
Tijdens de verschrikkelijke jaren van Jezjov heb ik zeventien
maanden doorgebracht in de rijen voor de gevangenissen van
Leningrad. Op een keer 'identificeerde' iemand mij. Een vrouw
met blauwe lippen, die achter mij stond en mijn naam natuur-
lijk nog nooit had gehoord, kwam op dat moment los uit de
verstarring die ons allen kenmerkte, en vroeg mij fluisterend
(iedereen fluisterde daar): 'Kunt u ook dit beschrijven?'
En ik zei: 'Ja'.
Toen gleed er iets als een glimlach over hetgeen eens haar
gezicht was geweest.
1 april 1957, Leningrad
Uit: 'Requiem' - 'Sneeuwstorm, Noodlot, Lied', gedichten 1909-1966, Anna Achmatova, vertaald, samengesteld en geannoteerd door Hans Bolland, J.M. Meulenhoff, 2007, pag. 181.




