geluidspioniers Chris Watson (zie 'A Journey South' op www.chriswatson.net), BJ Nilsen (www.bjnilsen.com) en de Noorse Jana Winderen die net ‘Energy Field’ uitbracht op het Britse label Touch.

Chris, je reisde onlangs voor de BBC naar de Zuidpool met David Attenborough. De reis werd gedocumenteerd op ‘A Journey South’.

Chris Watson: “De BBC gaf ons de opdracht voor een groot project, “The Frozen Planet”, gepresenteerd door Sir David Attenborough, dat ergens op het einde van 2011 zal uitgezonden worden op BBC1. Ik was één van de geluidsmensen, die meewerkte aan de reeks, die reizen naar beide Polen met zich meebracht. Om de reis, die in Christchurch Nieuw-Zeeland begon, te ondernemen; onderging ik zware medische testen. We waren daar uitgenodigd door de USAP (US Antartica Programme), en we vlogen naar Ross Island (78° zuid) op een zogenaamde ‘ijsvlucht’. We landden op de bevroren zee in een C-17, een enorm cargovliegtuig zonder vensters. De vlucht duurde 5 uren… Mag ik verwijzen naar het audiodagboek dat ik maakte voor Touch Radio na mijn trip naar de Zuidpool. Via deze link kun je het dagboek beluisteren: http://www.touchradio.org.uk/touch_radio_49.html.”

Op 1 april vertrek je opnieuw voor een maand naar de Noordpool?

Chris Watson: “Da’s voor dezelfde reeks als de trip naar de Zuidpool – ‘The Frozen Planet’ van de BBC. Ik keer terug eind april. Ik hoop opnieuw een audiodagboek te kunnen maken voor Touch Radio in mei.”

Je maakt sinds het eind van de jaren tachtig auditieve geluidsopnames. Sinds het midden van de jaren negentig en vooral sinds Al Gore’s ‘The Inconvenient Truth’ weten we dat de aarde in sneltempo opwarmt. Heeft dat fenomeen je werk beïnvloedt tijdens de laatste 5 à 10 jaar?

Chris Watson: “Natuurlijk heeft dat een effect op het onderwerp waarmee ik aan de slag ga, maar mijn basismotivatie bleef desondanks onveranderd… ‘Klimaatverandering’ vind ik trouwens een correcter woord.”

Wanneer je naar een gebied als de Zuidpool reist, een omgeving die onstabiel geworden is door menselijke interventie, voel je dan de nood om die evolutie te documenteren?

Chris Watson: “Ik ga niet akkoord met bovenstaande stelling. Mijn antwoord luidt dus neen! Zoals ik al zei, de gevolgen van deze processen zullen zichtbaar en voelbaar zijn door de effecten die ze hebben op de dieren in het wild en op hun habitat en dat zal dus in zekere zin ook een effect hebben op de opnames die ik maak, maar dat is niet de voornaamste reden waarom ik geluidsopnames maak.”

Je bent een geluidsman en een ‘maker van auditieve documenten’. Ik luisterde onlangs opnieuw naar ‘Vatnajoküll’ op het album ‘Weather Report’ maar ik kon niet anders dan denken aan afkalvende gletsjers en smeltende ijssvelden. Hebben geluidsdocumenten hun onschuld niet verloren sinds we weet hebben van de klimaatverandering? Hoe breng je zoiets over op de luisteraar?

Chris Watson: “Ik maak geen audiodocumenten! Laat dat duidelijk zijn… Ik maak auditieve kunstwerken, maar zeker geen documenten. Ik probeer de psychogeografie te beschrijven die het gedrag van wilde dieren beïnvloedt, en ook de landschappen zelf. Mag ik je verwijzen naar mijn eerste album voor Touch, ‘Stepping into the Dark’ (Touch # TO:27, 1996), dat opnames bevat die kunnen beschreven worden als ‘akoestische landschappen’.”

Denk je dat het mogelijk is en heb je er zelf ooit aan gedacht om een album uit te brengen met uitsluitend geluiden die de klimaatwijziging illustreren om de aandacht van het publiek te vestigen op dit zorgwekkend fenomeen?

Chris Watson: “Neen! Al is het onmogelijk om de feiten uit de weg te gaan, toch is dat niet mijn voornaamste betrachting… Ik ben betrokken als individu, maar het behoort helaas niet tot mijn werk…

Chris Watson, 'A Journey South' op www.chriswatson.net

Monday, March 29, 2010

Heaney en Holland - Over 'Regio en Ring' van Seamus Heaney, vertaald door Hanz Mirck

In 2006 verscheen ‘District and Circle’, de langverwachte nieuwe dichtbundel van de Ierse Nobelprijswinnaar Seamus Heaney. Halfweg 2009 kreeg de Hollandse dichter Hanz Mirck de opdracht om de bundel in het Nederlands om te zetten. Zelfoverschatting van de uitgeverij? Haastwerk? Een misstap om dit werk toe te vertrouwen aan een dichter zonder levenslange ervaring? Sprong de 71-jarige Heaney dit keer te lichtvaardig om met zijn poëtische erfenis? Van de titel tot het laatste woord: alles verliep fout. We vroegen aan Hanz Mirck wat er aan de hand was.*

Hoe ben je als vrij jonge dichter bij een vertaling van Seamus Heaney terechtgekomen? Is er een affiniteit vastgesteld? Of heb je de job gewoon op je genomen als vertaler?

Hanz Mirck: “Tja, wat is vrij jong? Ik debuteerde in 2002, publiceerde tot nu toe vier bundels, won wat prijzen. Verder vertaalde ik al eerder een bundel van Heaney, maar ook werk van de Amerikaanse dichter Nick Flynn, klassieke liedteksten (in ‘Mijn rust is heen, mijn hart is zwaar’) en toneel, voor De Doelen in Rotterdam. Die eerste bundel van Heaney, die ik vertaalde (Elektrisch licht), vond ik geweldig en dat heeft mijn werk beïnvloed. Daarom wilde ik ook District and Circle graag doen.”

Wat is de betekenis van de titel en wat was de reden om 'District and Circle' te vertalen door 'Regio en Ring'?

Hanz Mirck: “De titel van de bundel verwijst naar twee lijnen van de Londense metro. Een Nederlandse lezer zal deze woorden niet meteen koppelen aan de ondergrondse, maar wel aan de betekenis die de woorden buiten deze context hebben. Nu gaat de bundel over de onderwereld, de doden, en daalt de lezer samen met de dichter af.... in een vertaalprobleem. Want hoe vertaal je die titel? Met 'Ring en Regio', zodat je begrijpt dat het twee metrolijnen zijn, en twee woorden die met ruimtelijke beweging te maken hebben? Of toch die stationsnamen onvertaald laten en op het omslag een fragment van de kaart van de Londense metro laten zien, zodat de lezer kan zien dat het gaat om twee lijnen die ergens samenkomen, een tijdje gelijk op gaan en dan weer elk huns weegs, zoals de levende dichter die de doden even ontmoet en dan weer verder gaat met zijn leven? Of er iets Hollands/Amsterdams van maken: 'Isolatorweg en Gein'? Heaney mailde me dat hij de namen met daarbij de toevoeging 'in de Londense metro' een oplossing vond. Ik vind dat te uitleggerig. Als het toch gaat om de metro an sich, waarom dan niet 'Londense metro', of (nog mooier) 'Ondergrondse'? 'Noordzuidlijn' vond ik ook wel een leuke, maar dat vinden de Amsterdammers dan weer helemaal niet grappig... Ik besloot de zaak om te draaien en vroeg Heaney of hij 'District and Circle' puur vanwege historische redenen had gekozen (omdat hij die twee lijnen van de metro nu eenmaal gebruikte) of waren er ook redenen van taalkundige aard? Inderdaad, antwoordde hij: ‘I chose District and Circle as a title because 1) I used to travel on that line/those lines when I worked on a summer holiday job in London, in the early 1960s - from Earls Court to St James's Park and back; but also 2) because the words 'district' and 'circle' apply to the book in a different way, in that many of the poems return to a district - my childhood world in Ulster - which the poems also 'circle', or circle around, in memory.’ Dat is wat ik ook verwacht had - Heaney laat geen dingen aan het toeval over. Met dit antwoord kon ik de uitgever overtuigen dat 'Regio en ring' een goede overzetting is van ook die betekenis, die toch de metro-verwijzing intact laat. (Ik had eerst 'Ring en regio' maar Piet Gerbrandy wees me op het betere ritme van deze volgorde.)

Had je contact met Seamus zelf? Hoe verliep dat contact? Hebben jullie samengewerkt om de bundel te verlaten of gaf hij jou de volledige vrijheid?

Hanz Mirck: “Ik heb met hem gemaild, maar wegens zijn drukte zo beperkt mogelijk, ik was al blij dat ik de moeilijkste kwesties aan hem kon voorleggen. Over de titel was hij heel duidelijk, verder had hij het idee dat veel dingen inderdaad lastig te vertalen waren maar hielp hij wel.”

Hoe heb je het aangepakt om het sappige en vrijwel onvertaalbaar geachte met Ierse uitdrukkingen doorspekte Engels van Heaney in het Nederlands over te brengen?

Hanz Mirck: “Ik heb zo ongeveer ieder woord opgezocht, in vertaalwoordenboeken en online woordenboeken. Ook dingen voorgelegd aan Heaney zelf en aan vertaler Willem Groenewegen en enkele andere deskundigen. Verder heb ik de gedichten hardop gelezen en geprobeerd de toon en het ritme te vinden en dat over te brengen. De uitdaging zat in onvertaalbare dingen, woordspelingen etc, die Heaney soms zelf onvertaalbaar achtte maar die toch lukten. ‘You whom I cleave to, hew to’ - Jij die ik liefhad: het hakken zit toch in de vertaling nu, als je het hardop leest. Verder heb ik veel van en over hem gelezen en research gedaan naar Ierse kwesties. De aantekeningen heb ik echter beperkt gehouden want dergelijke uitleg krijgt de lezer van het origineel ook niet.”

Heb je uit het werk van Seamus Heaney iets opgestoken voor je eigen werk? Lezen we binnenkort een Heaney-bundel van Mirck?

Hanz Mirck: “Mijn vorig jaar verschenen bundel ‘Archiefvernietiging’ draagt al sporen van Heaney in zich: hoe hij persoonlijke herinneringen gebruikt, mythologiseert, symbolisch maakt, daar heb ik veel van opgestoken. Ik schreef al steeds persoonlijker maar hij leerde me te durven. Ook zijn humor vond ik inspirerend, hoe hij een kacheldeksel opdraagt aan Auden, en als een kind daar allemaal associaties bij verzint, die toch een culturele achtergrond hebben.”

Eerste indruk van het dichtbundeltje is dat het nogal slordig is.Er staan storende fouten in , bvb. op pag. 30 in het gedicht 'Strotouw' staat er 'koortachtigheid' ipv 'koortsachtigheid. Dat is natuurlijk niet jouw fout, maar het haastwerk van de uitgeverij ondermijnt toch wel jouw oprechte inspanningen. Hoe reageer je daarop?

Hanz Mirck: “Ja, dat vind ik erg jammer. Ik vrees dat er te weinig in de redactie is geïnvesteerd. Ik heb een aantal keren voorgelegd aan de uitgever om deze bundel te vertalen, en steeds hoorde ik niets. Ineens wilden ze het toch, en moest het in drie maanden af. Ik had een fulltimebaan dus dat was ook voor mij een haastklus. Dat zou ik nu nooit meer doen, zodat ik zelf meer tijd kan nemen om het zelf allemaal tien keer na te lopen.”

Vind je dat het mogelijk is dat een jonge dichter als jij met relatief weinig renommee en met een vrij onbekende naam een nobelprijswinnaar van in de 70 vertaalt? Hoe keek je aan tegen zo'n opdracht?

Hanz Mirck: “Ik vond het een grote eer, ook om met Heaney te mailen. Mijn vorige vertalingen kregen goede recensies, dat gaf wel de moed om door te gaan. Bovendien ging het hier om het overbrengen van een bepaalde toon, meer dan intellectuele achtergronden of rijmschema’s, en dat is wel iets wat ik meen te kunnen. Ik heb wel gemerkt dat het een groot prestige heeft, en dat mensen dan snel denken: wie ben jij om dat te doen. Hoge bomen vangen veel wind. Aan de andere kant staan er in de bundel ook diverse gedichten die Heaney vertaald heeft, en die vertalingen zijn eh, nogal losjes. Dus of vertaalkwaliteit echt met een status te maken heeft, vraag ik me af.”

Hoe verhoud je je tot andere Heaney-vertalers, zoals Rouke Broersma?

Hanz Mirck: “Broersma ken ik niet zo goed, wat ik gezien heb, vond ik wel degelijk maar niet zo muzikaal. Iedere vertaler maakt andere keuzes. Peter Nijmeijer is natuurlijk mijn grote voorbeeld, die weet zo veel en brengt Heaney’s werk erg goed over. Ik heb begrepen dat hij niet meer in staat is dit werk te doen en dat is een groot verlies.”

Welke plaats bekleedt 'District and Circle' in het volledig oeuvre van Heaney?

Hanz Mirck: “Dat is een moeilijke vraag - in elk geval is het op dit moment zijn laatste bundel, en wie weet blijft het ook bij deze? Hij is al niet meer erg jong maar nog wel productief. Deze bundel gaat erg over de dood en de onderwereld, dus het is ook een voorbode voor wat komen gaat...”

Tot slot: wat vond je het leukste gedicht om te verlaten? Welk vond je het moeilijkste?

Hanz Mirck: “Het eerste gedicht ‘The turnip-Snedder’ vond ik erg leuk omdat het zo prachtig de toon zet, en die kon ik volgen, overbrengen. ‘In a loaning’, het één na laatste, was erg lastig omdat het een heel erg ingedikte tekst is, die leunt op een gedicht van Keats. Soms zijn gedichten leuk omdat ze een uitdaging vormen voor de vertaler, maar soms leuk omdat ze zo mooi zijn. In het beste geval valt dat samen.”

Seamus Heaney, ‘Regio en Ring’, vertaald door Hanz Mirck, J.M. Meulenhoff, 2010, ISBN 9 789029 081009.

* 'Regio en Ring' van Seamus Heaney vertaald door Hanz Mirck werd intussen door Uitgeverij Meulenhoff uit de handel gehaald.

Wednesday, March 24, 2010

'Vergeten' van Emma Crebolder

[.....]

Dat ik nog nieuwe kiezen laat stansen.
Gaat het, mevrouw? Affirmatief grommen.
Ik dwing mezelf weer aan de deinende
draf van telgangers te denken. En
buikdemhaling toe te passen. Puur
geluk dat mijn clitoris niet geraakt is
toen. Mijn mond ligt nu opengesperd en
tandvlees wordt versneden. Ik bewonder
mijn tong, niet stom onder het mes,
maar schuilsnel en lenig.

uit: '[...] Vergeten' van Emma Crebolder, Nieuw Amsterdam 2010, ISBN 978 90 468 0722 4, pag. 15.

bespreking volgt

Tuesday, March 02, 2010

Interview met Peter W.


Fragmenten uit een interview met Peter W. voor een niet nader bepaald medium.

Peter, je laatste papieren publicatie dateert van november 2008. We zijn nu maart 2010. Waar blijven je poëtische uitspattingen?

De poëzie dient het leven. Niet omgekeerd...

Wat wil je daarmee zeggen?

Poëzie is de plaats in jezelf waar anderen niet bij kunnen komen. Het is er soms eenzaam en donker. Ik heb die plek verlaten.

Waar ben je nu?

Alles spande plots samen om me gelukkig te maken. Het was onontkoombaar. Ik leef waar ik wil leven. Ik ben met de vrouw waar ik bij wil zijn. Ik heb een werk dat me niet al te veel stresseert. Gedichten komen er voorlopig niet meer uit.

En de poëzie dan?

De poëzie is ok! Ik heb een omvangrijk corpus van in totaal 300 à 400 gedichten die ik in enkele jaren bijeenschreef. Dat daar op dit moment niet veel mee gebeurt, is niet erg. Een schrijver moet kunnen stoppen. Het is voorlopig genoeg geweest! De rest is voor zij die na me komen. Ik heb in bijna alle literaire media gepubliceerd. Eén van mijn laatste Nederlandstalige gedichten werd overal gepubliceerd waar ik het aanbood. Wat kun je nog meer verwachten? Ik wou dat proces niet verder uitbuiten. Ik had heus geen zin om in een Groot Gezinsverzenboek terecht te komen...

Volg je de literatuur nog?

Ja, vanop een afstand volg ik alles op de voet... Ik lees heel vreemde dingen. De mercantiele uitgeverij Lannoo heeft Boekerij Meulenhoff overgenomen. De Vlaamse pers juicht dat toe. Maar het is een Pyrrusoverwinning. Lannoo heeft al jaren geen poëzie meer uitgegeven wegens onrendabel. Dat wordt dus een literair bloedbad.

En verder?

Wel, nog zo'n raar bericht: ik las dat Willy Tiberghien nog minstens drie jaar aanblijft als directeur van het Gentse Poëziecentrum. Dat is zeer nefast voor de Vlaamse poëzie. Het betekent dat we nog minstens 3 jaar moeten wachten op hoop, verjonging, evolutie en vernieuwing in de poëzie. De stasis is compleet.

En de jonge dichters in Vlaanderen en Nederland?

Ik lees te weinig lijden in hun poëzie. Ik zie een jong literair koppel dat op het punt staat om te trouwen en dolgelukkig met elkaar omgaat en elkaar letterlijk literair bevrucht. Dat lijdt tot een soort middelmatige Humo-poëzie die me vreemd is. Ze zouden beter ophouden met dichten en zich inspannen om gelukkig te zijn met elkaar in plaats van literatuur te willen schrijven. Zo'n schrijven leidt toch tot niks! Geef mij maar de onmogelijke maar essentiële liefde tussen Paul Celan en Ingeborg Bachmann. Dat is bloed, slijm en tranen.

Zijn er ook lichtpunten?

Jazeker! Ik verheug me erop dat de hoogbejaarde Vlaamse dichter Willy Roggeman de laatste twee jaar weer volop publiceert. Hij staat terug in de belangstelling. Bij Het Balanseer kwamen in een paar jaar tijd drie nieuwe boekjes uit van Roggeman. Dat is misschien een positief neveneffect van de dood van de mediatieke Hugo Claus. Na de dood van Claus is Roggeman eindelijk uit zijn schaduw kunnen treden. Men vindt Roggeman hermetisch en cerebraal. Zijn werk noemt men soms een 'stenen engel'. Ik ben het daar niet mee eens. 'Mythologica - Tien lyrische veren op gedeukte hoed' uit 'De gedichten 1953-2002' vind ik een zeer ontroerende, gevoelige en geraffineerde gedichtenreeks. Hij is de allergrootste. Veel groter dan Claus. Dat zal nog blijken.

Wat brengt de nabije toekomst voor je, Peter?

Literatuur is opboksen tegen de onverschilligheid. Dat leerde ik de laatste 5 jaar. Onverschilligheid is een ziekte in Vlaanderen en Nederland. Het is een vicieuze cirkelredenering. Klaag de onverschilligheid aan, men haalt de schouders op. Als het niet zo triest was, zou ik ermee lachen. Niemand weet nog wat belangrijk is of niet. Je leest elke dag wel dezelfde onzin in de media en op het internet. Als ik reis, heb ik dat gevoel veel minder. Ik concentreer me tegenwoordig liever op het leven tout court. Weet je wat dat betekent, het leven? De literatuur krijgt daar een plaats in, maar niet ten koste van alles...

Waar luister je naar?

Kregelige plaatjes! 'Couture Cosmetique' en 'Means from an end' (die met de beruchte Marx Hegel-Scan 4mm Data Cartridge op de cover) van Terre Thaemlitz uit respectievelijk 1997 en 1998. Ze was haar tijd blijkbaar ver vooruit. Na meer dan 10 jaar voegt cd-rot een extra stoorzender toe aan de maatschappijkritische soundscapes en overpeinzingen van dame Thaemlitz.

Wat lees je nu?

Ik lees Peter Sloterdijk over E.M. Cioran in het nawoord van "Cafard", de prachtige audiouitgave van Supposé met foto's, interviews en persoonlijke documenten van de Roemeense doctor desperationis. Er ist nach Kierkegaard der einzige Denker von Rang, der die Einsicht unwiderruflich gemacht hat, dass keiner nach sicheren Methoden verzweiflen kann.

Monday, March 01, 2010

'Vlaamse uitgevers en hun gevecht tegen de bierkaai' op Rekto:Verso

Met de aankoop van Meulenhoff Boekerij door Lannoo wordt de wens van de Vlaamse uitgeverij om zich met fictie bezig te gaan houden werkelijkheid. Maar volgens de Vlaamse onderzoeker Kevin Absillis is succes bepaald niet verzekerd. Al eeuwen is sprake van een cultureel ‘Vlaams’ stigma. Ook de expansiedrift van De Bezige Bij zou roet in het eten kunnen gooien.

Op 22 januari 2010 onderging de boekenmarkt in de Lage Landen een grondige reorganisatie. Na maandenlange onderhandelingen kochten de Vlaamse uitgeverij Lannoo en de Nederlandse uitgeversgroep WPG de boekendivisie van PCM, die vorig jaar in handen viel van het mediaconcern De Persgroep. De buit werd netjes verdeeld. WPG lijfde A.W. Bruna en Standaard Uitgeverij in, Lannoo annexeerde Meulenhoff Boekerij en Unieboek|Het Spectrum.

artikel door Kevin Absillis, even doorklikken naar www.rektoverso.be

Sunday, February 21, 2010

Arabische liefdesnacht in Molenbeek

Het was echt al een literaire lente in Brussel dit weekend. Op twee dagen waren er drie belangrijke literaire evementen, waarvan ik er in eerste instantie niet één wou missen. Op vrijdagavond presenteerde de Vlaamse dichter Paul Bogaert zijn recente dichtbundel ‘de Slalom Soft’ in boekhandel Passa Porta. Op zaterdag werden de verzamelde gedichten van de Franstalige dichter en romancier Henry Bauchau voorgesteld in boekhandel Quartiers Latins aan het Martelarenplein. Op zaterdagavond woonden we een avond met Arabische liefdespoëzie bij in Het Huis Van Culturen en Sociale Samenhang in het hartje van Molenbeek. Drie compleet verscheiden gebeurtenissen, waarvan ik de tweede wegens tijdsgebrek uiteindelijk toch heb moeten laten varen.

De Slalom live overtuigde niet. De ‘show’ die Paul Bogaert opvoerde, klonk humorloos, absoluut niet daadkrachtig, hortend en stotend. Het geheel was bovendien slecht voorbereid en werd uiteindelijk door mij ervaren als ‘boring’. Ahum... Nou ja, de min of meer ‘bekende’ dichter naast me vond het wel de max! Weet hij veel. Ik heb de indruk dat men in Vlaanderen en Nederland niet meer goed beseft wat poëzie is. Na een half uur haakte ik af. Ik ben opgestaan en ik ben vertrokken, de Brusselse nacht in. Ik begrijp wel waarom Bogaert voor deze dichtbundel de prijs kreeg voor de beste dichtbundel van 2009. Uit arrenmoede waarschijnlijk... Gebrek aan echt goede dichtbundels in een in alle opzichten vreselijk jaar. Dan krijg je teringpoëzie. De beste van de slechtsten krijgt uiteindelijk de prijs. Ik vind het taalgebruik van Bogaert kort, vlak en vulgair. Er zit geen enkele mysterie of dubbelzinnigheid in deze poëzie. Het is een soort van makkelijkheidsoplossing. Ik heb geen zin om naar veredelde in de vorm van een gedicht gegoten reclameslogans te luisteren. Er is genoeg reclame op tv! Ik las geprojecteerde regels als:

De sensation. Nee.
De Helix: te moeilijk.
De Snake. Wie noteert?


Ik begrijp ook niet waarom de poëzie van Bogaert zo populair is bij critici. Ik miste ook al in zijn vorige bundel de magie en de scherpte van echte poëzie.

De dag erna togen we naar het Huis van Sociale Samenhang in Molenbeek. Wat een verschil! Door de negatieve berichtgeving is het stigma van de buurt natuurlijk erg groot. Koren op de molen van sensatiezoekers. Hoe intimiderend het ook is om ’s avonds af te zakken naar Molenbeek vanuit het metrostation Ribacourt, het is niet écht gevaarlijk of riskant, zolang je de Marokkaanse hangjongeren niet uitdaagt en voor het hoofd stoot. Je zoekt gewoon je weg door de aan snacks en Marokkaanse koffie- en theehuizen samengetroepte menigte. Het helpt natuurlijk wel wanneer je met een beeldschone allochtone vrouw aan je zijde loopt. Alle aandacht en gefluit ging naar haar. Het optreden zelf was prachtig. Er waren eveneens drie voorlezers en bovendien een boeiende en mooie mix van poëzie, dans en muziek. De schitterende gedichten waren van de Libanese Joumana Haddad, de Jordaanse Taher Riad, de Iraakse Hashem Jafiq en de Libanese Fatiha Morchid. Daar kregen we voor een vol huis een staaltje van wat poëzie echt kan betekenen. De voordrachten waren van danseres Ghalia Benali, acteur Amid Chakir en Abdelmalik Kadi. De muziek werd verzorgd door Moufadhel Adhoum op oud en quanun, Abderrahim Semlali op viool en Azzedine Jalouli op percussie.

Er was eveneens een beamer en de in het Arabisch en Frans voorgelezen zeer moderne gedichten werden geprojecteerd in het Nederlands en het Frans. Deze keer heb ik het evenement wel een uur kunnen uitzitten zonder me een moment te vervelen. Ik moet bekennen dat de dubbele bodems en de specifieke humor in deze hedendaagse Arabische poëzie me wel eens ontgingen. De reacties van het publiek ook. Misschien lag dat aan het feit dat de vertalingen in het Frans en het Nederlands niet echt accuraat waren. Met mijn gebrekkige kennis van het Arabisch kon ik alleen wat fysieke woorden (qalb, ayn, etc.) onderscheiden, maar nooit de volledige betekenis van de gedichten. Ik kon mijn ogen ook niet afhouden van de drie muzikanten en van de prachtige danseres, die buikdanste alsof haar heupen losstonden van de rest van haar lichaam. Er gebeurde zoveel ineens op dat podium! De gedichten waren bovendien dan nog eens van een zeer hoogstaand niveau: tegelijk scherp, humoristisch en doorwrocht. Er werd gelachen en gejoeld in de zaal. Het was m.a.w. een avondje hedendaagse poëzie geijkt in een verrukkelijk rijke, poëtische traditie van meer dan duizend jaar. En dat op een boogscheut van Passa Porta.

Ik plant mijn aah’s en ooh’s in jou
En ik laat mijn sporen
van adem en gesteun na
op jouw achterste,
Daarom kneed ik jouw stilte
totdat hij ontvlamt,
Op dat moment,
Lik ik je stem
Ik proef haar met mijn schreeuw
Terwijl ik een glooiing afglijd
vol van gekreun.

(uit: ‘Ik kneed jouw stilte’ van Hashem Shafiq)


zie ook: http://www.urbanmag.be/artikel/1278/de-arabische-bibliotheek-van-hafid-bouazza

http://eerder.meandermagazine.net/recensies/recensie.php?txt=1878&id=

Henry Bauchau, Poésie complète 1950-2009, coll. "Domaine français", Actes Sud, mars 2009, 307 p. - 25,00 €

Paul Bogaert, De slalom soft, Meulenhoff/Manteau, 2009.

Thursday, January 14, 2010

Belgische surrealisten in de VS (3).

"Spirit proceeds by disruptive invention." - Paul Nougé.

excerpt from 'Spike Jones: Dandruff in the Long Hair of Music' by Hal Rammel, in the book 'Surrealist Subversions - Rants, Writings & Images by the Surrealist Movement in the United States', edited and introduced by Ron Sakolsky, Autonomedia 2002, ISBN 1-57027-122-4, page 650.

Belgische surrealisten in de VS (2).

"Early on, surrealists discovered this kind of imaginative freedom in African American music. The attraction to Black music must have seemed natural, for as the Chicago surrealist Group reflected in a special surrealist supplement to Living Blues magazine in 1976, "the surrealists could hardly have failed to recognize aspects of their combat in blues (and in jazz), for freedom, revolt, imagination and love are the very hallmarks of all that is greatest in the great tradition of Black music." Natural, yes, but not immediate. Some surrealists - Jacques Baron, René Crevel, Robert Desnos, Michel Leiris - appreciated jazz from the start, but others - including André Breton, author of the 1924 Surrealist Manifesto - initially found music less legible than the literary and plastic arts, and the great painter Giorgio de Chirico proclaimed "No Music". The winds shifted in 1929 when Belgian surrealist Paul Nougé published an essay titled Music is Dangerous, which offered a critical defense of music as one of many artistic forces "capable of bewitching spirit.""

excerpt from 'Freedom Now Sweet - Surrealism and the Black World' by Robin D.G. Kelley, in the book 'Surrealist Subversions - Rants, Writings & Images by the Surrealist Movement in the United States', edited and introduced by Ron Sakolsky, Autonomedia 2002, ISBN 1-57027-122-4, page 136.

Belgische surrealisten in de VS.

"A special 96-page "Surrealism in the Service of the Revolution" issue, edited by Franklin, appeared in January 1970; 5000 copies were printed - a thousand more than any previous issue. Later editions devoted substantial sections to French surrealist Benjamin Péret and Belgian E.L.T. Mesens. Under the Chicago group's direction, RA also published several handsome pamphlets - the "Surrealist Research & Development Monograph Series" - featuring works by the Chicagoans as well as Leonora Carrington, Joseph Jablonski, Paul Nougé, Nancy Joy Peters, and Toyen."

excerpt from 'Surrealist Subversion in Chicago: The forecast is hotter than ever!' by Ron Sakolsky, in the book 'Surrealist Subversions - Rants, Writings & Images by the Surrealist Movement in the United States', edited and introduced by Ron Sakolsky, Autonomedia 2002, ISBN 1-57027-122-4, page 69.

Wednesday, January 13, 2010

'La musique est dangereuse' van Paul Nougé.

"On sait aussi que Magritte, Mesens et Souris ont signé le 30 janvier 1932 le tract rédigé par Nougé sous le titre 'La poésie transfigurée' à propos de l'affaire Aragon et du poème Front rouge à la gloire de l'U.S.S.R. Se démarquant de l'appel lancé par Breton en faveur d'Aragon poursuivi par la justice, Nougé et ses amis n'admettent pas qu'un poème soit considéré comme une manifestation de l'inconscient ou relégué 'dans le domaine fermé de la contemplation esthétique' ; ils veulent lui restituer 'sa valeur intrinsèque de provocation humaine' ; ils trouvent normal , dès lors, qu'il 'incite désormais les défenseurs de l'ordre établi à user envers le poète de tous les moyens de répression réservés aux auteurs de tentatives subversives.'"

Paul Nougé, 'La musique est dangereuse, écrits autour de la musique rassemblés et présentés par Robert Wangermée', Didier Devillez Editeur, Bruxelles 2001, ISBN 2-87396-042-6, pag. 144-145.
Zie ook: 'De kracht van muziek: een pleidooi voor gevaarlijke muziek!' door Peter Wullen in Gonzo Circus #52, 2001.

Wednesday, December 30, 2009

Interview met Hakim Bey: de meester spreekt, met mate...

Als je ergens in het midden van een of ander woud in Ierland een man met een lange, grijze baard en een dikke bril ontwaart die op handen en voeten kruipend op zoek is naar paddo's en hallucinogene kruiden dan heb je veel kans dat je op Hakim Bey gestoten bent op zoek naar een bewijs dat de voorhistorische Kelten geestesverruimende middelen gebruikten tijdens hun rituelen. De enigmatische druïde van de apocalyps is zeer moeilijk te vatten voor een interview. Ik slaagde erin om hem vanuit zijn New Yorkse schuilplaats enkele uitspraken te ontfutselen. De meester spreekt, maar met mate...

In het boek 'Celtic Fairy Tales' uit 1892 van de Australische schrijver Joseph Jacobs vond ik een verhaal over Guleesh na guss dhu (Guleesh met de zwarte voeten). Op pag. 21 staat een tekening van een kruid met bloemen en vruchtjes. 'Hij ging ernaartoe, bekeek het plantje van dichtbij en zag dat er zeven takjes uit de stengel groeiden met zeven blaadjes aan elk takje; uit de bladeren vloeide wit sap.' Guleesh gebruikt het sap om zijn vriendin Mary, die in shocktoestand verkeert, in slaap te doen vallen. Als ze de volgende morgen ontwaakt, kan ze weer praten. Jacobs zegt niet welke plant Guleesh gebruikte. Is dit de befaamde Irish Soma waarnaar u op zoek bent?

Hakim Bey: "Het kruid in Guleesh ziet er een beetje uit als een Datura-plant (familie van de Belladonna, bevat het giftige en geestesverruimende atropine, P.W.) maar de tekst laat dit niet uitschijnen. Misschien is het een gefantaseerde of imaginaire plant. Je zou het feitelijk aan een Ierse plantkundige moeten vragen. De mogelijkheid om de spraak terug te schenken, lijkt een beetje op die van een soma maar planten die metamorfosen veroorzaken, die bijvoorbeeld de gave van de poëzie of van de profetie schenken, zijn er nauwer aan verwant dan planten die genezen. Genezen is natuurlijk ook een metamorfose maar dan wel hoofdzakelijk als het herstellen van een oorspronkelijke toestand eerder dan als het boven de norm uitstijgen naar een 'hogere toestand'."

Ik heb geprobeerd om 'Bolo'Bolo' van P.M. tot het einde uit te lezen maar ik ben maar halfweg het boek geraakt. Ik volg P.M. in zijn analyse van de wereldeconomie en de Planetaire Werk Machine. Maar ik haak af als hij schrijft over ibus, takus, sibis, universele taal, enz. Toen enkele maanden geleden de beurzen over de ganse wereld dreigden als een pudding ineen te zakken, dacht ik dat P.M. het voor het rechte eind had en dat het einde van de P.W.M. er eindelijk zou komen. Maar het Telaatkapitalisme heeft blijkbaar een zeer sterke zelfregulerende factor in zich. Er gebeurde niks. Of toch wel?

H.B.: "P.M. zag het jaar 1989 als het jaar van de globalisatie van het Kapitaal maar stelt daar een (dialectisch) antwoord tegenover van een parallelle globalisatie van weerstand - eigenlijk Marx's idee dat wanneer Kapitaal zijn 'laatste crisis' beleeft de internationale arbeidersklasse min of meer de productiemiddelen zal erven (met behulp van revolutionair geweld of erzonder? Hangt ervan af wie Marx leest). Dit lijkt een stap verwijderd van het principe difference and molecularity dat hij voorstelde in Bolo'Bolo. Het neigt naar een meer orthodoxe Marxistische voorstelling van internationalisme en proletarische cultuur. Maar ik heb het daar met hem nog niet over kunnen hebben."

De kranten stonden hier bol van het proces tegen Theodore Kaczynski of de Unabomber. Onze visie en berichtgeving hier in Europa is nogal wazig en eenzijdig, lijkt me. Kunt u me iets zeggen over de manier waarop de media in de VS het proces verslaan? Op welke manier bekijken de Amerikanen Theodore Kaczynski?

H.B.: "Ik weet niet hoe 'de Amerikanen T. Kaczynski zien'. Ik bekijk hem - de Unabomber - als een mislukkeling - zijn geweld tegen symbolische doelwitten en mensen als symbolische doelwitten werd door de media ingehaald als waanzin en terrorisme. Maar ik vind hem nog altijd moedig en ik vind dat hij moet behandeld worden als een politieke gevangene en niet als een gek."

In uw laatste geschriften leek het erop alsof u uit New York weg wilde en de stad wilde omruilen voor het platteland voor de situatie op een of andere manier ontplofte. Je wilde een klooster stichten als een utopia nu. Maar we zagen hier de laatste tijd nogal wat beelden en we lazen artikels waaruit moet blijken dat New York opnieuw één van de veiligste steden van de VS is. Hoe reageer je als rasechte New Yorker op deze berichten?

H.B.: "New York is ok. Het is veiliger omdat de crackheads allemaal dood zijn en niet door de acties van onze burgemeester. Er resten nog enkele boekenwinkels en bibliotheken. Als ik een betere plek kende, zou ik daar gaan wonen."

Sinds de Dutroux-affaire (die helemaal geen pedofiel is maar een ordinaire kindermoordenaar) in België is er over gans Europa (en de wereld?) een heksenjacht ontstaan op alles wat naar pedofilie ruikt. U noemt uzelf in TAZ een anarchistic boy lover. Is het niet gevaarlijk om tegenwoordig openlijk toe te geven dat je graag 'kleine jongens en meisjes' ziet?'

H.B.: "Die vraag is me te autobiografisch. Geen commentaar!"

U bent ook lid van de Moorish Society. Kunt u me daar iets over vertellen?

H.B.: "Ieder die daar meer over wilt weten, kan zich wenden of schrijven naar Shaykh Rafi Shaif Bey, Box 18637, Baltimore MD 21216."

Kunt u iets vertellen over de AAAZ? Was er echt een Tijdelijke Autonome Zone feest op antarctica?

H.B.: "Ja, er was zeker een astral party op Antarctica. Vijftig mensen schreven verslagen waarvan ik vijftig kopieën maakte en verdeelde aan nog eens vijftig rapporteurs. Geen ongelooflijke toevalligheden grepen plaats maar veel gelooflijke."

Komt er ooit een vervolg op TAZ? Hoe zal het vervolg heten? Wordt het PAZ (Permanent Autonomous Zone)? Wordt het een boek of wordt het gepubliceerd op het net? Met andere woorden, waar werkt u momenteel aan?

H.B.: "Mijn boek Millennium dat anderhalf jaar geleden gepubliceerd werd, is bedoeld als een vervolg en een kritiek op TAZ."

Kunt u iets zeggen over de samenwerking met Bill Laswell op de cd 'TAZ' uit '94?

H.B.: "De cd spreekt voor zichzelf. Bill en ik zetten onze samenwerking verder. Binnenkort verschijnt een nieuwe cd Hashisheen, inshallah."

Ik nam onlangs een interview af van Miekal en Lyx van het ecodorp Dreamtime Village in Wisconsin. Is Dreamtime Village een emanatie van uw ideëen?

H.B.: "Dreamtime is geen emanatie van mijn ideëen. Ik ben wel een aanhanger en een regelmatige bezoeker. Ik leer nog altijd van Wisconsin, in het bijzonder van de Effigy Mounds, die in hun geheel een betoverend landschap vormen en van de eccentrieke of naïeve artiesten van de hardstenen grotten, die hetzelfde probeerden te bereiken. Alles samen een Utopia, of toch op zijn minst de sporen ervan."

Tekst: Peter Wullen/Foto: Ira Cohen

interview werd afgenomen in 1998, intussen er natuurlijk veel veranderd, voor een emanatie van de ideeën van Hakim Bey aka Peter Lamborn Wilson, zie het boek 'Ploughing the clouds : the Search for Irish Soma' by Peter Lamborn Wilson, City Light Books, 1997, ISBN 0-87286-326-3.

Saturday, December 26, 2009

Quote of the Year 2009.

"Our good craftsman writes. He's absorbed in what takes shape well or badly on the page. His wife, though he doesn't know it, is watching him. It really is he who's writing. But if his wife had X-ray vision she would see that instead of being present at an exercise of literary creation, she's witnessing a session of hypnosis. There's nothing inside the man who sits there writing. Nothing of himself, I mean. How much better off the poor man would be if he devoted himself to reading. Reading is pleasure and happiness to be alive or sadness to be alive and above all it's knowledge and questions. Writing, meanwhile, is almost always empty. There's nothing in the guts of the man who sits there writing. Nothing, I mean to say, that his wife, at a given moment, might recognize. He writes like someone taking dictation. His novel or book of poems, decent, adequate, arises not from an exercise of style or will, as the poor unfortunate believes, but as the result of an exercise of concealment. There must be many books, many lovely pines, to shield from hungry eyes the book that really matters, the wretched cave of our misfortune, the magic flower of winter!"

Roberto Bolaño, '2666', 'Part Five - The Part About Archimboldi', page 786, Picador 2009, ISBN 978-0-330-44743-0.

Monday, November 30, 2009

Pionierszoon wordt pionier - over 'Manafon' van David Sylvian.

It's the farthest place I've ever been
It's a new frontier for me
And you balance things
Like you wouldn't believe
When you should just let things be

(‘Small Metal Gods’)

Bijna drie decennia geleden verkoos het Engelse tienerpopblaadje Smash Hits David Sylvian tot mooiste man van het jaar. Dat was in 1981 of in 1982. Heel eigenaardig want Sylvian verzette zich altijd hevig tegen zijn imago als posterboy. ‘Ghosts’ was de meest onwaarschijnlijke hit ooit. Op ‘Nightporter’ raakte hij verstrikt in zijn eigen weemoed. Maar het waren de withete funk van ‘The Art of Parties’ en de stuwende bas en synths van Mick Karn en Richard Barbieri op ‘Sons of Pioneers’ die mijn muzikale zintuigen aanscherpten. Sons of pioneers are hungry men…

In 2009 poseert Sylvian als een schriele en bleke poète maudit op de cover van het muziekmagazine The Wire. Het leven eiste zijn tol. De pijnlijke scheiding van Ingrid Chavez, de breuk met Virgin Records, de moeilijke zoektocht naar de essentie met zijn eigen muzieklabel Samadhi Sound, dalende albumverkopen: de voormalige popgod is al lang niet meer. Sylvian leverde na een sabbatperiode van bijna zes jaar wel zijn meesterwerk af. De internationale muziekpers was bijna unaniem lovend over ‘Manafon’ .De Vlaamse muziekpers maakte weinig melding van het album. Zelfs Dirk Steenhaut van De Morgen – nochtans een notoire Sylvian-adept – vergat het chef d’oeuvre van Sylvian te recenseren. Dat komt ten dele omdat ‘Manafon’ op het eerste gehoor zo’n moeilijk, experimenteel en persoonlijk album is. Maar de hedendaags klassieke inbreng is ook baanbrekend. Sylvian ging nog nooit verder in zijn persoonlijke beslommeringen.

Aanvankelijk lijkt het ernst en sérieux alom op 'Manafon'. Het woord chamber music valt. Maar de initiële schijn bedriegt. Voor de aandachtige toehoorder zit het album vol toespelingen en ironische knipogen gebracht door die typische baritonstem, die met de jaren aan kwaliteit en rijpheid wint. Op de hoes kijkt een schichtig hert ons aan vanuit een lichtplek in het woud. Boer Sylvian poseert op de binnenflap als een volleerde stroper met een dode haas in de rechterhand. As a God everything was filled to excess/As a man he settled for less/Here lies the rabbit skinner/God love the rabbit skinner. Dit is overduidelijk een autobiografische song.

Sylvian had tot nu toe een meer dan moeizame band met het geschreven of gezongen woord. Zijn drang naar perfectie en experiment was altijd omgekeerd evenredig met de kracht van zijn taal. Hoe verfijnd zijn muzikale sfeerstukken ook waren, als voormalige new romantic blaakten zijn lyrics van nietszeggende introspectie, soms ondraaglijk futiel en banaal (zie de Hare Krishna toestanden op zijn laatste album voor Virgin 'Dead Bees On A Cake'). Sylvian gaf ons ondanks zijn muzikale zeggingskracht altijd de indruk niks echt belangrijks of wereldschokkends te vertellen te hebben. Hij bezit niet de dichterlijke en conceptuele overtuigingskracht van een Scott Walker.

Hij overstijgt dat euvel door in zee te gaan met veel experimenteel volk en zijn grenzen telkens opnieuw te verleggen. Dat is hem dit keer bijzonder goed gelukt. Het kan niet genoeg gezegd worden: 'Manafon' is ook op tekstueel gebied een onvolprezen voltreffer. Na dertig jaar carrière en rijping krijgen we dit in de schoot geworpen. Zijn vorige albums 'Blemish' (uit 2003) en 'Snow Borne Sorrow' (uit 2005 onder het alias Nine Horses) verbleken bij zoveel durf en talent op één schijfje samengeperst. Het contrast met 'Blemish' is groot. Ondanks de extreme muzikale setting van dat laatste album, onder meer een samenwerking met de experimentele gitarist Derek Bailey, bleef het ding steken in een bijna ondraaglijke, zeer zeurderige en monomane introspectie, ingegeven door de bittere scheiding van zijn vrouw Ingrid Chavez. Op 'Snow Borne Sorrow' ging hij een wisselvallige alliantie aan met de experimentele muzikant Burnt Friedman en met zijn broer Steve Jansen. Op zich waren dat geen slechte albums, maar met 'Manafon' veegt hij zijn ganse oeuvre gewoon op een hoopje.

Hier is de nieuwe Sylvian. Vergeet de oude! Too much self/Now he will never ever be/The greatest living Englishman, bekent hij zelf in het autobiografische ruim tien minuten durende 'The Greatest Living Englishman'. 'Manafon' is het resultaat van diepgaande en eenzame zelfanalyse in de wouden van New England en van sessies tussen 2004 en 2007 in Wenen, Tokyo en London met artiesten als Christian Fennesz, de voltallige Polwechsel, Evan Parker, John Tilbury, Keith Rowe, Otomo Yoshihide, Sachiko M. en vele,vele anderen. Sylvian leidde de sessies maar de eigen muzikale inbreng is uiterst gering. Hij hield zich dit keer grotendeels bezig met het improviseren van doorwrochte teksten. Felle maatschappijkritiek komt even om het hoekje kijken in het fragmentarische 'Random Acts of Senseless Violence', dat drijft op de pointillistische pianotonen van John Tilbury. And the future will contain/Random acts of senseless violence.

De aangezochte muzikanten zorgden voor discrete en intense soundscapes, gracieus maar onderkoeld, die nooit in de weg komen van zijn zuivere en warme stem. Het resultaat is heel merkwaardig en subliem. Sylvian schrijft nog steeds niet bepaald gedichten, maar hij improviseerde teksten bij de door hem geselecteerde muziekstukken, die tijdens de verschillende sessies tot stand kwamen. Met dank aan Christian Fennesz, waarmee hij voor het eerst samenwerkte op ‘Blemish’ en die hem verder introduceerde in de experimentele muziekwereld. 'The Rabbit Skinner', 'Emily Dickinson', 'Manafon' (over de in het Welshe dorp residerende Engelse dichter R.S. Thomas): de titels van de songs spreken voor zich. De inspiratie druipt er dit keer wel van af. 'Manafon' is met niks te vergelijken dat dit jaar verscheen of nog zal verschijnen. De beste artiesten zijn zij, die zich telkens opnieuw heruitvinden. Sylvian behoort voortaan tot die keur.

And when it appeared
It was a flaming book of matches
A hundred and twenty-five spheres
On a parquet floor

(‘125 Spheres’)


'Manafon' van David Sylvian is verkrijgbaar via zijn label Samadhi Sound in gewone editie en luxueuze editie, http://www.samadhisound.com/.

Monday, November 02, 2009

'Ik, de dichter' van Rodaan Al Galidi.

In zijn ellendige jaren
liet ik mijn volk in de steek,
ontsnapte naar een andere taal
en bedelde om de vrijheid van anderen
voor mij en mijn pen.

Toen mijn volk
brood zocht in de zakken van bloederige lijken,
zocht ik als een rat
naar een citaat over mij op het internet
om op de kaft van mijn boek te zetten.
...

Met gemeenheid en laagte
stal ik het bloed en de tranen van mijn volk
en verhandel die op festivals.
Ik, de dichter.
Zelfs dit gedicht schrijf ik
om te bewijzen dat ik nog mens ben.

uit: 'Digitale Hemelvaart', Rodaan Al Galidi, Meulenhoff 2009, ISBN 978 90 290 8557 1.

Saturday, October 24, 2009

Das Leiden des Jungen Hesselink - Over 'Stil Alarm' van Krijn Peter Hesselink.

In vogelperspectief een zwartwitillustratie van een kat rustend op een tafel met twee stoelen, waarvan één alvast vooruitgeschoven. Een anoniem personage staat klaar om aan te schuiven. Je ziet alleen de benen en een stuk van de badmantel. De auteursnaam in witte letters. De titel in rooie letters. Het typeert de statische wereld van Krijn Peter Hesselink. Ik was niet mals voor zijn debuutbundel 'Als geen ander'. Zijn tweede 'Stil Alarm' vertoont wat beterschap. Er is flink gewied in woordenschat en beeldtaal van de gerijpte dichter. In sommige gedichten lukt het om een wereld op te roepen voorbij het triviale, dat het debuut van Hesselink kenmerkte. Toch ontwringt 'Stil Alarm' me een luide geeuw van verveling. Het talent van Hesselink is inconsistent.

Ik wik mijn woorden. Hesselink is een bezig mannetje. Nauwelijks een jaar geleden brak hij weinig potten met ‘Als geen ander’ en hier is alweer ‘Stil alarm’. De nieuwe bundel is merkelijker donkerder en melancholischer dan zijn voorganger. Dat geldt zowel voor de binnen- als de buitenkant. De absurde humor en het jongensachtig enthousiasme zijn niet helemaal verdwenen, maar werden naar de achtergrond verdrongen ten gunste van een gevoel van weltschmerz. Wat niet weg is, zijn de tics en trucs van de podiumartiest. In het gedicht ‘Bent u daar nog?’ bijvoorbeeld vindt een hand een hand in een tas, die gevonden wordt door de spoorwegpolitie. Op zich vind ik dat best een goed idee om een gedicht rond te draperen, maar het gedicht wordt verpest door een mallotige titel en een knullig einde.


tot iemand
van de spoorwegpolitie
argwaan kreeg en behoedzaam
het duister van de tas
uiteenreet, de inhoud
aangaapte, hoe overbodig
kan een mens zich voelen
er was slechts plaats voor twee

(uit ‘Bent u daar nog?’)


‘Stil alarm’ staat vol briljante trouvailles. Ik had nog nooit van een adoptiekip gehoord. Ik moest even googlen. Blijkt het een typisch Nederlands fenomeen te zijn. Daar kun je een kip adopteren ten gunste van het biologisch houden van kippen. De term valt onhandig middenin het gedicht ‘Een nieuw begin’, een gedicht dat overigens veelbelovend begint, ‘God keek omlaag en liet een bankje neer’, maar dan verkloot wordt door een vrij onhandig te boek gestelde stream of consciousness, waarin het ‘abonnement op een adoptiekip’ dan nog eens past als een tang op een varken.

God keek omlaag en liet een bankje neer
te midden van de woestenij en prompt
was er een kijkrichting, ontrolde zich
een pad waarlangs een eerste mens bedeesd
aan kwam lopen, plaatsnam, het geheel
in perspectief zag, zijn abonnement

op een adoptiekip was inderdaad
verstreken nu,...

(uit: ‘Een nieuw begin’)


Hesselink is Peter Verhelst niet of Ruth Lasters of Hanz Mirck, om maar eens een landgenoot van hem te vernoemen. Ik lees veel fantastische ideeën in ‘Stil alarm’, maar te weinig goed uitgewerkte inhoud. In ‘Wat meedrijft’ verdrinkt een muis in een honingpot. Vraag me niet hoe dat gebeurde. In ‘Heimelijke recreanten’ drapeert een meisje een autovoorruit om haar schouders na een tragisch fietsongeval. In ‘Aftiteling’ druipen de eindtitels van een film van het doek. Hesselink brengt het echter zelden tot een goed einde. Ik lees te veel anticlimaxen en non sequiturs. Dat heeft misschien te maken met het duidelijke verschil tussen voorleespoëzie en poëzie op papier, waar een en ander gewoon niet werkt. Spreektaal is geen schrijftaal. Veel gedichten zijn gewoon te breedvoerig. Ik citeer het einde van het gedicht ‘De ongenode gast’:

de deurbel gaat, maar ik heb niet de moed
de ongenode gast welkom te heten

(uit: ‘De ongenode gast’)

Ik geloof best in deze jonge dichter. Hij heeft duidelijk al een rijpingsproces achter de rug na zijn debuutbundel van een jaar geleden. Geef hem de tijd en de ruimte en de kans om tien dichtbundels snel na elkaar uit te geven, één jaarlijks, en hij krijgt het wel voor elkaar. Hij komt wel tot poëzie. Dichter zijn is tenslotte lijden. Een debuut leek zo aardig maar na verloop van tijd merk je dat het eigenlijk niet zo leuk was en kijk je verdwaasd terug naar je pogingen als debutant. Hesselink is op zijn best als hij gewoon zijn slome zelf is, zonder kapsones, en zonder zich iets aan te trekken van het luisterend publiek. In ‘Stil alarm’ las ik ook enkele lekker uitgestrakte en korte gedichten, die de weg voorwaarts aanduiden. Uit de cyclus ‘Een ruit uit zijn sponningen’ citeer ik ‘Verwaaiingen’:

Het waait, je raapt
dakpannen tot
de wind het huis
zo leeg kan lepelen

Het waait, je raapt
bakstenen tot de wind
geen huis
meer vindt

Het waait, je raapt
oogleden, ergens
staat een ruit uit zijn sponningen
tegen een boomstam geleund

(uit: ‘Verwaaiingen’)

Krijn Peter Hesselink, 'Stil Alarm', Nieuw Amsterdam 2009, ISBN 978 90 468 0681 4.

Zie ook: 'Le tout autre est tout autre', over 'Als geen ander' van Krijn Peter Hesselink, http://www.urbanmag.be/artikel/1367/le-tout-autre-est-tout-autre; http://www.urbanmag.be/artikel/1591/das-leiden-des-jungen-hesselink.

Wednesday, October 07, 2009

'De artiest en het oneindigheidsteken' - over de nieuwe roman van Rodaan Al Galidi.

Een allegorie is een vorm van beeldspraak, die een hele zin of meerdere zinnen wordt volgehouden, in tegenstelling tot de metafoor, waarbij één woord door een beeld wordt vervangen. De Iraaks/Nederlands/Belgische Rodaan Al Galidi schrijft vanuit zijn Iraakse verteltrant allegorische teksten in het Nederlands, zowel romans als gedichten. Als we zijn nieuwe roman 'De autist en de postduif' beschouwen als een allegorische roman, dan is dat vooral omdat hij de Nederlanders beschrijft als een oersaai, bijbelvretend, simplistisch volkje van duivenmelkers. Maar er zijn meerdere redenen te bedenken waarom het procédé in deze roman niet werkt.

Al Galidi werd in 1971 geboren in Zuid-Irak. Hij wou aanvankelijk vioolspeler worden maar er was geen leraar voorhanden in zijn land. Toen hij zes of acht was, begon hij gedichten te schrijven. Hij studeerde af als bouwkundig ingenieur in Arbil. In februari 1998 vroeg hij asiel aan in Nederland. Na het negatieve antwoord - het ministerie van Justitie noemde hem een leugenaar - belandde hij op de lijst van de uitgeprocedeerden. Hij leerde zichzelf de Nederlandse taal. Al Galidi weigerde het ‘generaal pardon’ van de Nederlandse regering en vertrok naar België. Momenteel verblijft hij in Antwerpen. Al Galidi schreef de succesvolle dichtbundels ‘De herfst van Zorro’ en ‘De laatste slaaf’ en de succesroman ‘Dorstige rivier’. Hij werd talloze keren bekroond en genomineerd, onder meer voor de tweejaarlijkse PEN-prijs, de El Hizjra-Literatuurpijs en de Phenix Essayprijs. ‘De herfst van Zorro’ stond op de shortlist voor de VSB poëzieprijs en ‘Dorstige Rivier’ op die van de BNG Nieuwe Literatuur Prijs. Van ‘Dorstige Rivier’ werd onlangs een Engelse vertaling gemaakt.
‘De autist en de postduif’ vertelt in twee verhaallijnen de absurde fabel van de geniale autist Geert. Zijn ma Janine wordt zwanger tijdens een feestje in een schuur. De bevruchting gebeurt ritueel via een kommetje en een rietje zodat Janine niet weet wie van haar drie homovrienden de vader is. Janine gaat alleen wonen met haar kind en vindt werk en een woning in een kringloopwinkel, een magische wereld voor de jongen, die er zijn infantiel universum van maakt. Naarmate het verhaal vordert, verglijdt Janine echter meer en meer in de roes van de alcohol. Geert wordt een geniale vioolbouwer. Hij vindt op een dag toevallig een zwaar beschadigde Stradivarius in de tas van een oude vrouw en herstelt het kostbare ding zonder er de exacte waarde van te kennen. Hij bouwt de viool na met hout van de banken in de spullenwinkel en wordt op slag een beroemde vioolbouwer wanneer een Duitser hem ontdekt.
De tweede verhaallijn begint wanneer Geert een woning koopt voor zichzelf en alleen gaat wonen. In het huis, dat vroeger van een duivenmelker was, bleef een doffer achter. Geert biedt de vogel gratis aan via het internet. Het beest vliegt echter telkens terug naar huis en brengt op zijn vlucht steeds nieuwe mensen mee. Ten einde raad brengt hij de duif naar het uiterste zuiden van het land en ontmoet daar Annamaria Anna Laura, die zijn vrouw wordt, zijn zakenpartner en de moeder van zijn kind. ‘De autist en de postduif’ eindigt dus met een gelukkige noot.
Ik had tot nu toe een onverholen bewondering voor Al Galidi. Van afgewezen asielzoeker bracht hij het tot succesauteur met een bagage van nauwelijks 3000 Nederlandse woorden, gelijk aan die van een autist. Ondanks de autobiografische elementen, die ongetwijfeld in het boek verborgen werden, haak ik voor ‘De autist en de postduif’ echter tijdelijk af. Er schort iets aan de structuur van het boek. Het gedeelte ‘de kringloopwinkel’ wordt veel te lang uitgesponnen. Na 50 pagina’s verlang je gewoon naar het einde. Het veel te korte tweede hoofdstuk ‘het leven’, met de doffer die steeds terugkeert naar huis, vind ik persoonlijk veel interessanter maar dat hoofdstuk werd dan weer te slecht en te oppervlakkig uitgewerkt. Het boek zit bovendien vol platitudes, zoals de emmer koud water die hij over zijn eerste liefje giet om ‘haar nat te maken’. Ik bestierf het niet echt van het lachen.
Het hoofdpersonage Geert is een soort karikaturale Harry Potter-figuur, die het via een aantal zeer ongeloofwaardige wendingen van autist met een zeer beperkte attitude en woordenschat schopt tot bekende vioolbouwer. De overige personages komen nooit goed uit de verf. Misschien zit de allegorie hem in het feit dat Al Galidi zich als een vioolbouwer ziet, die kunst maakt uit brandhout en er veel geld voor krijgt van lieden, die er zelf nog meer geld aan verdienen. Misschien zit de allegorie wel in het verrassende einde. Zijn zwangere vriendin Annamaria Anna Laura trekt bij hem in en neemt en passant haar kinderen mee samen met hun respectievelijke multiculturele vaders, een Chinees, een Marokkaan, een Turk en een Nederlander. Zo wordt hij zelf een soort van gastland voor zijn stiefkinderen. Het is de enige passage waar Al Galidi min of meer bevlogen uit de hoek komt.

“De eerste drie ongelukjes waren van een Chinees, een Marokkaan en een Turk. Ze hadden haar verblijfsvergunning in hun harten beëindigd toen ze een verblijfsvergunning in Nederland kregen. Het vierde kind had een Nederlandse vader. Hij had geen verblijfsvergunning nodig en verdween uit haar leven toen hij wist dat ze zwanger was. Ze woonde al tijden bij haar halfbroer Jan, die voor haar kinderen meer een vaderfiguur was dan hun echte vaders. Hij had een bierbuik, een biernek, een bierkin, bierwangen en bierlippen.” (pag. 182)

En zo gaat het maar door. Grappig of hilarisch kun je dit nauwelijks noemen. Misschien heeft Al Galidi teveel gewild met zijn groots opgezette eerste roman over de Nederlanders. Dit komt over als haastwerk. ‘De autist en de postduif’ is geen Stradivarius, hoogstens een krakkemikkig orgeltje dat in een achterkamertje maar door en door blijft zeuren.

'De autist en de postduif', Rodaan Al Galidi, Meulenhoff/Manteau 2009, ISBN 978 90 8542 203 7.

Meer referenties:

Sunday, October 04, 2009

'Spaend'ren van de tael van Vlaend'ren' - Over de verfransing van Brussel.


Enkele weken geleden verhuisde ik - na ruim twee decennia - van Kortrijk naar Brussel. De redenen waren persoonlijk en dringend. Als een soort van teken aan de wand ontving ik nauwelijks een week later op mijn nieuwe adres het standaardwerk 'Het verhaal van het Nederlands' van Nicoline van der Sijs en mijn vroegere prof aan de VUB Roland Willemyns. Aangezien Brussel tijdens de 20 jaar, dat ik elders woonde, uiterlijk nauwelijks veranderde, maar intern zowaar een Franstalig bolwerk werd, was de timing voor de verschijning van het boek voor mij niet eens zo slecht gekozen. Het leek me bijna een provocatie om met dit boek onder de arm van het postkantoor in Laken naar mijn appartement iets verderop te stappen.

Hoe is het eigenlijk zover kunnen komen? 'Het verhaal van het Nederlands' verschaft me een begin van een antwoord. Het thema van de verfransing van Brussel is natuurlijk verre van nieuw. De taalproblematiek van het Nederlands in Vlaanderen en Holland is ook wel veel omvattender dan enkel de situatie in het hartje van België. Willemyns en van der Sijs situeren het begin van het Nederlands trouwens al in de zesde eeuw. Ze halen daarmee de hardnekkige mythe onderuit dat het Oudnederlandse zinnetje ‘hebban olla uogala…’, dat een verliefde monnik in Engeland in de 12de eeuw ergens in de marge neerpende om zijn pen uit proberen, het eerste Nederlandse zinnetje was. Het oudste Nederlands werd teruggevonden in de Lex Salica, de Salische wet, die opgetekend werd tussen 509 en 511 ten tijdje van de Merovingische vorst Clovis. De Germaanse woorden, die vermeld werden in de Lex Salica, gelden als het oudste Nederlands. Wetenswaardig is ook dat het woord ‘nederlantsch’ voor het eerst opdook in een Brusselse oorkonde van het jaar 1518. Dat was in de Bourgondische tijd. De bestuurstaal was Frans. De volkstaal was een sappig Brabants dialect. Brussel was een Vlaamse stad.

Ik weet uit ervaring – mijn echtgenote is allochtone en probeert zowel het Nederlands als het Frans zo goed mogelijk onder de knie te krijgen - dat het makkelijker is om in Brussel colleges Nederlands te volgen dan lessen Frans. Die laatste zitten steevast tjokvol en zijn weken vooraf al volgeboekt. Het is bijna onmogelijk om je begin september nog in te schrijven voor één of andere cursus Frans. Ondanks de inspanningen van de overheid en van de Nederlandstalige verenigingen om scholen in te richten en om het Nederlandstalig onderwijs te promoten, is het Nederlands al decennia lang aan een gestage neergang bezig. Die achteruitgang is zich de laatste jaren aan het voltooien. In zoverre zelfs dat bepaalde politieke strekkingen in Vlaanderen tegenwoordig pleiten voor het loslaten van Brussel. Achterliggende oorzaak is misschien het feit dat het Frans een wereldtaal is en daardoor meer prestige heeft en dat men denkt sneller aan werk te raken éénmaal men het Frans onder de knie heeft. De meeste vreemdelingen die in Brussel neerstrijken, spreken bovendien al een mondje Frans, zodat het voor hen makkelijker is om die taal aan te leren. Een minderheid kiest dan voor het ogenschijnlijk minder bekende en veel minder aantrekkelijke Nederlands.

Misschien trap ik met deze bedenkingen open deuren in. Aan de hand van het boek van Willemyns en van der Sijs legde ik aan mijn allochtone echtgenote uit hoe het komt dat een bij uitstek Vlaamse stad een meertalige metropool werd waar het Frans de boventoon voert. Een exclusiviteit is dat Brussel de enige stad is in België waar de sprekers van de twee talen niet van elkaar gescheiden worden door een geografische barrière. Een Brusselaar beschouwt zich niet als Vlaming of geen Waal, maar als Brusselaar tout court. Eenderde van de inwoners van Brussel is bovendien van vreemde origine en die vreemdelingen hebben al helemaal niks te maken met de beide taalgemeenschappen.

De kentering – legde ik aan mijn geïnteresseerde vrouw uit – kwam er in de tweede helft van de negentiende eeuw. Brussel verschilde toen niet van de andere Vlaamse steden: de sociale elite was tweetalig en gebruikte het Frans voor de meeste cultuurtaalfuncties. Het Nederlands, dat door het overgrote deel van de bevolking werd gesproken, was een pittig Brabants dialect. De vraag is waarom in de meeste Vlaamse steden de verfransing kon tegengehouden worden, maar in Brussel niet. Brussel fungeerde sinds de Bourgondische tijd als hoofdstad. Tijdens de Franse annexatie werd het Frans er dan ook intenser beoefend, onder meer door een toevloed van Franse immigranten, die er nadien bleven wonen en die het taalleven van de stad ingrijpend beïnvloedden. Door de proportioneel sterke concentratie van de financiële en industriële macht steunde Brussel vooral op de Waalse industrie. Gevolg was een bevolkingsexplosie van vooral franstaligen die naar Brussel trokken. De Vlaamse immigranten die er kwamen wonen, waren meestal van lage sociale komaf en werden geconfronteerd met een taalbarrière die ook een sociale barrière was. Pogingen om het ‘verder te brengen’ moesten in het Frans. Dat was zo tot ver in de 20ste eeuw. Vlaams werd geassocieerd met armoede en sociale en culturele achterstand. Dat is het verhaal in een notendop. Dat stigma hangt nog steeds over de stad.

Die verfransing werd tijdens de eerste helfst van de 20ste eeuw nog eens in de hand gewerkt door catastrofale talentellingen. De wet bepaalde immers dat een gemeente met meer dan 30% anderstaligen automatisch de tweetalige status kreeg. Daardoor voegde men in de loop van de tijd in razend tempo de Vlaamse randgemeenten bij het tweetalige Brussel, waardoor de verfransing met reuzensprongen toenam. In de jaren ’50 en ’60 maakte men komaf met die annexaties, maar het kwaad was allang geschied. De verhoudingen zijn tegenwoordig zo’n 70.1% Franstaligen tegenover 29.9% Nederlandstaligen. Verder valt te vermelden dat de federale overheid vanaf de jaren zestig wel tal van inspanningen deed om taalhomogene, Nederlandstalige netwerken en structuren voor de persoonsgebonden instellingen uit te bouwen: zowel ziekenhuizen, poliklinieken, culturele centra, e.d. en het tekort hieraan in de hoofdstad weg te werken. De inspanningen wierpen hun vruchten af, maar bleven meestal toch onvoldoende. Ze stelden de talige minderheidsbevolking in elk geval in staat om haar identiteit te bewaren, hoewel het voor Vlamingen nog steeds veel moeilijker ligt dan voor Franstaligen.

Dit alles legde ik dus uit aan mijn echtgenote. Ik voegde eraan toe dat we vandaag misschien opnieuw een kentering meemaken. Temidden de babelachtige verwarring van Marokkaans, Turks, Russisch, Pools en hier en daar wat Frans als voertaal, liep ik dus naar huis met mijn boek ‘Het verhaal van het Nederlands’ onder de arm. Mijn medereizigers keken nauwelijks op van de turf op mijn schoot. Ze wierpen er hoogstens een nieuwsgierige blik op en lieten me dan ongestoord. Meertaligheid brengt taalvrede, dacht ik. Er is geen taalstrijd meer in de hoofdstad Brussel. Er zijn alleen maar net zoveel talen als de mensheid rijk is. Ik dacht ook na over het Frans als ‘lingua franca’. Ik dacht na over mijn positie als Vlaming en over de Brusselse administratie, waar ik regelmatig tegen opbots, omdat die tegenwoordig zelfs de tweetaligheid aan hun laars lapt en er dode letter van maakt, zoals ik kon vaststellen de afgelopen weken. Ik ben een Vlaming in hart en nieren. Ik woon in de hoofdstad. Ik ben geen extremist. Ik spreek, schrijf en werk graag in mijn eigen taal. Het boek van Willemyns en van der Sijs bood me een beetje troost. Mijn kinderen zullen waarschijnlijk Engels of Frans spreken.

'Het verhaal van het Nederlands - een geschiedenis van twaalf eeuwen', Nicoline van der Sijs & Roland Willemyns, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2009, ISBN 978 90 351 3282 5.

Friday, September 18, 2009

De getande slagschaduw van Hugo Claus

Absurd! Dat is het enige predikaat dat ik kan bedenken bij de banvloek die de lijkenpikkers van het Vlaamse pontificaat uitspraken over de zelfgekozen dood van Hugo Claus. Anderhalf jaar later pivoteert 'getande raadsels' van Patrick Conrad rond dit heikele thema. Claus zelf zou versteld staan over hoeveel dood zijn leven overschaduwt.
In een leven van enkele (grote) successen en veel nederlagen en mislukkingen is de keuze en de enscenering van de eigen dood het grootste succes en het ultieme toneelstuk. Maar ik nam me na lezing voor om me voortaan te onthouden van het lezen van hommages, eerbetonen en vriendenboeken. Alleen literaire studies over de werkelijke waarde van het werk van Claus kunnen me nog boeien. En die zijn er op dit moment nog niet.
Wat kan ik toevoegen aan het boekwerkje van Patrick Conrad? Deze titaan, charlatan en half mislukte Hollywoodadept smeert het nogal dik uit over de pagina's van 'getande raadsels'. Geen geheimen blijven verborgen. Alle persoonlijke foto's, memorabilia, herinneringen en ontmoetingen met Claus worden zorgvuldig geanalyseerd. Het scharniermoment valt ergens midden in het boek. In een halfdronken bui drukt de dichter de filmmaker aan de bast en noemt hem driemaal 'mijn vriend, mijn vriend, mijn vriend'.
Had Claus wel vrienden? Hoogstens een vrouw, wat kinderen en enkele intimi... De filmhaai Conrad steunde hem in het realiseren van zijn filmprojecten. Wie ging aan de haal met het genie van Claus? De filmprojecten liepen keer op keer faliekant af, buiten die ene keer dan. 'Het Sacrament' is de enige film van Claus die in de annalen mag bijgeschreven worden. Een ijzersterke cast en een onwrikbaar budget maakten van de film een hit. Claus: het one-hit-wonder?
Waarom wou de schrijver en dichter Claus perse films gaan maken? Op die vraag krijgen we in 'getande raadsels' geen antwoord. Het is nochtans essentieel. Wel krijgen we een beschijving van de uiterst gênante première van 'De leeuw van Vlaanderen', waarbij de koning Claus de hand drukte met de opmerking dat de film vele 'skone landschappen' vertoonde. Conrad volgde Claus doorheen zijn turbulente bohémien-leven, deelde zelfs zijn vrouwen en werd even zijn buur in zijn optrekje in het zuiden van Frankrijk.
Aangrijpend is de opname van het gedicht van Claus waarin hij zijn eigen euthanasie voorspelde:

Ga verder
Sodium thiopental
Zo, je bent buiten westen
Dan pancuronium bromide
Je longen begeven
Dan potassium chloride
En je hart houdt op

Dat kan ik nooit onthouden

Niet zijn beste gedicht, maar... De mens Claus blijft ongrijpbaar doorheen het boekje. Meer dan een jaar na zijn dood weten we het wel. Claus blijft een goed bewaard geheim. De stroom van publicaties laat echter niet af. Conrad droeg zijn steentje daartoe bij. Het amusante en gedetailleerde boekje weegt te licht om een onuitwisbare indruk op mij na te laten. Het staat wel goed in de boekenkast onder de rubriek weetjes-die-er-niet-toe-doen-over-Hugo-Claus. Toch mooi, zo'n boekje over Claus met je eigen naam erop geplakt. Herinneringen, noemen ze dat...

'getande raadsels - herinneringen aan Hugo Claus', Patrick Conrad, Meulenhoff/Manteau 2009, ISBN 9 789085 421788.

ook te lezen op: http://www.urbanmag.be/artikel/1583/de-getande-slagschaduw-van-hugo-claus