Tuesday, February 08, 2011

Hagelwit gedicht - Over 'Dode kamer' van Erik Spinoy, een interview

Dichter Erik Spinoy is een voorzichtig man. Hij laat zich niet verleiden tot vluchtige uitspraken over politiek of de toekomst van de Vlaamse poëzie. Zijn vorige bundel ‘Ik en andere gedichten’ was een tour de force. Zijn nieuwe 'Dode kamer' lost de hooggespannen verwachtingen niet helemaal in. Toch bevat de bundel genoeg interessant materiaal om alle concurrentie van tafel te vegen. De bundel bevat poëtische reisimpressies, bespiegelingen bij het intrigerende beeldend werk van de 'Belgische' kunstenares Ann Veronica Janssens en flarden jeugdherinneringen. Pendelend tussen Heule en Luik hadden we een gesprek met Spinoy.

De bundel ‘Dode kamer’ was voorzien voor september 2010, maar het werd uiteindelijk gedichtendag januari 2011. Waarom duurde het zo lang?

Erik Spinoy: De bundel was gewoon nog niet klaar. Ik ben geen full-time schrijver, maar combineer het schrijven en het bestuderen van literatuur, wat vaak – in de twee richtingen – een heel vruchtbare combinatie is, maar natuurlijk lopen de beide elkaar ook soms in de weg, omdat ze allebei vaak meer tijd vragen dan ik heb. Ik laat ook geen werk verschijnen dat in mijn ogen niet af is, dus als ik extra tijd nodig heb dan néém ik die ook. En tenslotte weet je ook nooit hoe lang gedichten nodig zullen hebben. Ik heb vooral aan de eerste reeks héél lang gewerkt – wat vaak zo is bij een nieuwe bundel. Het duurt een poos voor je, met trial and error, hebt uitgevist welke toon en welk vocabulaire je in een bundel wilt hanteren, voor motieven zich gaan ontplooien, voor je de gedachten op het spoor komt die de ruggengraat van het boek gaan vormen, enzovoorts. Dat verloopt allemaal heel organisch, en dat wil ook zeggen: de ene keer moeilijker en langzamer dan de andere.

Intussen is het uitgeverslandschap in Vlaanderen grondig gewijzigd. Meulenhoff/Manteau werd De Bezige Bij. Standaard Uitgeverij werd WPG. Meulenhoff werd Lannoo. De lezer - en de recensent! - kunnen niet meer mee. Hoe kijk je daar als auteur tegenaan?

Spinoy: We maken heel ingrijpende veranderingen mee. Eerder al was de Hoge Literatuur zijn bevoorrechte plaats kwijtgeraakt en was de uitgeverij veel meer dan tevoren een boekenindustrie geworden. Dat geeft dan, zeker in een boekenmarkt die onder druk staat, die dwingende tendens tot consolidatie en winstmaximalisatie. Daarnaast zijn er natuurlijk de ontwikkelingen als gevolg van de digitalisering en de uitvinding van het internet, zodat de gedachte dat papieren boeken over afzienbare tijd grotendeels zullen verdwijnen allang geen science fiction meer is. Het heeft wel vervelende neveneffecten: ik zat voor mijn laatste vier bundels bij drie verschillende imprints, zonder echt van uitgeverij te zijn veranderd. En de luxe van een echte poëzieredacteur bij mijn uitgeverij heb ik de laatste tien jaar niet meer gekend. Dat kunnen ze zich dat in de huidige constellatie niet meer permitteren. Ik geloof trouwens dat de ‘echte’ literatuur in de toekomst sowieso weer meer en meer door geëngageerde, gepassioneerde vrijwilligers gedragen zal moeten worden. Geld verdienen met het schrijven (of bespreken) van boeken zal er in de toekomst alleen nog voor een paar enkelingen bij zijn, denk ik.

Heb je in 2010 dichtbundels van Vlaamse auteurs gelezen? Is er nog ruimte voor poëzie in Vlaanderen?

Spinoy: Ik ben een hele trage lezer, ik lees vaak maar met jaren vertraging. Ik herlas het voorbije jaar grondig het kleine oeuvre van de te jong gestorven Michel Bartosik, en ik heb college gegeven over Faverey en Van Ostaijen, wat me telkens tot nieuwe lecturen dwingt, en ook telkens tot nieuwe ontdekkingen. Voor de rest is mijn lectuur bijzonder heterogeen: een recente geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 'In defence of lost causes' van Zizek, de recente teksteditie-annex-studie van Van Wilderodes 'De moerbeitoppen ruischten' ...

Plots schijnt dit continent een dodelijk net:
zovele knopen waarin ronder vlees
verrimpelend gevangen zit

en volle bleke maan na vale maan
zich aan de nacht onpasselijk
overgeeft.

(‘Dode kamer’, pag. 22)


Na je bundel ‘L’ - voor ‘love’ - werd je poëzie een stuk grimmiger. ‘Ik, en andere gedichten’ ging over verrotting en dood. In de titel ‘Dode kamer’ zit effectief het woord ‘dood’. Hoe verklaar je die evolutie van 'L' naar 'D'?

Spinoy: Ik denk dat ik in het voorbije decennium drie ‘grimmige’ bundels heb geschreven: Boze wolven (2002), L (2004) en Ik en andere gedichten (2007). 'L' is misschien wel de grimmigste en meest pessimistische van de drie. ‘Dood’ in 'Dode kamer' verwijst niet per se naar biologisch dood zijn – wel naar ‘dood zijn voor de wereld’, afgesneden zijn, als een bijna weerloos voelend lichaam in een soort cocon. Dat is niet noodzakelijk een negatieve ervaring, het kan ook buitengewoon bevrijdend zijn. 'Dode kamer' is dan ook veel minder somber van toon dan 'L', al kunnen de titels een andere ontwikkeling doen vermoeden.

Het eerste deel van ‘Dode kamer’ lijkt een soort compacte Roberto Bolaño. De gedichten spelen zich af in een exotisch oord, maar het kan eender waar zijn.

Spinoy: Dat heeft te maken met wat ik zo-even zei. Het zou weinig consequent zijn geweest als ik duidelijk had gemaakt: we zijn hier in Colombia, en het gaat over precies die mensen in die welbepaalde stad met die voorgeschiedenis en politieke en sociale problemen, enzovoorts. Wat me in deze reeks - en in de hele bundel - interesseert, is dit keer niet de vraag hoe identiteiten ontstaan in verwevenheid met de historische, sociale, politieke, ideologische … context die hen omgeeft – in verwevenheid dus ook met alle talige echo’s die in mensen weergalmen. Hier ging het me om wat we nog zijn als we afgesneden zijn van al die echo’s. Een ‘traumatisch lichaam’, denk ik. Iets wat in de eerste plaats voelt, dan nog kan ervaren dat het ‘er is’, zonder dat het kan definiëren wat het is. Het idee daarvoor kwam voort uit de vaststelling dat mijn (overigens redelijk korte) verblijf in Zuid-Amerika me nogal door elkaar bleek te schudden, veel meer dan ik had verwacht. Het was een dubbele ervaring: een ervaring van desoriëntering en dislocatie, maar ook (en juist daardoor wellicht) een sensueel evenement van de eerste orde.

Neem dit vlees

En drijf het
Naar waar het ophoudt vlees te zijn.

(‘Dode kamer’, pag. 34)


Wat trekt je aan in het oeuvre van de Belgische kunstenares Ann Veronica Janssens?

Spinoy: Rond de jaarwisseling 2009-2010 was er een grote overzichtstentoonstelling van het werk van Ann Veronica Janssens in Wiels. Een van de installaties was een ‘chambre anéchoïque’ – een ‘chambre sourde’ of echoloze kamer. Het was een kleine ruimte gemaakt van vezelplaten en isolerende materialen waarin je jezelf volledig kon afsluiten van de omgeving, en je dus teruggeworpen werd op jezelf. Dat soort ervaring – het creëren van een moment van retraite uit jezelf – probeert Ann Veronica Janssens volgens mij heel vaak op te roepen met haar werk. Ze doet dat op heel uiteenlopende manieren, maar naar mijn idee met steeds dezelfde drijfveer.

Het derde deel bestaat flarden beelden en herinneringen uit je kindertijd. Maar de herinneringen zijn precies niet goed genoeg gestold om er pakkende gedichten van te maken. Het zijn taalkundig zeer spitsvondige bouwsels, maar ze glijden zo van je af.

Spinoy: Ik denk dat je ‘je’ hier door ‘mij’ moet vervangen. Ik heb de gedichten natuurlijk ook uitgeprobeerd op een aantal ‘eerste lezers’ en die reageerden juist heel goed op deze reeks. Maar natuurlijk: hoezeer ik ook probeer om teksten te maken die zich, om het met Van Ostaijen te zeggen, plooien naar de ontroering van de lezer, ik krijg toch altijd weer heel uiteenlopende reacties. Opvattingen, verwachtingen, voorkeuren van lezers verschillen nu eenmaal ... Dat maakt het ook erg spannend om te zien hoe mijn teksten in de praktijk gelezen worden. Deze reeks baseert zich inderdaad op ‘flarden beelden en herinneringen’, maar wat is daar – zeker in de context van deze bundel – dan mis mee? Het zou juist niet passend zijn geweest om er méér van te maken dan een reeks associatief met elkaar verbonden beelden. In mijn ervaring zorgt het contextloze karakter van deze beelden er wel voor dat ze een soort van visionaire kwaliteit krijgen. Ze krijgen een betekenis die een volstrekt andere is dan de betekenis van woorden. Daarnaast zijn de gedichten uit deze (en trouwens ook die uit de eerste) reeks een soort odes aan het vergankelijke en het vluchtige.

Het regent veel in de bundel en bovendien hagelwit. De zon gaat hagelwit op. De zon gaat hagelwit onder. Vanwaar dat ‘hagelwit’?

Spinoy: Dat weet ik niet. Het is vanzelf naar binnen geslopen en het ‘insisteerde’. Dat is een overtuiging die ik van de modernisten heb overgenomen: soms offreert zich iets waarvan je ervaart dat het, daar en dan, in de context van het gedicht of de reeks of de bundel, noodzakelijk is – wat Kandinsky de innere Notwendigkeit noemde. Daar moet je dan maar beter aan toegeven.

Wat is een 'dode kamer'?

Spinoy: Een deel van het antwoord heb ik hierboven al gegeven: een kamer zonder echo. Het beeld heb ik ontleend aan de Franse filosoof Lyotard, die niet alleen maar (en zelfs niet in de eerste plaats) de uitvinder is van la condition postmoderne. Hij heeft aan het eind van zijn leven een boekje geschreven dat La Chambre sourde heet. Het is een zeer persoonlijke lectuur van leven en werk van de schrijver André Malraux, met onder meer een verwijzing naar een tekst van Malraux die doodziek in La Salpétrière ligt en daardoor als het ware afgesneden is van zijn ‘identiteit’, gestript wordt tot er alleen nog iets rudimentairs overblijft – een wezen dat er nog is, maar niet méér. Die traumatische zelfervaring, waardoor je in aanraking komt met een ‘reële’ dimensie die aan al het vertrouwde en het zinvolle voorafgaat, kun je zien als een verblijf in een dode kamer. Ik verwijs in de bundel ook naar Descartes: zijn twijfel aan alles, die begon toen hij zich, op een winterdag, urenlang alleen had opgesloten in een warme kamer. Voor een keer heb ik dus een bundel gemaakt die onbekommerd asociaal en apolitiek is – misschien in die mate dat hij ook weer politiek wordt. Die asociale component van ons bestaan is immers wat vergeten wordt in elke politieke orde. Ook die gedachte een belangrijk motief in het werk van Lyotard, die het een plicht vindt om te getuigen van wat hij onder meer l’événement noemt – datgene wat er is zonder dat het al geduid, be-tekend is.

Elke diapositief toont in de kobaltblauwe berglucht
Een staafvormige paarse wolk in kruinen duistere
Maretak in aangezichten somber hun ontvlezing

Voor de tengere treurwilg staart een jonge dode
In een lucht van zuiver kwik.

(‘Dode kamer’, pag. 51)


‘Dode kamer’ is mooier vormgegeven dan je andere bundels en zit ook conceptueel wel beter in elkaar maar toch mist de bundel de retestrakheid en de scherpte van ‘Ik, en andere gedichten’, taal die je echt naar de keel vloog en bundel waarin je de taal tot het uiterste oprekte. De lezer loopt wat verloren in de vele magnifieke beelden en in het doorgedreven woord- en klankenspel.

Spinoy: Ja, moet ik hetzelfde willen doen in elke bundel? Voor mij is het niet zozeer een stap terug als een stap in een andere richting. Die strakheid is niet iets wat in elk gedicht en elke bundel moet terugkeren. Na ruim een kwarteeuw dichterschap weet ik best hoe ik gedichten moet maken die ‘naar de keel vliegen’, maar ik voelde, in dit geval en als move volgend op 'Ik en andere gedichten', meer voor een andere toonaard – voor iets meer atmosferisch. De vorige bundel was analytisch en vaak hard tot zelfs sardonisch, en de taalhantering is navenant. Hier laat ik doelbewust een ander facet zien. Maar het is ieders recht om zich daar minder door aangesproken te voelen.

Je doceert Nederlandse Letterkunde in Luik. Je ziet België elke dag van twee kanten. Krijg je af en toe vragen van je Waalse studenten over de huidige politieke impasse in België? Hoe moet het verder met Vlaanderen, Wallonië en Brussel?

Spinoy: Ze beginnen er niet zelf over, maar ik snijd de kwestie geregeld zelf aan in mijn colleges literatuurgeschiedenis. De moderne Vlaamse literatuur is immers begonnen als een romantisch nationalisme, en is ook later nog vaak nauw verbonden met de Vlaamse Beweging. Ik probeer dat in verband te brengen met de huidige toestand, en dat blijkt hun wel erg te interesseren. Dat is natuurlijk nog iets anders dan een antwoord geven op de vraag hoe het nu verder moet. Dat weet ik ook niet.

Erik Spinoy, 'Dode kamer', De Bezige Bij Antwerpen, 2011, ISBN 978 90 8542 2501.

http://www.cuttingedge.be/pages/3972-over-dode-kamer-van-erik-spinoy-een-interview

Tuesday, February 01, 2011

De vergeten wereldoorlog - over 'De Krimoorlog of de vernedering van Rusland' van Orlando Figes

De Krim is een schiereiland tussen de Zwarte Zee en de Zee van Azov, en kent een rijke maar bloedige geschiedenis. Achtereenvolgens werd het eiland veroverd en bezet door de Skythen, de Grieken, de Byzantijnen, de Goten en de Ottomanen. In 1783 werd de Krim een deel van het Russische Tsarenrijk. Twee decennia geleden behoorde het strategisch gelegen stuk land nog toe aan de Sovjet-Unie. Na het uiteenvallen van de Russische communistische reus werd het een deel van de Oekraïense republiek. De Russen behielden een belangrijke machtsbasis in de havenstad Sebastopol, dat een apart statuut behield omdat de Russische marine daar gelegerd is.

In het midden van de negentiende eeuw was het Krimschiereiland het strijdtoneel van een vergeten oorlog die minstens achthonderd duizend levens eiste. Britse, Franse en Turkse troepen trokken ten oorlog tegen het Russische leger, dat onder invloed van de imperialistische tsaar Nicolaas I ingezet werd om een gebied te veroveren dat reikte van de Balkan tot de Perzische Golf. Het boek ‘De Krimoorlog of de vernedering van Rusland’ van de Britse historicus Orlando Figes geeft een relaas van die oorlog om de Krim die plaatsvond tussen 1853 en 1856. Figes gaat dieper in op de oorzaken van de oorlog, beschrijft tot in de details wat er op het slagveld gebeurde en beschrijft ook nauwkeurig de nasleep van de oorlog en de gevolgen van de nederlaag voor Rusland en de rest van Europa.

De Krimoorlog was een keerpunt in de Europese geschiedenis. De eeuwenoude alliantie van Rusland met Oostenrijk werd doorbroken. De oorlog maakte de weg vrij voor de opkomst van nieuwe natiestaten zoals Italië, Duitsland en Roemenië. De orthodoxe Russen hielden aan de oorlog een diepe afkeer over tegenover het Westen. Het voelde zich verraden door de andere christelijke naties omdat ze de kant gekozen hadden van de heidense Turken. Ze zagen hun plannen op de Balkan gedwarsboomd. De crises die volgden op de Russische vernedering zouden uiteindelijk leiden tot de Eerste Wereldoorlog.

De herinnering aan de Krimoorlog blijft in Rusland zowel een bron van nationale trots als afkeer tegen het Westen. Nog in 2006 verklaarde eerste minister Poetin dat de vernederende Krimoorlog niet moet gezien worden als een nederlaag maar als een morele en religieuze overwinning, waar het volk zich voor opofferde. In dezelfde toespraak hamerde hij erop dat het volk een voorbeeld moest nemen aan tsaar Alexander I die ten strijde durfde te trekken tegen het Westen. In een briljant stukje populisme en geschiedvervalsing kreeg ook zijn vader Nicolaas I, die de Russen als eerste voorging in hun strijd, eerherstel door Poetin. Sindsdien hangt een levensgroot portret van Nicolaas I in zijn werkkamer.

‘De Krimoorlog’ is een kanjer van een boek. Schitterend geschreven en rijkelijk gedocumenteerd is dit een must voor iedereen die van geschiedenis houdt. Wat blijkt? Ondanks twee wereldoorlogen en het mislukte communistische experiment veranderde er in anderhalve eeuw opvallend weinig. Tsjetsjenië, Afghanistan, Georgië, Kaukasië ...: het zijn jammer genoeg nog steeds hete brokken op het bord van Medvedev en Poetin. Het was zo in 1850. Het is zo in 2011. In het licht van de recentste terreuraanslagen in Rusland kunnen we alvast één opvallende tendens halen uit de lezing van ‘De Krimoorlog’: het volledig falen van de actuele Russische binnen- en buitenlandpolitiek, die zich nog steeds beroept op een imperialistische situatie die al ruim 150 jaar achterhaald is.

Orlando Figes, ‘De Krimoorlog of de vernedering van Rusland’, vertaald door Henk Moerdijk en Lieske Simon, Nieuw Amsterdam, Amsterdam 2010, ISBN 978 90 468 0894 8.

Saturday, January 22, 2011

Erik Spinoy & Jan Lauwereyns


Aanstaande gedichtendag 27.01.2011 stellen twee Vlaamse literaire kleppers een nieuwe dichtbundel voor:

Jan Lauwereyns, 'Hemelsblauw' bij De Bezige Bij
Erik Spinoy, 'Dode kamer' bij WPG


Het moet ongeveer sinds 2007 geleden zijn dat er nog een interessante dichtbundel bij een grote uitgeverij verscheen in het Vlaamse taalgebied (dat was toen Peter Verhelst). Nu ineens twee onder de nieuwe constellatie WPG/De Bezige Bij Antwerpen...

donderdag 27.01.2011 om 20u00 in Passa Porta in de Dansaertstraat in Brussel

http://eerder.meandermagazine.net/recensies/recensie.php?txt=3370&id=

http://www.urbanmag.be/artikel/1227/het-ik-en-vele-andere-dingen

Friday, January 21, 2011

Dali's Car



It isn't a dream, you only heard yourself
The means of your life, create and melt
In front of you, beneath closed lids
The path to freedom, Nirvana, here sits

Here sits... here sits... here sits

Nirvana calls from behind the wall
The wall that you built, with you will fall
If not for trust with infected hands
The secret shore will come, come to hand

Here sits... here sits... here sits

Plant your tree of hidden dreams
Beneath your fears that burst the seams
The consumate growth will break your bones
Become a tree, become a tree, secure, alone

Here sits... here sits... here sits

Pluck out the roots of buried truth
Ride the bean that passes through
The consumate growth will break your bones
Become a tree, secure, alone
Become a tree, secure, alone
Become a tree, secure, alone

(Dali's Car, 'Create and Melt' from 'The Waking Hour')

Mick Karn, 1958-2011

Wednesday, January 05, 2011

Arvo Pärt - 'Symphony no. 4 'Los Angeles''

Wat weet de gemiddelde Europeaan over Estland? Het landje maakte vroeger deel uit van de Sovjet-Unie, verzette zich hardnekkig tegen de bezetter en riep in 1991 de onafhankelijkheid uit. Het is het laatste Baltische land dat toetrad tot de Eurozone. De Esten zijn afstammelingen van het Vikingvolk en spreken een brabbeltaaltje. Wedden dat men niet eens de hoofdstad kent? Oh, Tallinn... Oké! En toch bracht deze kille Europese uithoek één van de grootste componisten van de twintigste eeuw voort. De bekendste inwoner van Estland heet Arvo Pärt.

Pärt was al tijdens de Sovjetperiode een dwarsligger. Zijn serialisme joeg de Russen de gordijnen in. Toen atheïsme het officiële credo was van het Kremlin, componeerde hij semireligieuze werken. Zonder een politiek standpunt in te nemen, joeg hij de officiële instanties tegen zich in het harnas. Maar wat konden ze doen? Pärt maakte contemplatieve muziek, die de grijze realiteit van het communisme overstijgt zonder zich er fysiek tegen te verzetten. Pärt was één van de eerste componisten van het Oostblok die een enorm succes kende in het Westen. ‘Fratres’, ‘Für Alina’, ‘Tabula rasa’, ‘Stabat mater’ en ‘Miserere’ zijn in ons geheugen gegrift.

De 75-jarige Pärt verloor zijn streken niet. Zijn vierde symfonie is een protestgebaar tegen Poetin. Hij droeg het werk op aan de Russische oligarch Mikhail B. Khodorkovsky, die door Poetin in 2005 gevangen gezet werd in een Siberische gevangenis nadat hij schuldig bevonden werd aan belastingontduiking en fraude. Waarom een componist als Pärt zijn symfonie opdraagt aan zo’n personage is ons niet duidelijk. Iedereen weet dat de situatie in Rusland maffia tegen maffia is. Wie is erger? Noch Poetin noch de dubieuze Khodorkovsky, ooit één van de rijkste mannen van Rusland, kunnen op onze sympathie rekenen.

38 jaar geleden was het dat Pärt nog een symfonie creëerde. De eerste beweging van de engelensymfonie begint als een typische Pärt-compositie met tintinnabuli en klokkengelui. Na enkele minuten relatieve stilte zwelt de compositie aan tot een echte symfonische puree, inclusief paukenslagen. Pas in de laatste beweging herkennen we de voor Pärt zo kenmerkende korte glissandobewegingen. De geluidskwaliteit is uitstekend, de korte symfonie werd zeer mooi uitgegeven door ECM, maar als geheel kan het werk ons niet in bekoring brengen. Pärts mystieke muziek leent zich niet voor de grootse gebaren van een symfonisch orkest. Hoe graag we hem ook zien, zijn vierde symfonie haalt niet het niveau van zijn vroegere oeuvre.

Arvo Pärt, Symphony no. 4 'Los Angeles' verscheen op ECM, www.ecmrecords.com

Tuesday, December 14, 2010

Philippe Petit scores 'Henry : The Iron Man'

a very serious contender for album of the year:

PHILIPPE PETIT - Scores Henry : The Iron Man
LP Aagoo Records AGO030


for more, see here:

www.aagoo.com
www.myspace.com/philippepetit

Sunday, December 12, 2010

Year Overview 2010 : literature

Liesbeth van de Grift, ‘Voorwaarts en vergeten – De overgang van fascisme naar communisme in Oost-Europa, 1944-1948’, Ambo , Amsterdam 2010, ISBN 978 90 263 2280 8.

http://www.apache.be/2010/10/de-gezwinde-overgang-van-fascisme-naar-communisme/

Alain Finkielkraut, 'Een intelligent hart', Uitgeverij Contact, ISBN 978 90 254 3465 6.

http://www.cuttingedge.be/books/reviews/246548-intelligent-hart

'Voer voor negationisten', over 'Een van de laatsten – Het unieke ooggetuigeverslag van een overlevende van Treblinka' van Chil Rajchman, Meulenhoff, 2010, ISBN: 978 90 290 8507 6.

http://www.apache.be/2010/08/voer-voor-negationisten/

Heimrad Bäcker, ‘Nachschrift 1 + 2’, Literaturverlag Droschl, Edition Neue Texte, Graz-Wien 1993/1997.

http://www.rektoverso.be/nummers/920-nr-42-juli-augustus-2010/1467-de-wrede-paradox-van-de-holocaust-nachschrift-1-2-van-heimrad-baecker

Paul Celan & Ingeborg Bachmann, 'Een dramatische liefde - Briefwisseling Ingeborg Bachmann-Paul Celan', vertaald door Paul Beers, Meulenhoff/Persona, 2010, ISBN: 9 789029 084789.

http://www.cuttingedge.be/books/reviews/235052-dramatische-liefde-briefwisseling-ingeborg-bachmann-paul-celan

Jotie T'Hooft, 'Verzameld werk', Meulenhoff/Manteau, 2010, ISBN 978 90 8542 181 8.

http://www.cuttingedge.be/books/reviews/234710-verzameld-werk

An Paenhuysen, 'De nieuwe wereld - De wonderjaren van de Belgische avant-garde', Meulenhoff/Manteau, 2010, ISBN: 978 90 8542 2211.

http://www.cuttingedge.be/books/reviews/236363-nieuwe-wereld-de-wonderjaren-van-de-belgische-avant-garde-1918-1939-

Willy Roggeman, 'Practicum of het steriele schrijven', Willy Roggeman, Het Balanseer, Aalst 2009, ISBN: 978 90 79202 04 1.

http://www.cuttingedge.be/books/reviews/239104-practicum-of-het-steriele-schrijven

Sven Vitse, ‘Tekstbestanden’, Het Balanseer, 2010, ISBN 978 90 79202 05 8.

http://www.cuttingedge.be/pages/3751-over-tekstbestanden-interview-met-sven-vitse

Year Overview 2010 : music

Sohrab - ‘A hidden place’, [Touch # Tone 42] -http://www.touchmusic.org.uk/sohrab/

http://www.apache.be/2010/11/sohrab-een-iraanse-muzikant-op-de-vlucht/
http://www.cuttingedge.be/pages/3819-sohrab-interview-iraans-experiment-in-berlijn

Zeitkratzer - Alvin Lucier [old school] - Zeitkratzer Records, zkr011, www.zeitkratzer.de
Zeitkratzer - Whitehouse [electronics] - Zeitkratzer Records, zkr007, www.zeitkratzer.de

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/259803-zeitkratzer-alvin-lucier-old-school-

Swans - 'My father will guide me up a rope to the sky' - Young God Records, http://younggodrecords.com/

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/253599-swans-my-father-will-guide-me-up-a-rope-to-the-sky-

Richard Pinhas - 'Metal/Crystal' - Cuneiform Records, www.cuneiformrecords.com

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/248841-richard-pinhas-metal-crystal-

David Sylvian - 'Sleepwalkers' - Samadhi Sound, www.samadhisound.com

http://www.cuttingedge.nl/music/reviews/250114-david-sylvian-sleepwalkers-

Cindytalk - 'The poetry of decay' - Editions Mego, www.editionsmego.com

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/244228-cindytalk-up-here-in-the-clouds-

Solar Bears - 'She was coloured in' - Planet Mu Records, www.planet.mu

http://www.cuttingedge.nl/music/reviews/245626-solar-bears-she-was-coloured-in-

Jana Winderen - 'Energy field' - [Touch # TO:73], www.touchmusic.org.uk

http://www.cuttingedge.be/pages/3629-muziek-en-ecologie-interview-met-jana-winderen

Sistol - 'On the bright side' - Halo Cyan, www.halocyan.com

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/242119-sistol-on-the-bright-side-

Taylor Deupree - 'Shoals' - 12K, www.12k.com

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/237226-taylor-deupree-shoals-

Oneohtrix Point Never - 'Returnal' - Editions Mego, www.editionsmego.com

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/235677-oneohtrix-point-never-returnal-

Emeralds - 'Does it look like i'm here' - Editions Mego, www.editionsmego.com

http://www.cuttingedge.be/column/3517-de-kroonjuwelen-van-amerika-over-does-it-look-like-i-m-here-van-emeralds

Brendan Perry - 'Ark' - Cooking Vinyl Records

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/235689-brendan-perry-ark-

Dalglish'Ideom' – Record Label Records, www.recordlabelrecords.org

http://www.rektoverso.be/nummers/918-nr-40-maart-april-2010?layout=blog

Saturday, December 04, 2010

Alain Bashung - ‘Osez Bashung'

“Tu l’auras toujours ta belle gueule/tu l’auras ta superbe/à défaut d’éloquence”. Als we enkele albums zouden moeten selecteren uit onze collectie, dan zouden ‘Fantaisie militaire’ en ‘L’imprudence’ van Alain Bashung er zeker bij zijn. Na een wispelturig parcours bracht hij twee albums uit, die de normen van het Franse chanson ruimschoots overschreden. Intenser en poëtischer dan Brel, scherper dan Gainsbourg en donkerder dan Noir Désir: ‘Fantaisie militaire’ en 'L’imprudence’ behoren muzikaal tot het beste dat ooit uit het Franse taalgebied kwam. Zes jaar duurde het voor Bashung een opvolger bedacht. In 2008 bracht hij zijn artistieke testament ‘Blue pétrole’ uit. Commercieel gezien een kassucces, maar lang niet zo bevlogen als zijn voorgangers. Na zijn vroegtijdige dood in maart 2009, verscheen de één na de andere compilatie. ‘Osez Bashung' is er slechts één van…

Makkelijk is een overzicht van de carrière van Bashung niet. Wars van goedkoop succes verkende hij dertig jaar lang alle hoeken van het Franse chanson: van de mockdisco van ‘What’s in a bird’ tot de rammelende bluesversie van Brels ‘Avec le temps’. Maar we herinneren hem vooral als de in zwart leer gehulde rocker, die gedurende meer dan twee uur de Parijse Olympia in de ban hield, zoals te zien is op ‘Confessions publiques’ uit 2002. De rocker die iets te ruig en te tegendraads was om de massa te bekoren, maar die als sentimentele publiekstoegift ‘Nights in wite satin’ en ‘Les amants d’un jour’ van Edith Piaf croonde.

‘Osez Bashung’ slaagt er niet in om die man te duiden. De compilatie bestaat uit twee delen. Op de eerste cd staan bekende nummers van diverse tijdsperiodes kriskras dooreen. De samenstellers vergaten dat de zanger die in ’81 ‘Gaby oh Gaby’ de hitlijsten inzong, niet dezelfde is dan die in 2002 het complexe ‘Faites monter’ opnam. We missen een duidelijke chronologie en linernotes die een toelichting geven over het hoe en waarom van de nummers. Weinig verrassingen hier, wel een willekeurige selectie nummers uit ‘Fantaisie militaire’, ‘L’imprudence’ en een ripoff van ‘Bleu pétrole’ (vijf!).

De tweede cd bevat interpretaties van standards en maakt duidelijk dat Bashung worstelde met zijn plek in het muzieklandschap. Zijn versie van ‘Le sud’ van Nino Ferrer is te vlak. Wel doorvoeld zijn ‘Le tango funèbre’ van Brel, ‘Bruxelles’ van Dick Annegarn, een briljante adaptatie van ‘Les mots bleus’ van Christophe en de Gainsbourg-imitatie ‘L’homme à tête de chou’. Als graaibox kan ‘Osez Bashung’ dienen, maar er bestaan betere overzichten van ’s mans loopbaan. Een simpele zoektocht via Google volstaat.

recensie op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/263115-alain-bashung-osez-bashung-

Alain Bashung, 'Osez Bashung', Barclay, 2010.

Noot: Een betere comp is 'Les 50 plus belles chansons' van Bashung, verschenen in maart 2009. Drie cds voor slechts 20€ met alle essentïële nummers, waaronder 'Happe', 'Elvire', 'Toujours sur la ligne blanche', 'Alcaline', 'Rebel' en vele anderen.

Saturday, November 20, 2010

Francisco López, 'köllt/kulu'

Luisteren met de microscoop

Eén van de indrukwekkendste lappen noise van de voorbije jaren was ‘Whint’ van de Pool Zbigniew Karkowski en de Spanjaard Francisco López. ‘Whint’ is een samenvoeging van ‘wind’ en ‘white noise’: een enorme brok gedruis die zelfs onze kat de sofa uit- en de tuin injoeg. Onze brave maar slimme kater verroerde geen spier toen we de meest onmogelijke experimenten beluisterden, maar hield ons nauwlettend in het oog toen de transparante cd naar de lader verhuisde. López vergroot minimale natuurgeluiden alsof er op elk moment een aardkatastroof kan losbarsten. Geen wonder dat onze viervoetige huisgenoten hun heil zochten in de rustiger, echte natuur.

López heeft een eigengereide loopbaan om u tegen te zeggen. Schier onmogelijk om de stroom aan producties bij te houden. De meesten verschijnen op obscure muzieklabels en met karige informatie. Op ‘Wasps’ werkte hij met het microscopische geluid van wespen. Op het Spaanse label met de Duitse naam Störung verscheen zopas een van zijn meest ambitieuze projecten. ‘köllt/kulu’ bevat een audio-cd en een dvd met beeldmateriaal. Kulu is een term van de Australische Aboriginals om ‘zaad’ aan te duiden. Minieme geluidsfragmenten - geluidszaadjes - ontwikkelen zich gaandeweg tot een zeer verscheiden geluidspalet.

‘köllt/kulu’ verschilt niet veel van de overige cd’s van López. De grote wijziging is dat er nu ook beelden horen bij de sounds. Het minimalistische geluidsbeeld dat hij voor ons creëert, maakt af en toe plaats voor structuren die lijken te zullen evolueren naar een soort prototechno. Dat is vooral zo tijdens de eerste minuten van ‘köllt’ waar je getrakteerd wordt op enkele sonische explosies. Op het einde van ‘kulu’ dansen de geluiden zo geordend tegen elkaar op dat je hier bijna kan spreken van een compositie.

Op de dvd-versie van het ultraminimalistische ‘köllt’ zien we hoe rijen mieren zich verdringen voor een nestingang. Op ‘kulu’ wisselen schaarse, kleurrijke beelden af met een volledig zwart scherm. De geluiden duiken asynchroon op met de beelden wat een heel raar effect geeft. Af en toe betrapten we er ons zelfs op dat we geruime tijd zaten te luisteren naar stilte terwijl we ook nog eens keken naar een leeg scherm. En dat duurt zo minuten lang. Maar dat is López. Hij vereist een andere manier van kijken en luisteren, die niet iedereen leuk zal vinden. Het luxueus uitgegeven ‘köllt/kulu’ is in elk geval zijn meest prestigieuze project tot nu toe en misschien de opening naar een nieuw luister- en kijkbereid publiek.

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/256069-francisco-l-pez-k-llt-kulu-

Saturday, November 13, 2010

Sohrab: Iraanse experimentele muzikant op de vlucht


Een Iraanse muzikant die een uitstekend album uitbrengt op het ultrahippe Londense muzieklabel Touch? Dat is natuurlijk groot nieuws! Sohrab is het pseudoniem van Sohrab Karimi Asli uit Teheran. Nieuwsgierig als we zijn, gingen we meteen op zoek naar de man. We vonden hem in Berlijn, terwijl deportatie als een zwaard van Damocles boven zijn hoofd hing. Vanuit zijn tijdelijke Duitse verblijfplaats kregen we volgend alarmerend bericht: “Ik moet je helaas melden dat ik op dit moment dreig gedeporteerd te worden uit Europa. Als je binnenkort niks meer van me hoort, dan zit ik in een Duitse deportatiegevangenis. Ik hoop dat het niet gebeurt en dat we in contact kunnen blijven…” Een paar dagen later hingen we aan de chat met de bewuste Sohrab.

PW: Sohrab, je muzikale loopbaan startte in Teheran met een punkband? Hoe kreeg je dat voor elkaar? Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Sohrab: 'We richtten de band acht jaar geleden op. Ik speelde drums en mijn broer basgitaar. De band bestond ongeveer twee jaar.'

PW: Oké, zeer ongewoon in Iran. Welke waren jullie invloeden?

S.: 'Er was toen een hausse aan undergroundgroepen in Teheran. Wij waren de enigen die punkrock speelden. Het maakte voor mij niet uit of het punkrock was of iets anders. Gewoon het gevoel om muziek te kunnen spelen. We speelden covers van Ramones, Nofx, Dead Kennedys. We slaagden er na twee jaar in om één show te organiseren in ons huis. Dat was de enige plek waar we konden optreden en onze vrienden konden ontmoeten. Er kwamen ongeveer vijftig à zestig mensen op af.'

PW: Maar hoe kwam je aan al die albums die je opnoemt?

S.: 'Hmm… In Iran is er een omvangrijke zwarte markt voor films, muziek en voor illegale culturele zaken. Die kocht je zoals je alcohol of drugs koopt. Maar het is niet zo gevaarlijk. We speelden ook onze eigen songs. Eén van onze nummers kwam terecht op een lp die we nooit onder ogen kregen op een Frans onafhankelijk platenlabel. Er was een ngo, die verbonden was met een Europese organisatie, die een underground muziekcompetitie organiseerde. We registreerden ons online. Ze gaven elke band enkele uren studiotijd om een nummer op te nemen. Toevallig kwamen we later te weten dat de ngo de rechten had op ons.'

PW: Een paar jaar geleden werd hier een doc getoond over een heavy metalband die heel hard moest knokken om in Iran te overleven en die ervan droomde om naar de VS te vertrekken.

S.: 'Ja, ja… Ik ken hen! Toen we punkrock speelden, was de rest meer geïnteresseerd in heavy metal. Tegenwoordig vind je veel undergroundbands die indierock spelen. De rest van onze band is nu in Amerika. Ze heten nu Hypernova en ik geloof dat ze het daar heel goed doen. Ik ben eruit gestapt omdat de druk veel te groot werd. We waren de hele tijd aan het repeteren zonder enige kans om op te treden. De politie viel binnen tijdens onze eerste optreden. Het was allemaal zo ontgoochelend. Ik begon elektronische muziek te maken met mijn computer en met mijn koptelefoon. Zo had ik geen problemen meer om een repetitieruimte te vinden.'

PW: Wanneer besliste je om Iran te verlaten?

S.: 'In Iran moeten jongens een militaire dienst doen van twee jaar om een paspoort te kunnen krijgen. Zonder kun je niet trouwen en geen werk krijgen. Voor elke Iraanse jongen is dat een nachtmerrie. Ze proberen er altijd tussenuit te knijpen. Toen ik 22 werd, ging ik op dieet gedurende twee maanden. Ik verloor 15 kg. Ik woog nog 52 kg. Aangezien ik relatief groot ben, 1,90 m, kreeg ik een medische vrijstelling. Sommigen gaan nog verder. Ze snijden een paar vingers of tenen af om niet in het leger te moeten. Ik kreeg een vrijstelling én een paspoort. Ik wilde ontsnappen aan de druk. Toen ik 23 was, kreeg ik een studentenvisum voor Nieuw-Zeeland voor anderhalf jaar. Ik studeerde een half jaar in Wellington. Nadien kon ik een werkvergunning krijgen om in Nieuw-Zeeland te blijven. Maar toen de situatie in Iran verbeterde, besliste ik om terug te gaan, zonder te beseffen dat het daar van kwaad naar erger zou gaan … Toen ik terugkeerde naar Iran waren er net verkiezingen. Het zag er echt goed uit. We waren zeker dat we een betere president zouden krijgen en dat er hervormingen in de lucht hingen zoals ten tijde van president Khatami. Maar na Khatami ging alles weer achteruit.'

PW: Was je betrokken bij de onlusten van eind vorig jaar?

S.: 'Ja, lange tijd zag het er naar uit dat er niks zou veranderen in Iran. Nu is er tenminste wat hoop. De meerderheid van de Iraniërs is tegen het huidige regime. Ik werd gearresteerd en bracht vorig jaar in november acht dagen en zeven nachten door in de gevangenis. Ik had geluk dat ik vrij snel weer vrijgelaten werd. Ik voelde altijd een grote afstand tussen mij en de gemeenschap waarin ik leefde. Ik had maar één vriend in mijn stad. Ik ben nu sinds enkele maanden in Berlijn en ik heb al meer vrienden dan in mijn hele leven in Teheran.”

PW: Hoe was het om in Iran in de gevangenis te zitten?

S.: 'Hmm… Het was de vreemdste periode van mijn leven. Toen bleef er nog hoop over dat het volk de revolutie zou afmaken maar als ik nu terugkijk en erover nadenk…. Ik herinner me dat het een vreselijke ervaring was. Ik kon mijn moeder niet contacteren. Ik maakte me echt zorgen om haar omdat zij bij elke manifestatie in Teheran altijd op de eerste rij staat. Ik maakte me grote zorgen om haar welzijn! Mijn vader gaf me een boel shit. Dat ik 26 was en nog niks bereikt had in mijn leven. Net op dat moment kreeg ik een contract opgestuurd van Touch. Ik kreeg wat hoop dat ik die droom kon volgen. Toen hij hoorde dat het over muziek ging, gaf hij me dezelfde shit. Mijn moeder steunde me altijd. Daarom heb ik het laatste nummer op de lp naar haar vernoemd, het nummer heet ‘Zarrin’...'

PW: Hoe ben je in contact gekomen met het Londense Touch-label?

S.: 'In Nieuw-Zeeland zag ik een optreden van Rosy Parlane. Ik vond het fantastisch. Ik ken hem niet persoonlijk, maar de naam bleef wel hangen. Toen ik vorig jaar terug was in Teheran en gedurende zes uur per dag muziek opnam, stuurde ik twee tracks naar Parlanes label Touch. Mike van Touch antwoordde me vrijwel onmiddellijk. Het was precies een droom die in vervulling ging. Hij vroeg me om een opname te doen voor hun radioserie. Ik was vereerd om gevraagd te worden door zo’n gerespecteerd label!'

PW: Er is iets vreemd aan de hand met ‘Live in Teheran’. Er komen gesproken fragmenten voor in het Russisch.

S.: 'Ik was een paar keer in Rusland. Met een Iraans paspoort is het relatief makkelijk om naar Rusland te reizen. Ik werd uitgenodigd naar een archeologiekamp dat georganiseerd werd door de universiteit van Lipetsk ten zuiden van Moskou. Ik leerde daar een meisje kennen. Er groeide iets emotioneels. Ze sprak geen Engels. Ik sprak geen Russisch. De titel van de opname is ‘Tanyahi’. Dat betekent ‘eenzaamheid’. De stem is van dat meisje.'

PW: Hoe ben je uit Iran weggeraakt?

S.: 'In het licht van mijn situatie hier op dit ogenblik kan ik niet op die vraag antwoorden. Ik kan je wel zeggen dat ik aan niks anders dacht dan aan weggaan en ergens te gaan leven waar ik me beter zou voelen. Zelfs als het maar voor een korte tijd was.'

PW: Trok je onmiddellijk naar Berlijn?

S.: 'Ja, omdat ik daar wat muziekvrienden had. Ik heb hier zoveel mensen om me heen die ik vrienden kan noemen. Ik kan hen zien. Ik kan met ze spreken. That’s really amazing!'

PW: Wat gebeurt er als ze je deporteren?

S.: 'Ze duwen me in een vliegtuig richting Teheran en ik denk dat ik dan voor een lange tijd niet meer naar Europa mag. Het doet me pijn als ik er nog maar aan denk. Ik kan me absoluut niet voorstellen dat ik terug moet naar een leven zonder hoop op geluk of de mogelijkheid om een normaal leven te leiden. Ik zal altijd muziek blijven maken, zelfs wanneer ik terug compleet geïsoleerd ben in Teheran en geen optredens meer kan doen. Ik noem mezelf eigenlijk geen muzikant. Muziek is voor mij gewoon de beste manier om mijn gevoelens te tonen aan anderen.'

PW: Over je plaat ‘A hidden place’: we horen opnieuw wat Russisch, we horen een haan kraaien en mensen roepen in een vreemde taal.

S.: 'Het Russisch hier is een sample uit de film 'Andrei Rublev' van Andrei Tarkovsky. Op de ommezijde hoor je mensen naar elkaar roepen in het Farsi in een dorp ergens in het noorden van Iran, het groenste deel van Iran vlakbij de Kaspische Zee. Ze roepen naar elkaar om elkaar te vinden in de jungle. De bossen zijn er zeer mistig en donker en lang geleden gebruikte men dergelijke uitroepen om elkaar makkelijker terug te kunnen vinden.'

PW: Dat lijkt me een zeer goede metafoor voor jouw situatie, Sohrab. We wensen je veel succes met je album.

artikel verscheen op www.apache.be en http://www.cuttingedge.be/pages/3819-sohrab-interview-iraans-experiment-in-berlijn

Sohrab - ‘A hidden place’, [Touch # Tone 42], http://www.touchmusic.org.uk/sohrab/

Thursday, November 11, 2010

Piiptsjilling - 'Wurdskrieme'


On their second full-length, supergroup Piiptsjilling set out to both deepen and roughen up the pastoral and peaceful sound of their 2008 debut release. A coherent unit formed by guitar & poetry duo Jan and Romke Kleefstra as well as Machinefabriek’s Ruther Zuydervelt and Soccer Committee’s Mariska Baars, the band delineate increasingly dark lyrical textures resonating with nocturnal atmospheres and tactile sound-operations on guitar, pedals and various looping devices. Building on patient and immersive improvisations and working with both sonorous drones and ghostly micronoises, “Wurdskrieme”, which translates to “Cry of Words”, moves at a dream-pace, substituting linear logic with a brushwood of metaphors and emotional abstractions. The underlying feeling of a subcutaneous tension is further accentuated by Jan Kleefstra’s expressionist poetry delivered in the language of his native Friesland, a province in the far North of the Netherlands. Contrasting serene soundscapes like opener “Unkrud” with more tranquil moments featuring acoustic instrumentation (“Wurch”), the result spans up a sonic space that not only represents an evolution from their earlier work, but also takes them far beyond traditional categories and conventions.

CD/LP Experimedia EXPLP013, Release date: December 13

www.experimedia.net

review door Pieter Devriese op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/260469-piiptsjilling-wurdskrieme-

Cindytalk - 'The poetry of decay'

Special 2LP + 7” Vinyl set compiling both 'The Crackle of my soul' & 'Up here in the clouds' albums

http://www.editionsmego.com/

http://www.cuttingedge.be/music/reviews/244228-cindytalk-up-here-in-the-clouds-

Sunday, November 07, 2010

Zeitkratzer - Alvin Lucier [old school]


Klassieke Whitehouse & radicale Lucier

Hoe ver kun je gaan met een klassiek ensemble? In 2002 schudde het Duitse collectief Zeitkratzer de vastgeroeste muziekwereld dooreen met een adaptatie van het gewraakte noiseproject ‘Metal machine music’ van Lou Reed. Op ‘Whitehouse [electronics]’ nemen ze de groep van noisepionier William Bennett onder handen. Zeitkratzer spitst zich vooral toe op diens latere periode, waarin hij invloeden raapte uit extreme african music. De cd zit vol grimmige details en merkwaardige subtiliteiten die het geheel verder voeren dan pure noise. Let vooral op de percussie en de te gekke blazers in ‘Munkisi munkondi’ en de double bass in ‘Scapegoat’. Bondig, retestrak en messcherp. Beter kunnen we ‘Whitehouse [electronics]’ van Zeitkratzer niet omschrijven.

Alvin Lucier is een grote invloed voor Whitehouse. Naast uitvoeringen van werk van beeldenstormers zoals Bennett houden Reinhold Friedl en zijn companen zich ook bezig met versies van hedendaagse klassieke muziek. In de [old school]-reeks verschenen albums met werk van Tenney en Cage. Binnenkort is Morton Feldman aan de beurt. In afwachting doen we het hier met de minimalist Lucier, een Amerikaanse componist die op een bijna wetenschappelijke manier de mogelijkheden van de akoestische ruimte onderzoekt. Hij schrijft geen partituren maar geeft de muzikanten richtlijnen, waarmee ze aan de slag kunnen gaan. Dit klinkt zwaar, maar het ludieke element in het werk van Lucier overheerst. Hij speelt met ruimte en geluid.

Zeitkratzer leidt ons de wondere wereld van Lucier in met het stuk voor piano, viool en cello, ‘Fideliotrio’. Gedurende twaalf minuten wordt één enkele pianoklank aangehouden terwijl glissandi van viool en cello er zich tegendraads tegenaan schuren. Voor ‘Music for piano with magnetic strings’ zijn de instructies nog soberder. De muzikanten spannen vijf snaren over de snarenbak van een piano. Omgevingsgeluiden mogen, maar hoeven niet. Toch is dit een indrukwekkende ‘compositie’. Na een vijftal stille minuten nemen de boven- en overtonen het over. Je weet niet wat je hoort wanneer de geluidsmassa zich van alle kanten tegelijk in je hoofd boort.

Lucier is het meest bekend voor zijn minimalistische triangelsymfonie ‘Silver streetcar for the orchestra’ en voor zijn opera met objecten. De versies van Zeitkratzer zijn mooi uitgegeven, vlekkeloos uitgevoerd en ook voor leken zeer genietbaar. In een zeer schraal eindejaar qua releases eindigen zowel ‘Whitehouse [electronics]’ als ‘Alvin Lucier [old school]’ van Zeitkratzer zeer hoog op onze wenslijstjes.

Zeitkratzer - Alvin Lucier [old school] verschijnt op 26 november, Zeitkratzer Records, zkr011, www.zeitkratzer.de

Inca Babies - 'Death message blues'

‘I got a message on my phone/They sent me a line with a tone/I caught the first plane, and went home/And I had to do it, alone/All of the folks had gathered round/His eyes were set hard and full of frowns.’ Dit zijn de eerste woorden die Harry Stafford zingt op 'Death message blues’ van de Britse Inca Babies. Inca wie? De Mancunian Inca Babies zijn niet zo bekend in deze contreien, maar ze hebben er al een loopbaan opzitten van bijna drie decennia. Tussen ’83 en ’88 namen ze vier albums op, die hen in het zog van de punk wat bekendheid verschaften in de UK.

volledige recensie op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/256744-inca-babies-death-message-blues-

Saturday, November 06, 2010

Neurosis - 'Crawl back in'

Neurosis: Crawl Back In from Chad Rullman on Vimeo.

review van Neurosis - 'Live at Roadburn 2007' op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/257696-neurosis-live-at-roadburn-2007-

Gefnuikte ambities - Over 'Feestelijk zweet' van Ruth Lasters

Ruth Lasters had een plan. In 2006 debuteerde ze met de roman ‘Poolijs’, waarvoor ze de Vlaamse Debuutprijs kreeg. In 2007 verscheen dan de dichtbundel ‘Vouwplannen’ (zie: http://www.urbanmag.be/artikel/1203/de-machtswil-van-een-vrouw), terecht bekroond met de Debuutprijs van Het Liegend Konijn. ‘Vouwplannen’ plaatste haar voorop in het pantheon van grote Vlaamse dichteressen. Haar nieuwe roman ‘Feestelijk zweet’ is een turf van om en bij de 330 pagina’s met bijna epische allures. Om zo’n boek te vullen, moet je veel in je mars hebben: een soort vrouwelijke Mulisch moet je zijn. Helaas lukt dat hier niet.

Er zijn twee verhaallijnen. Igor is een gescheiden man met een dochter die in Moskou studeert en die in zijn jaszak altijd een boek van Tolstoj meedraagt. Hij had ooit een affaire met Hatice, maar die relatie werd afgebroken omdat hij niet kon kiezen tussen haar liefde en die van zijn vrouw. Na zijn scheiding krijgt hij terminale kanker. Mestcellen, noemt hij ze. Op het einde van zijn onbeduidende leven wil hij nog iets groots realiseren. Hij beslist zijn nalatenschap te verdelen onder zijn buren. Ook wil hij de verkiezingscampagne van de rechtse kandidaat Ediz Trovin, op wie hij als twee druppels lijkt, dwarsbomen via chantage en zo de linkse kandidaat aan de macht helpen. Meria, het tweede hoofdpersonage, zit om onduidelijke redenen een gevangenisstraf uit met enkele andere vrouwen, terwijl buiten klimaatterroristen de macht grijpen.

‘Feestelijk zweet’ is een stroef boek dat pas herademt na het vijfde hoofdstuk. Meria wordt uit de nor ontslagen en de gulle Igor verlaat zijn flat om zijn buren te bezoeken. De actie speelt zich af in een niet nader bepaalde ex-Sovjetrepubliek in de buurt van Oezbekistan. Waarom Lasters het boek net daar situeert, wordt niet helemaal duidelijk. Het had evengoed Erpe-Mere kunnen zijn. Buiten enkele terloopse verwijzingen worden we niks wijzer. Ook met het tijdsverloop loopt het grondig fout. Eerst situeert ze het boek tien jaar na de dood van Michael Jackson in een periode waarin klimaatactivisten het voor het zeggen hebben, maar enkele hoofdstukken later lezen we dat het verhaal zich afspeelt twee jaar na Gorbatsjov. An sich is het thema van de klimaatwijziging een zeer interessant gegeven dat verwachtingen wekt. Lasters doet er echter weinig mee. In de plaats daarvan spitst ze zich toe op de ‘psychologie’ van haar personages.

‘Feestelijk zweet’ eindigt met een wervelende scène wanneer Igor op zoek gaat naar zijn Hatice in de crèche van haar vriendin Meria. Er schort iets met de structuur van het boek. De overgang van gevangenis naar crèche verloopt zo onhandig dat het ongeloofwaardig is. De door pillen verdoofde Igor gaat op stap met een kind, belandt op een dak en laat de peuter per ongeluk vallen. Daarop strompelt hij naar huis en sterft diezelfde avond. Meria wordt als schuldige aangeduid voor de dood van het kind en belandt opnieuw in de gevangenis.

We begrijpen niet waarom Lasters bepaalde scènes herhaalt: vanuit het standpunt van Igor en van Meria vertelt ze tweemaal hetzelfde verhaal. Het draagt niks bij tot het boek, dat de helft korter had gekund. Zo wordt het adagio van de roman – het zich vastklampen aan ambities, tegen wil en dank – ongewild een valstrik en een selffulfilling prophecy. Lasters heeft al bewezen dat ze kan schrijven, maar met deze roman greep ze te hoog. Op zo’n niveau kan ze haar ambities niet realiseren. ‘Feestelijk zweet’ is een jammerlijke miskleun.

'Feestelijk zweet', Ruth Lasters, Meulenhoff/Manteau, 2010, ISBN: 978 90 8542 169 6.

review op http://www.cuttingedge.be/books/reviews/259097-feestelijk-zweet

Thursday, October 28, 2010

Robert Wyatt/Gilad Atzmon/Ros Stephen - 'For the ghosts within'

Toen ‘Hits and misses’ enige maanden geleden heruitgebracht werd (zie recensie elders op deze pagina’s), wisten we het al. De meester van het understatement is terug. Voor zijn nieuwe album werkt Robert Wyatt samen met de Israëlische schrijver en saxophonist Gilad Atzmon en met violiste Ros Stephen. Gilad speelde sax op ‘Cuckooland’ en ‘Comicopera’. Toen Atzmon en Stephen een stem zochten voor een nieuw project met strijkers, dachten ze meteen aan hun vriend Wyatt. De combinatie van de Oosters klinkende sax van Atzmon, het Sigamos String Quartet van Ros Stephen en de vocalen van Wyatt is onverwacht en subliem.

review op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/255899-wyatt-atzmon-stephen-for-the-ghosts-within-

Tuesday, October 26, 2010

Van Keys tot Vaessens - Over 'Waar is het drama?' van Huub Beurskens

Het essayboek 'Waar is het drama?' van de Nederlandse dichter, prozaïst en vertaler Huub Beurskens begint met Alicia Keys en eindigt met Thomas Vaessens. We hebben het niet voor de glamoureuze edelkitsch van diva Keys en we hebben de theorieën van de gehypete professor literatuur Vaessens de laatste jaren met opzet links laten liggen. Tussendoor lazen we in zijn boek opstellen over literatuur en kunst, persoonlijke beschouwingen en eerder polemische stukken over Komrij, Mulisch en Nooteboom. Het ging er allemaal vrij vlot in maar het gleed ook soms over ons heen. 'Waar is het drama?' is een ratjetoe van alles wat in één boek kan geperst worden.

Huub Beurskens, 'Waar is het drama?', Meulenhoff 2010, ISBN 978 90 290 8596 0.

volledige recensie volgt binnenkort

Sunday, October 24, 2010

Brian Eno - ‘Small craft on a milk sea'

De oudere generatie muzikanten leert de jongere een lesje. De beste albums van dit najaar komen van artiesten die al een eind voorbij de 60 zijn maar durf met ervaring combineren. Robert Wyatt heeft net zijn beste album uit in jaren met bewerkingen van eigen nummers en jazzstandards. Ook Bryan Ferry is terug met een dijk van een album en de voltallige Roxy Music-bezetting. Wat is de band tussen deze beide artiesten? De alomtegenwoordige Brian Eno natuurlijk. Die spant echter de kroon. Hij is niet alleen overal tegelijk als producer en vernieuwer. Hij bracht net een album uit op het hippe dancelabel Warp. ‘Small craft on a milk sea’ is een wonderlijke plaat, die teruggrijpt naar zijn vroege ambient maar zich tevens waagt aan enkele experimentele danspassen.

volledige recensie op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/253662-brian-eno-small-craft-on-a-milk-sea-

Swans - ‘My father will guide me up a rope to the sky’

Wat is dat toch met die mannen die de kaap van 50 overschrijden? Na het-terug-naar-de-bron-gevoel van Nick Cave’s Grinderman is nu ook Swans weer onder ons. De zwanenzang van Michael Gira en zijn companen dateert uit ’97. Sindsdien hield Gira zich bezig met zijn soloexploten, met zijn label Young God Records en met zijn collectief The Angels of Light. Hij settlede zich en kreeg een baby. Maar de Swans zijn niet dead. De smerigste, brutaalste en coolste groep van de jaren ’80 en ’90 heeft een nieuwe uit. We waren dan ook zeer benieuwd of het vuur nog steeds even hevig brandt.

volledige recensie op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/253599-swans-my-father-will-guide-me-up-a-rope-to-the-sky-

Sunday, October 17, 2010

Kijken in een spiegel - over 'Voorwaarts en vergeten' van Liesbeth van de Grift

Vanaf eind 1944 overspoelde het Rode Leger de landen van Oost-Europa. De totalitaire en fascistische regimes werden in minder dan geen tijd vervangen door centraal geleide communistische staatsapparaten. Tegen 1948 was het fascisme in Oost-Duitsland en Roemenië helemaal weggeveegd en zwaaiden de communisten er de plak. Hoe was een radicale regimewissel van ultrarechts naar ultralinks in zo’n korte tijd mogelijk? Maakten de communisten gebruik van de door de fascisten opgerichte staatsapparaten? De Nederlandse onderzoekster Liesbeth van de Grift geeft wel verklaringen voor die ultrasnelle (r)evolutie, maar ze levert geen definitieve antwoorden. Haar boek ‘Voorwaarts en vergeten’ is een interessante maar koude geschiedenisles vol cijfermateriaal en weetjes over een korte maar intense periode met erg verstrekkende gevolgen.

Liesbeth van de Grift, ‘Voorwaarts en vergeten – De overgang van fascisme naar communisme in Oost-Europa, 1944-1948’, Ambo , Amsterdam 2010, ISBN 978 90 263 2280 8.

volledig artikel op http://www.apache.be/2010/10/de-gezwinde-overgang-van-fascisme-naar-communisme/

Tuesday, October 12, 2010

Derrida is Derrida - Over 'Tekstbestanden' van Sven Vitse

DERRIDA IS DERRIDA

De Oostendenaar Sven Vitse is de coming man van de Nederlandstalige essayisten. Sinds enkele jaren publiceert hij essays en artikels in de meest verscheiden literaire tijdschriften. Die ‘tekstbestanden’ zijn nu gebundeld in een mooie uitgave van de kleine Aalsterse uitgeverij Het Balanseer. De essays zijn erudiet en spitant en gaan de controverses niet uit de weg. De teksten zijn opgedeeld in vier afdelingen. In het eerste deel bundelt Vitse enkele bedenkingen over het postmodernisme. Het tweede deel behoort aan auteurs van het ‘andere proza’, zoals Robberechts, Vogelaar, Roggeman en Krijgelmans. In het derde deel neemt hij kritische artikels op over ‘veelgelezen romans’. Het vierde deel is veruit het interessantste: de essays over Lucas Hüsgen en Marie Kessels zijn persoonlijk, gevat en ook voor oningewijden zeer leesbaar.

Peter Wullen: Sven, wat versta je precies onder ‘literair populisme’?

Sven Vitse: In mijn stuk over De Winter hanteer ik (impliciet) de volgende werkdefinitie: de constructie van een populistische discours in en door middel van een literair werk. Er is volgens die omschrijving sprake van literair populisme wanneer een literair werk bijdraagt aan de constructie van een antagonisme tussen 'wij' en 'zij', tussen een vermeende volkseenheid en een vermeende bedreiging voor die eenheid. De roman van De Winter geeft aan dat antagonisme een culturele invulling: 'zij' (de Palestijnen en bij uitbreiding moslims) hebben een manier van leven die onverzoenbaar is met die van 'ons' (de Israëli en bij uitbreiding West-Europa en de VS). De politieke, historische en sociaal-economische aspecten van een concreet conflict worden uitgevlakt ten gunste van een abstracte culturele tegenstelling tussen 'het eigene' en 'het andere'.

PW: Wat ik soms mis in je tekstbestanden is een definitieve conclusie. Je bouwt een redenering op en dan - baf - stopt het abrupt ... Alsof je bang bent voor de gevolgen van je eigen redeneringen. Misschien hanteer je die werkwijze wel met opzet of misschien ligt het aan de beperktheid in ruimte en tijd van de media waarin je je stukken publiceerde? Ik mis een 'kritisch programma', zoals je zelf in de inleiding trouwens aangeeft.

Vitse: Ik begrijp wel wat je bedoelt, definitieve conclusies trekken ligt niet echt in mijn aard als essayist. Misschien komt dat doordat ik mij in de ruimte tussen essayistiek, literaire kritiek en literatuurwetenschap begeef in ‘Tekstbestanden’. Ik hou er meer van om teksten te analyseren, te vergelijken, te verhelderen, kwesties te duiden etc. en bij kritische stukken het oordeel te verwerken in de analyse en zichtbaar te maken in de stijl en in de toon. De lezer moet zelf zijn conclusies trekken en hopelijk heb ik hem of haar daarvoor dan enige hulpmiddelen aangereikt. Ik denk overigens dat het oordeel of de conclusie in de stukken over Brijs, Mortier en De Winter wél helder is (ook al is dat oordeel niet per se vanuit een strak afgelijnd programma tot stand gekomen). De stukken in de eerste twee afdelingen hebben dan weer geen (be)oordelende bedoeling. In de vierde afdeling varieert dat nogal.

PW: De vergelijking die je maakt tussen ‘Het derde huwelijk’ van Tom Lanoye met 'Het achtenveertigste uur' van Nicolaas Matsier is zeer interessant. Matsier vind ik persoonlijk boeiender omdat hij zich echt in het onderwerp inleeft, Lanoye verwijt ik een gebrek aan inlevingsvermogen: zijn houterig boek lijkt eerder op een constructie van een realiteit.

Vitse: Ik denk dat er hier wel degelijk sprake is van een conclusie, zeker wat betreft Lanoye, namelijk dat ik aangeef (misschien in de vorm van een vraag) dat de retorische constructie niet volstaat om 'voorbij de ironie' en 'voorbij de kitsch' te komen. Impliciet, misschien té impliciet, zeg ik daar volgens mij (maar daar hoef jij het natuurlijk niet mee eens te zijn) dat Lanoye 'proza in blik' schrijft, gekunsteld en bij momenten kitscherig.

PW: De essays hinken soms op twee benen: enerzijds heb je minder bekende en onderschatte schrijvers zoals Willy Roggeman, Jacq Vogelaar, C.C. Krijgelmans ... Anderzijds schrijf je over Brijs, Mortier, Lanoye: de absolute middenmoot.

Vitse: Natuurlijk moet je Brijs e tutti quanti niet gaan lezen. Maar als criticus, vind ik, moet je af en toe uitleggen waarom die boeken de moeite van het lezen NIET waard zijn. Daar dient literaire kritiek óók voor, toch? Ik wil hieraan toevoegen dat Lanoye in mijn ogen wel lezenswaardig is, in elk geval meer dan de andere geciteerde namen.

PW: Bij lezing van je boeiende essay over literair populisme stelde ik me de vraag waarom je de theoretische uiteeenzetting zo apart plaatst van de uiteindelijke case, namelijk het boek ‘Het recht op terugkeer’ van Leon De Winter, waarop je je theorie toepast. Was het niet beter om die twee op één of andere manier ineen te vlechten of in één tekst op elkaar toe te passen? Geoefende lezers zullen geen moeite hebben met die werkwijze, maar ongeoefende lezers zullen de twee hoofdstukken niet met elkaar kunnen verbinden. Het lijkt alsof je twee aparte artikels leest.

Vitse: Andermaal begrijp ik je bezwaar - het verband is er maar wordt niet echt expliciet gemaakt. Toch een paar kanttekeningen: het stuk over De Winter is geen toepassing van het eerste deel van het artikel, veeleer een verderzetting met andere middelen. Ik voeg iets toe aan de analyse van het populisme van Van Reybrouck, namelijk kijken hoe een roman aan het populistische vertoog bijdraagt. In een wetenschappelijk artikel zou ik eerst een 'theoretisch kader' schetsen en dat toepassen op de roman. Doe ik inderdaad niet echt, of toch veeleer impliciet. De geoefende lezer zal misschien het volgende verband opmerken: eigenlijk hebben Van Reybrouck en De Winter met elkaar gemeen dat ze een probleem of conflict 'culturaliseren'. Dat is in het geval van De Winter een duidelijk populistische strategie gericht op een wij/zij polarisering, bij Van Reybrouck is het van een andere orde, maar evenmin onschuldig. Tenminste, dat vind ik.

PW: De vergelijking tussen de poëtica van dichter/musicus Willy Roggeman en musicus Morton Feldman is bijzonder gewaagd. Feldman is ‘old school’ maar op één of andere manier toch weer heel erg in. Zonet verschenen twee cd's van de klassieke beeldenstormers Zeitkratzer: één met interpretaties van Whitehouse (industrial, noise, electronic,...) en één met interpretaties van Alvin Lucier. Maar nu komt het goede nieuws: begin volgend jaar verschijnt een cd van Zeitkratzer met nieuwe interpretaties van Morton Feldman.

Vitse: Bedankt voor de tips! Ik heb van Zeitkratzer de bewerking van Metal Machine Music, maar de cd's die jij noemt, wil ik zeker ook …

Tekst: Peter Wullen

Sven Vitse, ‘Tekstbestanden’, Het Balanseer, 2010, ISBN 978 90 79202 05 8.

interview werd hier gepubliceerd: http://www.cuttingedge.be/pages/3751-over-tekstbestanden-interview-met-sven-vitse

Saturday, October 02, 2010

Richard Pinhas - 'Metal/Crystal'

Wie de Japanse noiseartiest Masami Akita aka Merzbow en de experimentele Amerikaanse cultband Wolf Eyes aan de haak slaat om samen op één schijfje te spelen, moet wel van zeer goeden huize zijn. De Franse muzikant/filosoof Richard Pinhas is misschien een grote onbekende bij de meesten, maar toch stond hij dertig jaar geleden al aan de wieg van de experimentele muziek in Frankrijk. Met zijn invloedrijke band Heldon maakte hij enkele fel ondergewaardeerde albums, waaronder ‘Electronique guerilla’, ‘Allez teia’ en ‘It’s always rock’n roll’. Als soloartiest bracht hij een vijftiental albums uit, waarvan ‘Tranzition’ de meest bekende is. Daarnaast onderhoudt hij nog een loopbaan als filosofiedocent en schrijver.

De dubbelaar ‘Metal/Crystal’ is opgenomen ‘during the two worst years of my life’, zoals Pinhas het zelf verwoordt in de liner notes. Na hun breuk zag hij zijn vriendin krankzinnig worden om tenslotte zelfmoord te plegen. Later stierf zijn broer in zijn armen aan een agressieve vorm van kanker. Met deze feiten in het achterhoofd is ‘Metal/Crystal’, ondanks de cartoons van Yann Legendre, geen vrolijk album geworden. De titels van de nummers zijn namen van psychopathologische aandoeningen, zoals depressie, hysterie, schizophrenie en bipolariteit, telkens in combinatie met een edelmetaal.

Meestergitarist Pinhas is sterk beïnvloed door de baanbrekende gitaar en electronics van het gelegenheidsduo Robert Fripp en Brian Eno. Echo’s van ‘(No pussyfooting)’ uit 1973 blijven doorheen zijn oeuvre sluipen, alsof hij het concept dat het tweetal uitvond verder wil verdiepen. Op ‘Metal/Crystal’ staan enkele tracks die schatplichtig zijn aan Fripp en Eno's experimenten. Op het tranceachtige ‘Bi-polarity (Gold)’ en het dromerige ‘Paranoia (Iridium)’ wordt hij begeleid door de Heldon ritmesectie en door zoon Duncan op electronics. Dit is geen hippe muziek maar toch behoorlijk bezwerend.

Nieuwe paden betreedt Pinhas op ‘Depression (Loukoum)’, waar hij samenwerkt met Merzbow en Wolf Eyes. De inbreng van electronics is op dit nummer nog vrij beperkt. Op ‘Hysteria (Palladium)’ wordt de gitaar van Pinhas helemaal weggeduwd door gillend experiment. Op het bijna een half uur durende gitaarmeesterwerk ‘Schizophrenia (Silver)’ lijkt het alsof Fripp en Eno na bijna veertig jaar een perfecte alliantie aangaan met noise. Na tien minuten vallen de rollende drums van Paganotti opnieuw in voor een ferm stukje progrock. Niet door iedereen te smaken, maar wat ons betreft is 'Metal/Crystal' een huzarenstukje en een voorlopig hoogtepunt in het oeuvre van professor Pinhas!

Richard Pinhas, 'Metal/Crystal', www.cuneiformrecords.com

recensie op www.cuttingedge.be

David Sylvian - 'Sleepwalkers'

'You fucking sleepwalkers, go on and sleep'. Het nieuwe album van David Sylvian begint met een harde sneer. Een niet mis te verstane boodschap van de heer Sylvian. Something to wake us from cultural slumbers - culturele hazenslaapjes - zo verwoordt hij het in 'Sleepwalkers'. Hij zingt het nummer met ingehouden woede. Schakel dus de tv en de radio even uit. Gooi de krant in de vuilnisbak. Hier is de nieuwe van David Sylvian als het toppunt van muzikaal raffinement. Op de radio zul je hem niet horen.

David Sylvian legde een lange weg af. Begin jaren '80 was hij de posterboy van de new romantics. Met zijn groep Japan gooide hij commercieel gezien hoge ogen. Niet langer tevreden met zijn artistiek imago ging op zoek naar spirituele en persoonlijke verdieping. Sylvian ging allianties aan met ongewone muzikanten zoals Robert Fripp, Jon Hassell, Ryuichi Sakamoto en anderen... De smet van de romantiek bleef echter heel lang kleven. Sylvian kon nooit kiezen tussen radicaal experiment en het meer traditionele songschrijverschap. Neem daarbij zijn zoetgevooisde stem en het plaatje wordt duidelijk. Een samenwerking met Scott Walker bijvoorbeeld kwam nooit van de grond. Walker vond dat er niet genoeg lijden zat in de muziek van Sylvian.

De jaren eisten hun tol. Sylvian scheidde van zijn vrouw, brak met Virgin Records en richtte zijn eigen muzieklabel Samadhi Sound op. De zoektocht naar de essentie legde zijn vruchten af. Sylvian betekent commercieel gezien misschien niet veel meer in 2010, maar hij is wel het boegbeeld geworden van de internationale muzikale avant-garde. Zijn laatste echte soloalbum 'Manafon' staafde die vermoedens. Artistiek gezien was dit zijn allergrootste succes. Sylvian legde de omgekeerde weg af en werd in alle gereputeerde muzikale kwaliteitsmedia bedolven onder lof. 'Manafon' was zowel tekstueel als muzikaal een aangrijpend en intens meesterwerk.

'Sleepwalkers' is niet de echte opvolger van 'Manafon'. Daarvoor moeten we nog even wachten tot in 2011. Naast soloartiest is Sylvian ook een muzikant die voortdurend op zoek is naar nieuwe samenwerkingen en uitdagingen. Deze soms obscure en moeilijk te vinden samenwerkingen van het voorbije decennium zijn nu eindelijk gebundeld op een enkele compilatie. De Japanse muzikant Ryuichi Sakamoto is één van de oudgedienden op de verzamelaar. De dertigjarige muzikale relatie van Sylvian en Sakamoto wordt nieuw leven ingeblazen op het introspectieve 'World citizen - I won't be disappointed'.

'Sleepwalkers' laveert op een grandioze wijze tussen lichtere en zwaardere songs. 'The day the earth stole heaven', 'Wonderful world' en 'Money for all' van zijn project Nine Horses kregen een verdiende opfrisbeurt en klinken nu nog beter. Minder evident zijn de samenwerkingen met Fennesz ('Transit'), Jan Bang en Erik Honoré ('Angels') en Takagi Masakatsu ('Exit/delete'). 'Thermal' is een op muziek gezette ode aan zijn dochtertje. 'Ballad of a deadman' en 'Playground martyrs' werden geplukt van de soloplaat 'Slope' van zijn broer Steve Jansen. De goede smaak van Sylvian wordt bevestigd 'Five lines', waarop hij samenwerkt met de Japanse neoklassieke componist Dai Fujikura. Spaarzame cello's en een poëtische tekst versmelten tot intrigerende chamber music. 'Sleepwalkers' is als een lichtvlek op het behang in oktober, wanneer de zomer langzaam verglijdt in de herfst. Essentiële kost.


David Sylvian, 'Sleepwalkers', www.samadhisound.com

volledige recensie verschijnt maandag op www.cuttingedge.be

FIVE LINES

Five lines
With which he marked time
Five lines flared from the ovens
He pulled the ribbons from their hair
With melodies beaten from the sheets of his mother
Songs for the end of time

Five lines
Return the birds to their singing
The sun fell, should we leave it to the foxes?
The sun fell from the sky
Leave it to its wits and its devices
The sun fell from the sky in the form of a stag
Buried deep in the forest

And that’s where he felled it
A blow to the head
That left it unconscious
Nothing further was said

We’ll set a place for him
We’ll set a place then

For he had tried
Blood, bone, feathers to the sky
Even in flight
Nothing could have spared him
Five lines
Five lines flared from the oven
Five lines with which he marked out time

Leave him for the foxes
Leave him for the foxes

Saturday, September 25, 2010

Edwyn Collins, 'Losing Sleep'


DE VERRIJZENIS VAN EDWYN COLLINS

Als er over pakweg honderd jaar een compendium opgemaakt wordt van de beste popsongs aller tijden, dan belandt ‘A girl like you’ van Edwyn Collins zeker en vast in de hogere regionen. Verduiveld catchy, smart lyrics, een fijne gitaarriff plus de grofkorrelige baritonstem van Collins maken het nummer meer dan memorabel. Vreemd dus dat Collins hier en daar als een one hit wonder bestempeld wordt. Na hitjes met het britpopbandje Orange Juice en een kabbelende solocarrière, werd de bleke Brit in 1994 plots de meest onwaarschijnlijke superster met de wereldwijde hit ‘A girl like you’.

Wat toen gebeurde, grenst aan het onwaarschijnlijke en is een van dé heldenverhalen uit de recente muziekgeschiedenis. In februari 2005 kreeg hij een zware hersenbloeding. Een paar dagen later volgde een tweede bloeding. Alsof het daarmee nog niet genoeg was, werd Collins in allerijl geopereerd en raakte hij besmet met de ziekenhuisbacterie. Gedurende zes maanden was hij bedlegerig. De BBC-documentaire ‘Edwyn Collins: Home again’ uit 2008 toonde een frêle man, die nauwelijks kon praten en met moeite zelfstandig liep. Hij kon geen gitaar meer spelen met de rechterhand. De muzikale loopbaan van Collins leek ten einde.

Maar Edwyn Collins vocht krachtdadig terug. In 2007 verscheen ‘Home again’, een album dat voor zijn ziekte opgenomen werd, maar pas twee jaar later uitgebracht kon worden. In september 2008 begon hij met zijn ouwe gabber Seb Lewsley aan de opnames van een volledig nieuw album. Het is een triomfantelijke terugkeer voor de artistiek dood gewaande Collins. Niet voor niks wordt hij de Lazarus van de Britse muzikanten genoemd. Het titelnummer ‘Losing sleep’ bezit een hook die zich meteen dagenlang in je brein nestelt. Collins' stem leed gelukkig niet onder zijn ziekte. Ze heeft zelfs aan diepte gewonnen. Denk aan Iggy Pop maar zonder de branie.

Hij doet het weer. ‘Losing sleep’ staat vol catchy nummers met spitse teksten. Een fraaie lijst muzikanten werkte mee aan het album. Alex Kapranos en Nick McCarthy van Franz Ferdinand produceerden 'Do it again'. Ex-Smith Johnny Marr schreef mee aan ‘Come today, come tomorrow’. Op ‘I still believe in you’ en ‘What is my role?’ horen we Ryan Jarman van The Cribs. Zelfs de hippe Amerikanen van The Drums vonden de tijd om ‘In your eyes’ mee te componeren. Niet alleen wegens de moeilijke omstandigheden, maar ook vanwege de tijdloze kwaliteit van de songs op 'Losing sleep' is dit een indrukwekkende heropstanding. Welcome back, Ed!

deze recensie verscheen op www.cuttingedge.be

Tuesday, September 21, 2010

Alain Finkielkraut, 'Een intelligent hart'

TESTAMENT VAN EEN POLEMICUS

De ultraconservatieve Alain Finkielkraut is één van de meest controversiële en keetschoppende filosofen van Frankrijk. Niet louter tevreden met zijn positie als hoogleraar filosofie aan de Parijs Ecole Polytechnique treedt hij ook graag buiten de kansel van de universiteit om zijn provocerende mening over alles en nog wat in de media en in krantencolumns breed uit te smeren. In 2005 tekenden 60 collega's van zijn Ecole Polytechnique een petitie tegen hem. Bekend is de rel die hij veroorzaakte toen hij in 2008 het Franse voetbalteam tijdens de wereldbeker 'black, black, black' in plaats van 'black, blanc, beur' noemde.

De van Joodse Polen afstammende professor haalde zich in 2000 de woede van zijn eigen Joodse gemeenschap op de hals met het boek 'Une voix vient de l'autre rive' (‘Een stem van de overkant’, vert. Frans de Haan). In het boek pleitte hij onomwonden tegen de exploitatie van de holocaust voor pro-Joodse doeleinden. De genocide tegen de Joden moet volgens Finkielkraut terug in zijn historische context geplaatst worden. We mogen nooit vergeten wat toen gebeurde en we moeten de slachtoffers blijvend eren, maar we mogen de herinnering aan de Shoah niet verder exploiteren. Finkielkraut werd onterecht van alle kanten beschuldigd van antisemitisme, nestbevuiling en zelfs van negationisme.

In 2010 lijkt de misbegrepen professor moegestreden. Zijn nieuwste werk 'Een intelligent hart' is van een geheel andere orde. Het rustige en meditatieve boek werd geschreven tijdens een gedwongen periode van rust en wordt aangekondigd als 'misschien wel zijn allerlaatste boek'. 'Een intelligent hart' bevat 9 opstellen over literatuur met een korte inleiding en een nawoord. De essays zijn interpretaties van zijn favoriete literaire werken. Dat gaat van de Rus Dostojevski tot de Amerikaan Philip Roth. Een rode draad doorheen het boek valt niet meteen te ontwaren. Laat ons stellen dat het allemaal boeken zijn over 'mensen' die door een minieme 'misstap' hun complete leven vergallen. Het zijn allemaal in zekere zin Griekse tragedieën.

Dat wordt het duidelijkst in de interpretatie van 'De grap' van de Tsjechische auteur Milan Kundera. Door een misplaatste briefkaart aan zijn vlam Markéta haalt het hoofdpersonage Ludvík zich de woede van het secretariaat van de Communistische Partij op de hals. Hij wordt uit de faculteit gestoten. Wat begon als een grap, heeft gevolgen die zijn verdere leven zullen overschaduwen. Ivan Grigoriévitch, de tragische held van de nagelaten roman 'Alles stroomt' van de Russische auteur Vassili Grossman wordt verbannen naar Semipalatinsk omdat hij bij zijn docenten historisch materialisme de vrijheid verdedigde als een goed dat evenveel waard is als het leven. Na dertig jaar verbanning is hij bij zijn terugkomst slechts een schim van zichzelf.

De laatste lezing van Finkielkraut, 'Babette's feestmaal' van Karen Blixen, eindigt met een optimistische noot. De Franse communarde Babette, de dienster van een norse Noorse familie, besteedt het bedrag dat ze won in een loterij aan een copieuze feestmaaltijd voor haar Scandinavische vrienden. Ze veroorzaakt een mirakel. De culinaire kunst, die ze tentoonspreidt, tovert het goddellijke in de triviale dagelijkse 'maaltijd', die zowel slaven en meesters in één festijn samenbrengt. Kunst overstijgt het materiële en het spirituele en toont ons het goddelijke in het alledaagse.

De secundaire denkoefeningen van Finkielkraut zijn erudiet maar zeer toegankelijk. Het elegante, precieze en beeldrijke Frans van Finkielkraut werd secuur vertaald door Frans de Haan. 'Een intelligent hart' is minder polemisch maar daarom niet minder passioneel dan zijn overige werken. Het lijkt alsof Finkielkraut hier ons een bilan voorlegt van zijn eigen leven. Doorheen de fictie en de getuigenissen van de gelezen romans, somt de auteur zijn eigen veldslagen op. Ondanks de verscheidenheid van de verschillende passages is ‘Een intelligent hart’ een belangrijk werk in het oeuvre van Finkielkraut en bovendien een richtingaanwijzer naar een onoverzienbare stapel essentiële literatuur.

Alain Finkielkraut, 'Een intelligent hart', Uitgeverij Contact, ISBN 978 90 254 3465 6.

artikel verscheen op www.cuttingedge.be

Saturday, September 04, 2010

Solar Bears - She was coloured in

Solar Bears - She Was Coloured In from Michael Robinson on Vimeo.

Solar Bears, 'She was coloured in', cd review binnenkort op www.cuttingedge.be

Thursday, September 02, 2010

Cindytalk : "A Dark Night of the Soul"

Cindytalk oftewel Gordon Sharp behaalde faam als één van de sirenenstemmen op het eerste album van This Mortal Coil in 1984. Met zijn bijna vrouwelijke stem zong hij niet alleen ‘Kangaroo’ van de onlangs overleden Alex Chilton de onvergetelheid in, maar hij redde ook ‘Fond affections’ van Rema Rema van de obscuriteit én hij zong ‘A single wish’ met de helft van de Cocteau Twins. Sombere nummers waren het, waarin het doodsverlangen centraal stond. Begin jaren tachtig verrijkten de zwarte gothics het straatbeeld. Sharp trad steevast op in een vrouwenjurk.

Sharp of Cinder loste de verwachtingen nadien nooit in. Deels moedwillig, want hij wees een aanbod af om zanger te worden van een band die Duran Duran heette. De loopbaan van Sharp deinde al die jaren als een achtbaan op en neer. Problemen met platenmaatschappijen en een hang naar experiment nekten zijn vroege projecten. In de jaren tachtig bracht hij in totaal slechts twee albums uit: het machtige ‘Camouflage heart’ en het nog betere ‘In this world’. De goths verdwenen uit het straatbeeld. Sharp bleef. De jaren negentig leverden een viertal wisselvallige albums op, waarvan ‘Wappinschaw’ veruit de meest gedenkwaardige is. De ganse back catalogue van Cindytalk lijkt buiten die eerste twee albums trouwens nagenoeg onvindbaar.

De laatste jaren duikt de experimentele transgender warrior weer geregeld op met nieuw werk. Dankzij een deal met het Weense experimentele label Editions Mego bracht hij in nauwelijks twee jaar zelfs drie nieuwe albums uit. ‘Up here in the clouds’ sluit tot onze verrassing bovendien naadloos aan bij zijn verleden van een kwarteeuw geleden. Beginnummer ‘The eight sea’ is een krakende, elektronische oceaan waaruit op elk moment een digitale song to the siren kan opduiken. Helaas blijven we op onze honger zitten. De stem van Sharp blijft achterwege. Wel horen we door het golvengeraas heen een gefnuikte sirenenstem...

Het dreigende ‘We are without words’ vat het goed samen. Sharp zullen we niet te horen krijgen. De donkere en broeierige elektronische soundscapes passen eerder bij de industrial van het begin van de jaren tachtig dan bij het huidig muziekklimaat. In het sissende ‘Guts of London’ horen we ontmenselijkte radiostemmen en geluiden die lijken op het knagen van ratten aan menselijke resten. In het titelnummer klaart de hemel plots op en lijkt de muziek plots boven de wolken te zweven. Dit is wat je noemt: een gouden strot hebben maar er niks meedoen. Kijk maar naar wat er met Scott Walker gebeurde. ‘Up here in the clouds’ zal vooral een oudere generatie aanspreken die heimwee heeft naar het vleermuizentijdperk. Wat ons betreft een gemiste kans.

deze cd review verscheen op http://www.cuttingedge.be/music/reviews/244228-cindytalk-up-here-in-the-clouds-